Een bijna-akkoord is voorlopig géén akkoord

Rambouillet is een succes, riepen gisteren in koor de betrokken internationale ministers, de Albrights, Cooks en Védrines. Er is een vredesproces, en dat was er tot nu toe niet. Er is overeenstemming over autonomie, democratisering, zelfbestuur, en dat was er tot nu toe ook niet. Er is, riepen ze in koor, bijna een akkoord.

Bijna.

Rambouillet was een mislukking, riep de Servische president Milutinovic. Het was een fiasco. Een circus, verkeerd gepland, verkeerd uitgevoerd. Er is geen politiek akkoord, er is geen militair akkoord, er is kortom niets.

Rambouillet had een soort nieuw Dayton moeten worden waar de Contactgroep het probleem-Kosovo zou regelen. Het werd uiteindelijk slechts het halve ei dat beter is dan de lege dop, maar dat heel wat minder is dan het ei waarop werd gemikt – zeker tegen de achtergrond van de harde dreigementen met luchtaanvallen, de tomeloze inzet van Madeleine Albright en de twee verlengingen van het overleg. Immers, een bijna-akkoord is géén akkoord en een vredesproces is géén proces als over drie weken een van beide partijen weigert te tekenen. En als dat gebeurt, zijn alle in Rambouillet bereikte overeenstemmingen over autonomie, zelfbestuur en democratisering in één klap van de baan en is men terug bij af, bij het tijdperk vóór Rambouillet. Wat wil zeggen: bij het bloedvergieten, bij de machteloosheid van de internationale diplomaten en bij het uitzicht op NAVO-luchtacties die voor de NAVO zelf wel eens net zo gevaarlijk zouden kunnen zijn als voor de Serviërs.

De euforie van de internationale ministers is grotendeels misplaatst. De Amerikaanse minister Albright meldde dat de Albanezen over de streep waren getrokken. De Franse minister Védrine meldde dat de Serviërs over de streep waren getrokken. De machtsstrategie is voortdurend in het perspectief van de politiek geplaatst, aldus Védrine in zijn euforie.

En zeker: beide partijen hebben in Rambouillet concessies gedaan die, gezien de bittere tegenstellingen en de extreme onderdrukking van de Kosovaren in de afgelopen tien jaar, opmerkelijk zijn. Kosovo zou volgens het ontwerp-akkoord democratie, een eigen president, regering, parlement en rechtspraak krijgen en een politiemacht die in haar etnische samenstelling die van de bevolking weerspiegelt. De Servische politie zou verdwijnen en het Joegoslavische leger zou alleen de grens gaan bewaken. Daarmee geven de Serviërs Kosovo de facto uit handen.

De Albanezen hebben het ideaal van de onafhankelijkheid in de ijskast gezet, ermee ingestemd voorlopig deel te blijven uitmaken van Servië en Joegoslavië en genoegen genomen met de vage formulering dat na de interim-periode van drie jaar ,,de wil van de bevolking'' wordt verdisconteerd bij een definitieve regeling. Ze zien die formulering graag als een eufemisme voor een referendum, maar weten heel goed dat niemand zo'n referendum ziet zitten.

Maar hoe fraai ook de concessies, een akkoord is er niet. Beide partijen hebben tot 15 maart om dit ontwerpplan te overdenken. De Albanezen moeten het in Kosovo gaan uitleggen aan hun achterban en de commandanten van het UÇK. Hoe dat afloopt weet vooralsnog niemand, want de truc met het in een eufemisme weggemoffelde referendum en de verplichting het UÇK te ontwapenen konden in Kosovo wel eens heel slecht vallen.

De Serviërs vormen een nog veel groter probleem. Zij zijn zich in Rambouillet tot het bittere einde blijven verzetten tegen de komst van een NAVO-vredesmacht naar Kosovo, die moet toezien op de naleving van een akkoord. Ze hebben in Rambouillet zelfs het risico genomen dat de Albanezen het ontwerp-akkoord zouden aanvaarden, met de consequentie van NAVO-bombardementen op Servische doelen als logisch gevolg van een Servisch `nee'. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat ze over drie weken opeens wèl instemmen met zo'n NAVO-troepenmacht in Kosovo, tenzij er nog drastische concessies van de Contactgroep komen.

De vooruitzichten blijven aldus somber, alle mooie taal over die concessies, het vredesproces en de doorbroken patstelling ten spijt. Madeleine Albright repte van een ,,levensvatbaar'' plan. Het woord fragiel is hier meer op zijn plaats: levensvatbaar wordt het plan pas als de twee partijen ermee instemmen. Gisteren deden ze dat allebei niet en het is onwaarschijnlijk dat ze dat op 15 maart allebei wel zullen doen. Pas dan zal duidelijk worden of Rambouillet een succes of een mislukking is. En tot dan is Rambouillet niet meer dan een Diktat dat per saldo niet is aanvaard. Rambouillet kon slechter aflopen, maar niet véél slechter.

    • Peter Michielsen