Tientallen stukken van Grieg ontdekt

Een musicoloog heeft in Noorwegen enige tientallen tot dusver onbekende werken ontdekt van de Noorse componist Edvard Grieg (1843-1907). Volgens de Universiteit van Münster gaat het om meer dan veertig stukken voor piano en orgel.

Grieg had de werken genoteerd in schriften tijdens zijn studie tussen 1858 en 1862 aan het conservatorium van Leipzig, waarvan hij de beroemdste leerling is. De ontdekking werd gedaan door prof. Joachim Dorfmüller van het Instituut voor Muziekpedagogie van de Universiteit van Münster. Dorfmüller, voorzitter van de Duitse Grieg-vereniging, geldt als Grieg-kenner en -onderzoeker. Hij vond de schriften in de kluis van de Noorse Grieg-vereniging in het Noorse Bergen, waar Grieg woonde in zijn huis Troldhaugen. Geen enkel stuk staat in het twintig delen tellende Verzameld Werk, dat in 1993 werd uitgebracht ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van de componist van onder andere Peer Gynt.

Volgens Dorfmüller laten de gevonden werken ,,een volkomen nieuw beeld zien van de jonge Grieg, dat eerder barokke dan romantische trekken vertoont.'' De muziek roept volgens hem herinneringen op aan Bach en Händel, maar ook aan vroege werken van Mendelssohn-Bartholdy en Schumann. Begin maart zullen in Leipzig enkele van de stukken voor het eerst worden uitgevoerd.

Dat Griegs conservatoriumwerkstukken nog niet zijn eigen stijl verraadden, komt door het academische en historiserende Duitse muziekonderwijs in Leipzig, dat teruggreep op beroemde lokale voorbeelden. Bach was van 1723 tot zijn dood in 1750 cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Het Conservatorium was opgericht door Mendelssohn, ook inwoner van Leipzig, en Schumann had er enige tijd les gegeven.

Grieg bezocht het conservatorium in Leipzig op aanraden van de beroemde Noorse violist Ole Bull, maar was erg ongelukkig over het niveau van het muziekonderwijs. Grieg vond de meeste leraren conservatief en slecht. Na klachten over zijn pianoleraar Louis Plaidy kreeg hij een andere. Ook schreef Grieg later dat hij van zijn leraar Carl Reinecke een strijkkwartet en een ouverture moest componeren, maar dat hij daarvoor de basiskennis niet had omdat op het conservatorium geen les was te krijgen in de techniek van strijkinstrumenten en de beginselen van orkestratie.

Grieg verliet het Leipziger conservatorium na de voordracht van zijn Vier pianostukken, die later zijn opus 1 werden. De andere werkstukken erkende hij niet als serieuze eigen composities. Overigens zei Grieg later dat het hoofdzakelijk aan zijn eigen natuur was te wijten dat hij het conservatorium ,,even dom verliet'' als hij er kwam. ,,Ik was een dromer, zonder talent voor de strijd om het bestaan; ik was onbeholpen, lomp, niet innemend en hardleers in hoge mate. Wij Noren plegen ons zeer langzaam te ontwikkelen; voor zijn achttiende levensjaar toont een Noor zelden wat er in hem steekt.''