Goede timing van Brits plan voor deelname EMU

Het stappenplan van de Britse premier Blair voor toetreding tot de EMU is goed getimed: de conjunctuur lijkt in Groot-Brittannië en euroland op dit moment redelijk synchroon. Maar voor hoe lang?

Is Britse toetreding tot de Economische en Monetaire Unie een stap dichterbij gekomen? Premier Tony Blair stelde zich gisteren persoonlijk op achter een plan waarmee het Verenigd Koninkrijk het pond zal laten opgaan in de euro. Inhoudelijk mag het weinig verschillen van wat zijn minister van Financiën Brown er tot dusverre over heeft gezegd, het feit dat Blair nu zelf de boodschap uitdraagt is meer dan symbolisch. Een regeringsbesluit zal nog voor de volgende verkiezingen van uiterlijk mei 2001 vallen. In een referendum moeten de Britten zich vervolgens voor de euro uitspreken, waarna er tussen de twee en drie jaar nodig zal zijn om de voorbereidingen voor toetreding af te ronden. Een half jaar na de daadwerkelijke toetreding verdwijnt het pond sterling als officieel betaalmiddel. Het is dan inmiddels 2003 of 2004, tenzij de verkiezingen worden vervroegd en het hele schema naar voren wordt gehaald.

Cruciaal blijven echter de `vijf voorwaarden' voor Britse toetreding die Brown kort na de verkiezingsoverwinning van Labour in 1997 al noemde en waaraan Blair gisteren ook refereerde. De EMU moet een beter klimaat scheppen voor bedrijven om het Verenigd Koninkrijk te investeren; het effect van de EMU op de sector voor financiële diensten moet goed worden bekeken; de EMU moet bewezen hebben tegen economische schokken te kunnen; de muntunie moet helpen te zorgen voor hogere economische groei en meer werkgelegenheid; en de conjunctuur en economische structuur van het Verenigd Koninkrijk en het continent moeten in de pas lopen.

Voldoen de omstandigheden nu, meer dan anderhalf jaar geleden, aan die voorwaarden? ,,Dat is bijzonder moeilijk te meten, zegt Kevin Gardiner, econoom van de zakenbank Morgan Stanley. ,,Blair zal het voor het vervullen van deze vijf criteria eerder moeten hebben van een goede persvoorlichter dan van een econoom. Want de keuze voor toetreding blijft een politieke beslissing.''

Dat neemt niet weg dat er op het oog een duidelijke convergentie heeft plaatsgevonden tussen de Britse economie en die van euroland. Waar de twee economieën vijf jaar geleden volledig uit fase waren, heeft het tempo van de economische groei zeker het laatste jaar redelijk gelijk gelegen. Het Brits-Europese renteverschil op de geldmarkt, gemeten aan de driemaands-tarieven, is teruggelopen van 3,2 procent begin 1998 naar 2,2 procent nu, en het officiële rentetarief van de Bank of England is nog maar 2,5 procent hoger dan dat van de Europese Centrale Bank. En op de obligatiemarkt was de rente op de Britse tienjaars-obligaties begin 1998 nog 0,85 procent hoger, maar dat verschil is nu geslonken tot nog maar 0,4 procent. Het pond sterling tenslotte noteert dicht in de buurt van zijn langlopende gemiddelde ten opzichte van de euro.

Vraag is of deze schijnbare convergentie duurzaam is, of slechts een momentopname. De huidige zwakte van de economie van euroland, die komt na vijf jaar van wisselvallig herstel, gaat voorlopig door voor een `groeirecessie' waarna de economie in het tweede halfjaar van 1999 geacht wordt weer te versnellen. Gardiner voorziet dat de euro-economie dit jaar met 1,9 procent groeit. ,,De Britse economie vertoont echter een zwakte na vijf sterke jaren. De werkloosheid is er nog geen tweederde van die van het continent en de inflatie is, gemeten aan de geharmoniseerde Europese prijsindex, 1,6 procent tegen nog geen 1 procent in euroland. Als het Verenigd Koninkrijk nu met de EMU mee zou doen, zou de rente veel te laag zijn.'' Gardiner verwacht een Britse economische groei van slechts 0,5 procent in 1999. Zo bezien zijn de economieën van het Verenigd Koninkrijk en euroland twee schepen die passeren in de nacht. Als de twee echt in lijn gaan bewegen, dan zal dat volgens Gardiner pas in 2002 of 2003 zijn.

Ook structurele verschillen, zoals bijvoorbeeld de flexibiliteit van de arbeidsmarkt of gewoonte van Britse consumenten om tegen kortlopende rentetarieven te lenen, ook voor hypotheken, die de Britse economie veel sneller doen reageren, zullen niet in een paar jaar verdwijnen. Dat maakt bij elkaar dat een toetredingsbesluit uiteindelijk nauwelijks op economische gronden zal kunnen worden genomen, hoe duidelijk de vijf criteria van Brown en Blair ook zijn: er is te veel discussie over mogelijk. De spin-doctors van Labour kunnen zich al vast gaan warmlopen.