Vechten en filosoferen in de zon

Er landen weer Amerikaanse soldaten op verre kusten, kauwgom kauwend, de helmbandjes los naar beneden hangend, denkend aan geliefden in Kentucky of Brooklyn, voordat ze zonder aanzien des persoons worden neergemaaid door vijandelijk mitrailleurvuur. Een kwart eeuw na het einde van de Vietnamoorlog is dit niet de actuele werkelijkheid van computergestuurde precisiebombardementen, maar de renaissance van de mythische Amerikaanse oorlogsfilm. Twee van de vijf als `beste film' voor een Oscar genomineerde producties (de burleske travestie van de Holocaust, La vita è bella, buiten beschouwing latend) spelen zich af op de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog.

De ene, Steven Spielbergs Saving Private Ryan (elf Oscarnominaties), vermengt een nieuw soort gruwelijk realisme met de boodschap dat de geallieerde landing in Normandië zinvolle offers met zich mee bracht, voor het geval we dat vergeten waren. De andere, Terrence Malicks The Thin Red Line (zeven nominaties, waarvan die voor cameraman John Toll de waarschijnlijkste bekroning oplevert), tapt uit een ander vaatje. Malick, voormalig filosofiedocent en vertaler van Heidegger, beschouwt bijna drie uur lang de universele, bijna mystieke absurditeit van krijgsheldendom, van Homerus tot Kosovo. Hij baseerde zich daarbij op de gelijknamige roman uit 1962 van James Jones: veteraan van Guadalcanal, auteur van From Here to Eternity en de door Kris Kristofferson gespeelde vaderfiguur in James Ivory's speelfilm A Soldier's Daughter Never Cries.

Jones' specifieke mengeling van lyriek en martiaal machismo sluit goed aan bij de minstens zo bijzondere stijlopvattingen van Terrence Malick (Ottawa, Illinois, 1942). Na de regie van twee legendarische cultfilms, Badlands (1973) en Days of Heaven (1978), beide gekenmerkt door impressionistische landschapsbeelden en een dwingende voice-over, verdween Malick ver uit het gezicht van Hollywood. Hij vertrok naar Parijs, werkte jaren vergeefs aan een grootscheepse documentaire over de oorsprong van het leven, en groeide uit tot een absente, dus mysterieuze goeroe, naar wiens terugkeer twintig jaar lang werd uitgekeken.

The Thin Red Line, deze week in Berlijn bekroond met een Gouden Beer, is een prestigeproductie van 55 miljoen dollar met een uit sterren opgebouwde rolbezetting, die alom felle reacties oproept, pro en contra. Malicks plechtige benadering van de slag om Guadalcanal, een Melanesisch eiland, is een makkelijke prooi voor parodiëring: admiraal John Travolta en luitenant-kolonel Nick Nolte voeren tegen de achtergrond van de ondergaande zon een filosofisch debat over het wezen van de oorlog. Maagdelijke beelden van een ongerept eilandparadijs contrasteren met gevechtshandelingen, terwijl de sterren buiten beeld kreten fluisteren als: `Sterven! De overwinning!'. IJzervreter Nolte bekvecht met kapitein Elias Koteas over de zin van een kamikaze-aanval op een onneembare heuvel, een andere militair ziet steeds zijn verloofde voor zich in een dun zomerjurkje en zacht licht. En steeds zijn er weer tropische vogels en velden met hoog gras.

The Thin Red Line is een film die gemaakt lijkt te zijn om er Oscars mee te winnen, net als overigens Shakespeare in Love. Ik vond Malick in zijn eerste twee films veel overtuigender dan in dit topzware, vaak quasi-artistieke geneuzel. Het best zijn sommige momenten van de acteurs (John Cusack, Koteas, Nolte), van wie geen enkele een Oscarnominatie kreeg.

The Thin Red Line. Regie: Terrence Malick. Met: Sean Penn, Nick Nolte, Woody Harrelson, Jim Caviezel, Ben Chaplin, John Cusack, Elias Koteas, George Clooney, John Travolta, John C. Reilly. In: 45 theaters.