Olivetti legt met bod vinger op zwakte Telecom Italia

Na de `moeder aller privatiseringen' is Telecom Italia doelwit van een vijandige overname door Olivetti. Telecom Italia raakt verstikt onder een veelheid van ideeën. Het bedrijf wordt nu gestraft voor zwak beleid.

Misschien is Telecom Italia door de beurscommissie gered van een vijandige overname door concurrent Olivetti, maar het miljardenbod legt nog eens voor iedereen zichtbaar de vinger op de zere plekken bij Telecom, volgens eigen opgave het zesde telecombedrijf ter wereld.

Voor donderdag heeft Telecoms topman Franco Bernabè een vergadering van de raad van bestuur belegd. Maar verwacht wordt dat hij dan al is begonnen met het optrekken van verdedigingsmuren. Want wat Olivetti probeert, kunnen anderen ook.

Toen Telecom Italia anderhalf jaar geleden werd geprivatiseerd, werd dit de moeder van alle privatiseringen genoemd. De Italianen zouden hierdoor massaal overstappen

van staatsleningen, die door de dalende rente minder interessant werden, naar risicodragend kapitaal. Het nieuwe management zou bewijzen dat de particuliere sector efficiënter werkt dan de staat.

De meeste beleggers zullen tevreden zijn over de koersstijging, maar die stijging is meer het gevolg van een algemeen vertrouwen in de toekomst van de telecommunicatiesector dan in het specifieke beleid van Telecom. Want dat was, op zijn zachtst gezegd, onduidelijk, en de ene na de andere topmanager vloog eruit.

De start was al moeizaam. Eind 1996 werd Telecom Italia geleid door twee mannen die het grootste deel van hun leven binnen staatsbedrijven hadden gewerkt en eigenlijk niet wilde privatiseren. Zij zetten een kostbaar en riskant project op om Italië te bekabelen met glasvezel en via hun kabelbedrijf Stream te voorzien van programma's. Dat bleek financieel en organisatorisch veel te hoog gegrepen. Het kabelproject werd afgeblazen, Stream zendt nu vooral uit via de satelliet en zoekt een rijke koper. Het ministerie van Schatkist, dat Telecom controleerde, benoemde advocaat Guido Rossi tot president om orde op zaken te stellen.

Rossi deed wat van hem werd gevraagd en in september 1997 begon de privatisering van Telecom. Het was de bedoeling dat hij zou aanblijven, maar hij wilde ook de cultuur binnen het bedrijf veranderen en een eind maken aan de hokjes- en clangeest. De nieuwe kerngroep van aandeelhouders, met een aantal banken en de familie Agnelli, die ook Fiat controleert, wezen zijn verzoek om meer bevoegdheden af. Na een rommelige periode zorgden de Agnelli's dat er een nieuwe topman kwam, Gianmario Rossignolo.

Rossignolo was een vulkaan van ideeën, maar verstikte het bedrijf onder zijn eigen lava. Veelbelovende samenwerkingsprojecten met AT&T en Unisource werden afgeblazen. Succesvolle topmanagers werden weggewerkt. Als er al een strategisch plan was, zat dat in het hoofd van Rossignolo en was hij de enige die het begreep. Eind vorig jaar moest Franco Bernabè, opnieuw, orde in de chaos scheppen.

Olivetti had in diezelfde periode juist een enorme opleving doorgemaakt. Drie jaar geleden werden de beursanalisten die hun kaarten zetten op dit bedrijf, voor gek verklaard. Niemand had belangstelling voor de computers die Olivetti maakte.

Begin 1997 werd de computerdivisie verkocht en verklaarde de nieuwe topman, Roberto Colaninno, dat de toekomst van Olivetti voornamelijk in de telecommunicatie lag. Samenwerking met Mannesmann in Omnitel en Infostrada (draadloze telefonie) gaf het bedrijf lucht. Dankbaar profiteerde deze Italiaans-Duitse alliantie van het gevoel van onaantastbaarheid in de Telecom-kantoren. De winst- en omzetprognoses moesten regelmatig worden verhoogd.

Voor een antwoord op de vraag of Colaninno nu zijn hand heeft overspeeld met het bod op de vijf keer zo grote concurrent Telecom Italia, is het nog te vroeg. Maar de tijd werkt in het voordeel van Telecom, omdat zij haar verdedigingsmechanismes kan verbeteren. Bernabè zou bijvoorbeeld kunnen besluiten de Telecom-belangen in verzekeringen en onroerend goed te verkopen. Of om TIM, de Telecom-dochter voor draadloze telefonie, te doen fuseren met het moederbedrijf om dat sterker te maken. Maar Colaninno heeft al duidelijk gemaakt dat hij dit enorme gevecht, een van 's werelds grootste overnamepogingen ooit, niet is begonnen om na de eerste zware tegenslag de handdoek al in de ring te gooien.