Arafat zou Palestijnse staat willen uitstellen

De Palestijnse leider Yasser Arafat heeft gisteren nog eens zijn intentie onderstreept om op 4 mei eenzijdig een Palestijnse staat uit te roepen. Maar een naaste medewerker voegde eraan toe dat Arafat bereid is om Amerikaanse, Europese en Israelische oproepen om de zaak niet op de spits te drijven en zijn plannen uit te stellen, in overweging te nemen.

Op 4 mei is de vijfjarige termijn van het Israelisch-Palestijnse tussenakkoord van Oslo voorbij. Israelische en Palestijnse juristen en politici twisten al geruime tijd over de vraag of er op die dag een juridisch vacuüm ontstaat waarin Arafat de aspiraties naar Palestijnse onafhankelijkheid kan verwezenlijken. Het is echter in de eerste plaats een politieke kwestie of de Palestijnse leider, met slechts 9,1 procent van de Westelijke Jordaanoever onder effectieve Palestijnse civiele en politionele controle, het recht op onafhankelijkheid zal aanroepen. Het Oslo-kamp in de Arbeidspartij onder aanvoering van Jossi Beilin oefent al maanden druk op Arafat uit om 4 mei voorbij te laten gaan en een later tijdstip voor Palestijnse onafhankelijkheid te kiezen. Beilin speelde intertijd uit naam van minister van Buitenlandse zaken Shimon Peres een belangrijke rol in het geheime overleg met de Palestijnen in Oslo.

In Washington heeft president Bill Clinton eveneens druk op Arafat uitgeoefend niet zo vlak voor de Israelische verkiezingen (17 mei) voor premier Benjamin Netanyahu de rode vlag van Palestijnse onafhankelijkheid uit te hangen. De emoties die de uitroeping van een Palestijnse staat in Israel zullen opwekken, kunnen door de op angstgevoelens drijvende Netanyahu in stemmen worden omgezet. Netanyahu kan dan zijn verkiezingsleus `Netanyahu, een sterke man van een sterk volk' waarmaken en de grote delen van de Westelijke Jordaanoever die nog in Israelische handen zijn, annexeren. Dat een dergelijke Israelische beslissing tot hernieuwd Israelisch-Palestijns geweld zou leiden, is zeer waarschijnlijk. In een klimaat waarin aan beide kanten bloed vloeit, is, afgaande op het precedent van 1996, een verkiezingszege van Netanyahu verzekerd. In dat jaar won hij op de golven van de Hamas-terreur de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het premierschap. Angst dreef de kiezers in zijn armen. Zijn slogan `vrede met veiligheid' sloeg aan.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de Palestijnen bereid zijn om hun aandeel te leveren om de herverkiezing van Netanyahu te verhinderen. Arafat zou zijn gesprekspartners van de Arbeidspartij hebben laten weten dat hij terwille van een machtswisseling in Jeruzalem bereid is 4 mei zonder een onafhankelijkheidsverklaring voorbij te laten gaan.

Nog duidelijker op de verkiezingen gericht is de zeer opvallende Palestijnse passiviteit ten aanzien van de driftige Israelische nederzettingenactiviteit op de Westelijke Jordaanoever. Bestaande nederzettingen worden snel uitgebreid, braakliggende heuveltoppen worden ,,bezet'', land onteigend en het landschap doorkruist met veiliger geachte wegen voor de kolonisten. Palestijnse demonstraties tegen deze versteviging van Israels greep op de delen van de Westelijke Jordaanoever die nog in Israelische handen zijn, doen zich echter nog maar sporadisch voor. De Palestijnen gaan botsingen met Israelische troepen en kolonisten tijdelijk uit de weg om de heftigste emoties van het Israelisch-Palestijnse conflict buiten de verkiezingscampagne te houden.

Arafat weet zoals velen in Israel dat Netanyahu's kansen om te worden herkozen niet mogen worden onderschat. Ondanks een zwakke economie en desertie van Likud-kopstukken naar de nieuwe Centrumpartij blijft hij populair. Vrijwel alle opiniepeilingen geven aan dat Netanyahu uitsluitend in de tweede ronde in de strijd om het premierschap eventueel kan worden verslagen. De eerste ronde is zeker voor hem.