Startgelden

Enkele jaren geleden, toen Boris Becker met een brief van zijn arts uit München zich kwam afmelden bij de directeur van het ABN/Amro-toernooi in Rotterdam, ontstak Wim Buitendijk in aanzienlijke woede. Hij betwijfelde sterk of Becker werkelijk dermate geblesseerd was dat hij niet kon spelen en vermoedde dat de Duitse toptennisser Rotterdam en de te verwachten zware tegenstand wilde verruilen voor een weekje behaaglijke rust ergens in de Verenigde Staten. Of dat mevrouw Becker de Hudson prefereerde boven de Maas.

Ik herinner me dat toen nadrukkelijk aan Buitendijk is gevraagd wat zijn plannen voor volgend jaar waren. Zou hij Boris in de ban doen? Wilde hij met zo'n onbetrouwbare crack niets meer te maken hebben? Het antwoord luidde: ,,Geen sprake van. Als Becker volgend jaar nog bij de top hoort en hij meldt zich dan leg ik hem geen strobreed in de weg. De mensen willen toppers zien.''

Vrij kort geleden stond Marcelo Rios, de grillige Chileen, ingeschreven voor de `Grolsch Open' in Amsterdam. Hij liet zich er in de eerste ronde uitslaan en verdween uit het toernooi, inclusief zijn niet geringe startgeld. ,,Komt die volgend jaar terug?'', vroeg ik organisator Piet van Eijsden. Hij werd rood van woede. ,,Die Rios komt er voorlopig bij mij niet meer in.'' En inderdaad ontbrak de Chileen vorig jaar.

Er blijkt uit dat de ene toernooidirecteur gemakkelijker een topper kan weigeren dan de ander. Maar in elk geval blijkt er ook uit dat startgelden het grote kwaad zijn in dit wereldje. Nu is Buitendijk kwaad geworden op Ivanisevic, die zich wel erg gemakkelijk heeft laten wegslaan in de Maasstad maar een leuk startgeld mee naar huis nam. Hetzelfde verwijt hij Krajicek. Intussen geloof ik niet dat Krajicek er met de pet naar heeft gegooid. Hij won van Rosset en verloor vervolgens met tweemaal een tiebreak van Pioline. Die is behalve een uitmuntend tennisser, een geboren vechter en onze landgenoot is dat niet. Maar er is een verschil tussen willen verliezen en geen geboren vechter zijn.

Waar het echter vooral om gaat is het verschijnsel startgelden. Eigenlijk zijn dat ondingen, destijds (in de tijd van Connors en McEnroe) in spelerskringen populair geworden, want gemakkelijk verdiend geld. Er stond immers niets tegenover. Vangen zonder gepresteerd te hebben, maar in het vertrouwen dat die prestaties niet zouden uitblijven. Eenmaal ingevoerd zal het buitengewoon moeilijk zijn dit euvel uit te bannen. Maar zoals het Internationaal Olympisch Comité momenteel aan zelfreiniging moet doen, zo zou tennis het zich tot een plicht moeten rekenen de startgelden af te schaffen.