Slinkse invasie

De tijd vliegt, heelt sommige maar helaas niet alle wonden en staat soms domweg stil. Advertenties voor poenige dames- en herenpolshorloges van befaamde merken leveren het bewijs. Het is altijd een paar minuten voor of over tien – 's ochtends of 's avonds? Als het uurwerkje is voorzien van datumaanduiding blijkt het bijna altijd de 28ste dag van de maand.

Omdat februari meestal 28 dagen telt en in een schrikkeljaar (`annus bisextilis') 29?

Is het binnenwerk daarvan op de hoogte? Weet zo'n klokje eigenlijk wel dat Karel Capek deze mallotige regeling al in 1929 verketterde: `Het is onbegrijpelijk dat in een schrikkeljaar juist deze grillige, kwakkelende maand, dit kwaadaardige misbaksel onder de maanden, er zomaar een dag bijkrijgt. In een schrikkeljaar zou de lieflijke meimaand er een dag bij moeten krijgen, zodat ze tweeëndertig dagen had' (`Het jaar van de tuinier', Amsterdam 1998).

Tweeëndertig jaar geleden wijdde de dichter Jan Hanlo reeds een column in de Friese Courier aan hetzelfde fenomeen (`Actuele magie'); het stukje werd herdrukt in zijn bundel `Moelmer' (1967). Hanlo knipte `in een halve week' maar liefst twaalf voorbeelden uit van horlogeadvertenties; alle stonden op 10 over 10. Harry Mulisch deed die ontdekking in zijn novelle `Het beeld en de klok' (1989) nog eens dunnetjes over.

Hanlo waagde zich ongetwijfeld met opzet niet aan een verklaring; hij hield de `koele magie' in stand. Zoals gebruikelijk komt Mulisch wel met een verklaring voor de stand der wijzers op de proppen. Hij laat een zijner personages zeggen: `Als je lacht staat je mond op 10 over 10, en je armen houd je zo als je zegeviert, kijk maar naar die wielrenner die als eerste over de finish gaat. Het is de houding van triomf'.

Ogenschijnlijk is het niet van belang. Maar het is wel curieus, om niet te zeggen raadselachtig of zelfs verdacht. Al die prijzige uurwerken, het ene nog luxueuzer dan het andere, desondanks dezelfde wijzerstand. Staan ze misschien met elkaar in verbinding? Wisselen ze zonder dat hun eigenaar het weet op dat magische tijdstip gevoelige informatie uit over hun baas/bazin? Bijvoorbeeld: pols- en hartslag zijn eindelijk weer normaal, lag vannacht op een vreemd of vertrouwd nachtkastje, sta momenteel onder de douche en bewijs opnieuw dat ik waterdicht ben.

Vanmiddag bloosde ik tot in het stiksel van mijn juchtlederen bandje omdat een meisje met grote groene ogen mij nauwgezet om niet te zeggen zeer verregaand bestudeerde. Of: Help, vandaag ben ik gestolen, of ben per ongeluk / met opzet vergeten en lig nu voor Jan met de korte achternaam op een houten ladekastje in een desolate maar vaag naar wierook geurende slaapkamer de uren weg te tikken tot ik een ons 18 karaat goud weeg.

Vermoedelijk is hier sprake van een slinkse invasie. Niet via de derde oksel maar via de vierde sluipweg: de pols. Tegenwoordig staat de techniek immers voor niets. Aan inventieve manoeuvres is ook in dit geval geen gebrek; zo is de `Meisterstück Watch' in werkelijkheid geen Duits/Britse co-productie maar wordt in elkaar gezet op de Montblanc. Gedegen onderzoek, geheel om niet door schrijver dezes uitgevoerd, wijst op Genève als uitvalbasis. Sommige polsverklapperverkopers melden in hun advertentie zonder schroom dat ze al sinds 1755 (Vacheron Constantin) of 1875 (Audemars Piquet) werken aan hun wereldwijde informatienetwerk.

Beschermd door besneeuwde Alpentoppen worden in het verborgene twee keer per dag om 10 over 10 onze intieme gegevens opgeslagen in een computer met een gigantische harde schijf. `Ein Alptraum' waarin technici met staalblauwe ogen en dito stropdas zich vermeien met onze uiterst sensitieve informatie. Even later belanden alle gegevens natuurlijk op het bureau van doorgewinterde managers en marktpenetreerders. Zonder dat wij het weten houden zij hun vileine vingers aan onze polsen. Medelanders, let op uw saeck...