Een gebroken ganzenveer en dito hart

William Shakespeare hield van ingewikkelde plots vol persoonsverwisselingen en romantiek. Hij hield van schuine grappen en gruwelscènes die de goede smaak tarten. Van mooie one-liners en poëtische dialogen. Van swordplay & wordplay, van toneelstukjes-in-eentoneelstuk, en van vrouwen verkleed als mannen die doen alsof ze vrouwen zijn. Shakespeare zou dan ook dol geweest zijn op Shakespeare in Love, de historisch-romantische komedie van John Madden die na een zegetocht in de Engelse en Amerikaanse bioscopen deze maand genomineerd werd voor dertien Academy Awards.

Hoe meer Shakespeare-films er worden uitgebracht – ten minste vijf in de afgelopen paar jaar – hoe duidelijker het wordt dat je het oeuvre van `de Brit van het millennium' het best zo vrij mogelijk kunt opvatten. Kenneth Branaghs Othello en Hamlet waren mooi maar braaf en vielen in het niet bij het vuurwerk van de Richard III van Ian McKellen (de hompelkoning als fascistisch dictator) en vooral de Romeo + Juliet van Baz Luhrmann (Shakespeare voor de MTV-generatie). Shakespeare in Love gaat nog een stapje verder. De versregels die in de dialogen verwerkt zitten, zijn te hooi en te gras uit het Verzameld Werk geplukt; de plot vertoont ironische parallellen met een deel van de 38 stukken, en vooral met Romeo & Juliet, de moeder aller romantische tragedies.

Om de wording van Romeo & Juliet draait het in Shakespeare in Love. Aan het begin van de film, anno 1593, zien we de 39-jarige Bard (Joseph Fiennes, die na deze rol nooit meer als het broertje van Ralph hoeft te worden aangeduid) met een writer's block; het zetten van zijn handtekening wil niet meer lukken.`Het is alsof mijn ganzenveer gebroken is,' klaagt hij bij een Londense kwakzalver, en ja, ook in de liefde gaat het hem slecht. Totdat hij kennis maakt met Viola de Lesseps (de vederlichte hartenbreekster Gwyneth Paltrow), een toneelgekke aristocrate die verkleed als jongen solliciteert bij de acteursgroep die wacht op het moment dat Will verder schrijft aan zijn aangekondigde avonturenkomedie Romeo en Ethel de piratendochter. Viola wordt Wills muze, de poëzie vloeit hem als vanzelf uit de aderen en ook zijn nieuwe stuk neemt vaste vorm aan – al zijn daarbij de handige tips van rivaal Christopher Marlowe (`Ethel bekt niet', `een tragedie werkt beter', `waarom maak je de hoofdpersonen geen geliefden uit ruziënde families') doorslaggevend.

Het optreden van Marlowe, volgens sommige geleerden de echte auteur van de stukken van de schimmige Shakespeare, is maar een van de vele al dan niet anachronistische knipogen. De personages, naast Will en de fictieve Viola ook tal van historische grootheden, bewegen zich in een Blackadderiaans universum waarin je op straat niet meer opkijkt van vallende pis, voortdurend vernederd wordt door wispelturige autoriteiten, en op de Theems wordt lastig gevallen door praatzieke en opdringerige veerlieden (`Weet u, ik ben zelf ook een beetje schrijver'; `Gisteren had ik die Christopher Marlowe nog in mijn boot').

Wie niet kan grinniken om dit soort verwijzingen – `Lekker veel bloed, daar hou ik van' zegt de zeventiende-eeuwse toneelschrijver John Webster die als sadistisch ventje wordt opgevoerd – heeft genoeg aan het verhaal, dat naar de beste tradities van de liefdeskomedie voorziet in schijnbaar overkomelijke barrières voor de geliefden en een vrolijk einde. Of anders aan het romantische beeld van Shakespeare, dat niet meer zo gepassioneerd was sinds Anthony Burgess zich in Nothing Like the Sun (1961) stortte op Shakespeares liefdesleven. Joe Fiennes (designer stubble, ringetje door een oor) speelt de toneelschrijver als een geprangd genie dat zijn inspiratie bij elkaar jatte en ieder bruikbaar snippertje van het echte leven verwerkte. `A plague on both your houses' schreeuwt een boeteprediker tegen de uitbaters van de theaters The Curtain en The Rose; het duurt niet lang of we horen die zin terug in Romeo & Juliet.

Geen Oscarnominatie is ten onrechte voor Shakespeare in Love, dat inmiddels ook al een handvol andere belangrijke prijzen kreeg. Regisseur John Madden, die vorig jaar bekend werd door de serieuze kostuumfilm Mrs Brown (met Judi Dench als koningin Victoria) zorgde voor een hoog tempo en gaf de merendeels Britse cast alle gelegenheid om te schitteren in komisch naturel. Maar zonder zijn scenaristen was hij niet ver gekomen. De in films als Waterworld geschoolde Mark Norman ontwikkelde het idee, en het was de toneelschrijver Tom Stoppard die er het ideale Shakespeare-scenario van maakte. Stoppard had enige ervaring: hij is de auteur van de moderne toneelklassieker Rosencrantz and Guildenstern Are Dead (1966), waarin superieur wordt gevarieerd op Shakespeare`s Hamlet.

En dan zijn er de acteurs. Ben Affleck (als de Brad Pitt van de Elizabethaanse tijd) en Geoffrey Rush (als een theatereigenaar met cash-flow problems) maken kunstwerkjes van hun bijrollen, terwijl Paltrow zich revancheert voor haar wezenloosheid in Great Expectations. Maar de show wordt behalve door Fiennes gestolen door Judi Dench. Haar even tragische als intimiderende koningin Elizabeth is onvergetelijk; zij heeft de beste teksten. `I know something of a woman in a man's profession', zegt ze als Viola wegens travestie ter verantwoording wordt geroepen. En alleen al haar vernietigende reactie wanneer ze vergeefs wacht tot een van haar fatterige hovelingen zijn mantel over een modderpoel legt, is een bioscoopkaartje waard.

Shakespeare in Love. Regie: John Madden. Met: Joseph Fiennes, Gwyneth Paltrow, Judi Dench, Geoffrey Rush, Ben Affleck, Colin Firth, Simon Callow, Rupert Everett. In 31 theaters.

    • Pieter Steinz