Netwerkers in de provincie

Met de Statenverkiezingen voor de deur is er weer aandacht voor de provincies. Hoe leggen zij lijntjes naar Den Haag?

,,Je belt 's ochtends de ambtenaar en je zegt: `Met Patijn, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland.' Zo'n ambtenaar is dan helemaal vereerd, dat jij hem belt. Dan maak je de deal, zeg, 50 miljoen voor een brug in Gorinchem, en je zegt tegen die ambtenaar: `En dat ga jij zo bij de minister op zijn bureau leggen, hè?' 's Middags bel je de minister en je vraagt hem of hij niet wat geld over heeft voor een brug in Gorinchem. En dan leest hij je het briefje voor dat je samen met zijn ambtenaar hebt opgezet. Zo makkelijk is het.''

Schelto Patijn, tegenwoordige burgemeester van Amsterdam, is dol op lobbyen. ,,Als het lukt, is het net als het winnen van een voetbalwedstrijd'', zegt Patijn. Zijn grootste succes in zijn tien jaar als commissaris was de benoeming van Havermans tot burgemeester van Den Haag: ,,Dat heeft mij heel veel zorgen en tijd gekost, want de gemeenteraad lag dwars. Ik heb toen via premier Lubbers en minister Rietkerk (Binnenlandse Zaken) geregeld dat Havermans het toch geworden is.''

Lobbyen is van levensbelang voor de provincies, waarvoor volgende week de Statenverkiezingen worden gehouden. Provincies gaan over de ouderenzorg, de psychiatrische inrichtingen, de snel- en waterwegen, de inrichting van het landschap en milieu. Daarvoor ontvangen zij jaarlijks van het rijk 1,7 miljard gulden via het Provinciefonds, de gezamenlijke geldpot van de twaalf provincies. Dat geld is niet genoeg voor alle bestuurlijke ambities van de provincies en dus moeten in Den Haag bronnen worden aangeboord voor nieuwe wegen, hogere rivierdijken of bouw van een academisch ziekenhuis. Ook bestuurlijke kwesties als burgemeestersbenoemingen, gemeentelijke herindelingen en de vorming van stadsprovincies vereisen zorgvuldige massage van de ministers, hun ambtenaren en Tweede-Kamerleden. ,,Lobbyen is een kunst en een sport'', vindt Patijn, maar wat is het eigenlijk? ,,Niet iemand over de drempel trekken om die iets te laten doen wat die niet wil. Lobbyen is iemand ervan overtuigen dat wat jij wil hem ook iets oplevert'', zegt Henk Vonhoff, oud-commissaris van Groningen. Jan Terlouw, oud-commissarris van Gelderland, valt hem bij: ,,Niet zeuren en bedelen, maar informeren; laten zien hoe de ander beter kan worden van jouw aanbod.'' De provincies hebben daarvoor naast het overkoepelende Inter Provinciaal Overleg (IPO) vaste lobbyisten in dienst, terwijl sommige provincies een eigen lobbykantoor hebben in Brussel.

De belangrijkste lobbyisten zijn echter de gedeputeerden en bovenal de commissarissen van de koningin. ,,Alles wordt voorbereid door ambtenaren, maar op een gegeven moment kom je zelf in de baan'', zegt Vonhoff, die ook oud-burgemeester van Utrecht is.

Frank Houben van Noord-Brabant, met zijn 11 dienstjaren de veteraan onder de commissarissen, onderscheidt verschillende `scenario's' bij het lobbyen. ,,Soms proberen we ministers en de premier naar Brabant te halen. Zo is er na een bezoek van premier Kok meer geld gekomen voor de uitbreiding van de verzorgings- en verpleegtehuizen in Brabant, de sterkst vergrijsde provincie in het land'', vertelt Houben: ,,Een ander scenario is dat wij met het hele college op bezoek gegaan in Den Haag. Dat hebben we bijvoorbeeld gedaan met de reconstructie van het `buitengebied', waar door de sanering van de varkenssector stukken grond en gebouwen vrijkomen.''

Hoe er ook wordt gelobbyd, een goede persoonlijke relatie met de Haagse beleidsmakers is onontbeerlijk. ,,Een commissaris moet niet alleen kennis hebben ván Den Haag, maar ook kennissen ín De Haag'', zegt Vonhoff. Jan Terlouw, voormalig D66-leider en oud-minister, profiteerde volop van zijn verleden in Den Haag: ,,In mijn tijd als commissaris kende ik elke hoge ambtenaar en ook nu nog krijg ik elke minister zo aan de telefoon. Dat helpt natuurlijk.'' Dat geldt volgens Houben niet alleen voor commissarissen maar ook voor de gedeputeerden en de ambtenaren: ,,En in het netwerk moeten niet alleen ministers zitten, maar Kamerleden en ambtenaren.''

De provinciale lobbyisten steken dus veel tijd in het onderhouden van hun netwerk. ,,Voor mij was het destijds niet zo ingewikkeld, want als commissaris zat ik in Den Haag. Als ik eens iemand wilde spreken, liep ik gewoon bij ze langs. Of ik ging naar een receptie bij de een of andere ambassadeur waar ik wist dat een bepaalde minister zou zijn'', zegt Patijn, die aangeeft dat toenmalig commissaris Wiegel van Friesland nog verder ging: ,,Die kwam iedere maand uit Friesland naar Den Haag en belegde in hotel Des Indes een bijeenkomst waar hij de mensen uitnodigde die hij wilde spreken.''

Bij dat netwerken lopen formele en informele contacten door elkaar heen en dat hoort ook zo, vindt Houben. Vorig jaar haalde Houben met zijn Zeeuwse en Limburgse collega's de tv-journaals na een ruzie met minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) over nieuwe autowegen. ,,Tijdens carnaval heb ik naast Netelenbos gezeten, heel gezellig. Dat is zeker niet het moment voor een zakelijk gesprek; maar als ik haar later tegenkom heb ik daarvoor wel een goed aanknopingspunt.''

Partijbanden spelen bij het netwerken een ondergeschikte rol, bezweren betrokkenen, en dus heeft de politieke neergang van het CDA het zuiden geen schade berokkend. ,,Ook dit paarse kabinet is heel alert op een goede relatie met het zuiden. Toen de huidige coalitie aantrad hoefde ik niet mijn netwerk opnieuw op te bouwen'', zegt Houben. Vonhoff herinnert zich zelfs een ruzie met partijgenoot Neelie Kroes, indertijd minister: ,,Over de komst van de PTT naar het Noorden heb ik met haar een clash gehad, die grote koppen in de kranten opleverde.''

Toch is een partijgenoot in Den Haag soms nuttig. ,,Bij de samenwerking van de noordelijke provincies was een spreiding van de politieke kleuren wel handig'', zegt Vonhoff: ,,Ik kon altijd makkelijk contact leggen met VVD-minister Van Ardenne; in Drenthe zat altijd iemand van de PvdA, die kon zeggen: `Jongens, zo werkt het niet bij ons'. Wim Meijer had als fractievoorzitter jarenlang Joop den Uyl uit de wind gehouden in de fractie, dus toen Meijer commissaris was in Drenthe was dat natuurlijk wel in de herinnering van de minister Den Uyl blijven hangen.''

Lobbyen is dus wederzijds kietelwerk met een lange geschiedenis, een voortdurend quid pro quo. Vonhoff: ,,Toen het kabinet een zware delegatie waarnemers naar – toen nog – Rhodesië wilde sturen, ben ik gevraagd me beschikbaar te stellen en dat heb ik natuurlijk meteen gedaan.'' Mocht het kabinet de provincie weer helpen, dan is het zaak de betrokken bewindspersoon te laten delen in de eer, meent Vonhoff: ,,Zo heb ik Braks laten gloriëren bij de sanering van de landbouwcoöperatie AVB, waarbij 6.000 arbeidsplaatsen in het geding waren.''.

Vonhoffs sparringpartner in de AVB-zaak, toenmalig Landbouwminister Gerrit Braks, herinnert zich de AVB-zaak nog goed: ,,Ik heb daar nog net geen standbeeld gekregen. ''

Maar bij een succesvolle lobby komt ook geluk kijken. Braks: ,,Politiek gezag is effectief, maar Wiegel en Vonhoff hadden niet alleen hun politieke zwaarlijvigheid mee. Voor Friesland en Groningen lag er de Herstructurering van de Veenkoloniën en aan die kabinetsplannen zaten enorme enveloppen met geld vast.''