Reukhinder

Het dier is geld geworden. Ik kon tot geen ander inzicht komen, terwijl ik deze week over de Dibevo in de Utrechtse Jaarbeurshallen dwaalde, een vakbeurs voor de detailhandel in benodigdheden voor huisdieren.

Big business alom. Ontbijtsnacks voor de hond, droge kroketten voor de kat, ontwormingsdiëten, enorme hokken-met-buisconstructies voor de fret, trimtafels van tweeduizend gulden voor de poedel, aquaria die groot genoeg zijn om af en toe je echtgenoot in onder te dompelen, knaagstaven voor de hamster (die je nu ook in drie kleuren kunt krijgen, die hamster bedoel ik), homeopathische geneesmiddelen om de allergie van de parkiet te bestrijden – het was er allemaal op deze beurs, die overigens alleen voor groothandelaren en winkeliers toegankelijk is.

We zijn dol op onze huisdieren, maar wat me opviel was dat veel accessoires erop gericht zijn om de veronderstelde overlast te minimaliseren. Zo mogen onze lievelingen absoluut niet meer stinken. Ze moeten voortaan okselfris door het leven gaan. Zelfs het woord `stank' wordt in de reclameteksten vermeden en vervangen door het eufemisme `reukhinder'.

Op zeker moment stond ik oog in oog met de Littermaid, een zelfreinigende kattenbak. De Littermaid bevat sensoren die waarnemen wanneer de kat op de bak gaat. Tien minuten later worden alle uitwerpselen met een harkje uit het `fijn klompvormend grit' gehaald en in een luchtdicht reservoir gedeponeerd, waardoor `er geen nare luchtjes meer ontstaan'.

In een bijbehorende folder werden enkele katten hierover geïnterviewd. Volgens de tekstschrijver zei een van hen: ,,Ik vind het fijne grit heel fijn en ik vind het leuk om te zien hoe de hark al het vuil meeneemt. Nu heb ik altijd een schoon toilet.''

Thuisgekomen heb ik ook mijn eigen poes even geïnterviewd over de wenselijkheid van deze Littermaid, maar ze zei schoudertjesophalend alleen maar: ,,Ik kak lekker, jij ook?''

Er stonden op deze vakbeurs veel blitse dames en heren hun waren aan elkaar te verkopen. Gedreven zakenmensen, ongetwijfeld, maar hoe groot zou hun kennis van en liefde voor het dier zijn? Dieren zelf waren er amper te zien, op wat treurende flamingo's, slapende fretten en weerzinwekkend getrimde honden na.

Ik belandde bij een quiz voor personeel van dierenspeciaalzaken. Ze wisten bijna geen enkele vraag goed te beantwoorden. Zelfs niet de vraag: wat is de draagtijd van een poes?

,,Zes maanden'', zei iemand.

Ook dit vertelde ik mijn poes, waarop die huiverend zei: ,,Negen weken vond ik méér dan genoeg.''