Amsterdam wil minder smarthops in binnenstad

De gemeente Amsterdam gaat de vestiging van nieuwe smartshops in het centrum verbieden. Het stadsbestuur vindt dat de winkels waar geestverruimende middelen worden verkocht het leef- en vestigingsklimaat van de binnenstad aantasten.

In het centrum hebben zich de afgelopen jaren tien smartshops gevestigd. Hier worden onder andere paddestoelen, kruidentheesoorten, hennepwijn en `herbal XTC' verkocht. Deze middelen vallen niet onder de drugswetgeving en zijn daarmee vrij verhandelbaar. Op grond van het huidige bestemmingsplan voor de binnenstad is de komst van dergelijke winkels dan ook niet te verhinderen.

De gemeente Amsterdam heeft nu het bestemmingsplan Nieuwendijk/Kalverstraat, waar een groot deel van de binnenstad onder valt, gewijzigd. Volgens het college biedt het nieuwe plan de mogelijkheid ongewenste onwikkelingen in het gebied beter tegen te gaan. De smartshops zouden de uitstraling van de binnenstad negatief beïnvloeden. De geestverruimende middelen werken bovendien agressief en zelfdestructief gedrag in de hand. De huidige tien smartshops worden in het plan opgenomen. Zij mogen niet uitbreiden en als de exploitatie wordt beëindigd, mag er geen andere smartshop voor terugkeren.

De vraag is of het verbod juridisch standhoudt, erkent een woordvoerder. Een bestemmingsplan biedt de gemeente in principe geen wettelijke mogelijkheid te bepalen welke soort winkel in een bepaald pand gevestigd is. Sommige winkels hebben een fraaie en moderne pui en voldoen daarmee aan de ruimtelijke eisen. Daar tegenover staat dat in het verleden het wél gelukt is om met behulp van het bestemmingsplan het aantal geldwisselkantoren in de binnenstad te beperken.

De huidige smartshop-ondernemers lijken geen problemen te hebben met de maatregel. Volgens ondernemer H. van den Hurk wordt de spoeling al erg dun. ,,Op de Nieuwedijk alleen al zitten er een stuk of vijf, zes. Ze blijven maar nieuwe zaken openen.'' Op dit moment zijn er in heel Amsterdam meer dan veertig smartshops. Van den Hurk denkt dat de markt met minder dan helft van het huidige aantal goed kan worden bediend.