Gentleman

Menno Oosting is geen leven na het tennis gegund. De Nederlandse kampioen van 1987 en '88 verongelukte in de nacht van maandag op dinsdag in zijn auto. Hij was op weg naar huis na een optreden met Sander Groen in de anonimiteit van een Challenger-toernooi in het Franse Cherbourg. Maar zo had Oosting het ook het liefste. Hij bedreef zijn sport nog louter om zijn gezin op een aangename manier te kunnen onderhouden en dat mocht dus best in een achterafzaaltje gebeuren. De Brabander gaf namelijk niet om de glamour van de tenniswereld. Hij was te veel gentleman om een hoofdrol op te eisen in de keiharde wereld van het proftennis.

Typerend voor zijn benadering van het tennis is het beeld op Wimbledon in 1988. In dat jaar bereikte Menno Oosting zijn hoogste ranking (72 op de wereldranglijst) nadat hij op de Australian Open de vierde ronde had bereikt. Op Wimbledon werd hij die zaterdag gekoppeld aan niemand minder dan Mats Wilander, die in dat jaar tijdelijk Ivan Lendl van de eerste plaats op de ATP-lijst verdreef. Een ander had Wilander graag willen uitdagen, maar Oosting was met zijn gedachten elders. Juist op die zaterdag speelde het Nederlands voetbalelftal de EK-finale tegen de toenmalige Sovjet-Unie en die wedstrijd vond Oosting veel belangrijker dan een tennispartij op Wimbledon die hij toch zou verliezen.

Net als Oosting keken twee Nederlandse verslaggevers voortdurend op hun horloge of ze wel op tijd zouden zijn voor de apotheose van het EK. En ze vloekten stiekem met hem mee, toen Oosting tegen wil en dank nog een setje afsnoepte van de grote Wilander. We hebben Oosting niet meer gesproken na zijn voorspelbare nederlaag in vier sets, het Nederlands elftal eiste al onze aandacht op. Hij nam het ons niet kwalijk, zelfs op Wimbledon was tennis die dag bijzaak.

Tien jaar later betraden Oosting en zijn partner Tom Kempers geamuseerd de perskamer in Melbourne. Ze schrokken bijna van het verzoek te discussiëren over hun metier, het Nederlandse duo leefde immers in de schaduw van de grote tenoren als hun landgenoten Paul Haarhuis en Jacco Eltingh. ,,Je moet wel de wanhoop nabij zijn als je met ons wil praten'', grapten Oosting en Kempers. Dat klopte wel een beetje, want op het centrecourt was die dag niets te beleven geweest. En toch was Oosting weer hoffelijk als vanouds, hoewel hij zojuist een matchpoint had verspeeld tegen de Spanjaarden Lobo en Sanchez. Want zo belangrijk was dat nou ook weer niet.

Oosting besefte dat hij een kind was van een verloren tennisgeneratie. ,,We hadden wellicht net zo veel talent als de toppers van nu, maar die worden nu op tournee vakkundig begeleid'', vertelde hij in 1992 aan het Algemeen Dagblad. ,,Dat is de verdienste van Stan Franker. Hadden Krajicek en Siemerink het met mijn knowhow van destijds moeten doen, dan waren ze nooit zo snel doorgebroken. Ik heb echt voor lul twee jaar lang de satellites afgelopen. Ik wist van niks en werd door Jan en alleman genaaid, door tegenstanders en door organisatoren die liever een landgenoot in het toernooi hadden.''

De specialist in het dubbelspel – twee weken geleden stond hij met gelegenheidspartner Pavel nog in de finale van het toernooi in St. Petersburg – werd gisteravond tijdens het ATP-toernooi in Londen op ontroerende wijze herdacht door zijn provinciegenoot Paul Haarhuis. Menno Oosting is 34 jaar geworden.