Misdaad en spijt

Hebben berouw en vergeving zin? Helpen ze tegen verdriet van het slachtoffer of herhaling van het foute gedrag? Dat vroeg ik me af bij een opmerkelijk experiment: een dubbel-documentaire over de confrontatie tussen misdadigers en hun slachtoffers. Gisteren zag ik in deel twee van Dokument: Confrontatie een politieagent tegenover degene die hem had neergeschoten. Het was de derde keer dat ze elkaar zagen in een kamertje van de Mesdagkliniek, de agent met zijn brede snor en de wat beteuterde man die zijn leven had veranderd.

Binnenkort zou de 35-jarige dader weer vrij komen. Hij zou een nieuw leven beginnen en nu zocht hij het laatste dat dat in de weg zou staan, acceptatie en vergeving. De politieman was zes jaar geleden in zijn gezicht geschoten toen hij de dader aanhield omdat die op zijn motor geen helm droeg. Na de schietpartij probeerde de dader zichzelf van kant te maken, maar dat was niet gelukt.

Zo te zien was de agent inmiddels geheel hersteld. Hij had geluk gehad. Maar hij wou nog geen absolutie verlenen. In zijn loopbaan had hij te veel beloftes tot beterschap gehoord. Geestelijk was hij er nog steeds niet overheen. Zijn korps had hem voorgesteld om minder te werken en met een salarisschaal lager genoegen te nemen. Wel krenterig en wreed van de politie Heerlen. Verdiende hij dan niet zijn periodiekje voor de in diensttijd opgelopen verwondingen?

,,Ik zit nog met die zwarte vlek. Ik heb door hem levenslang gekregen, terwijl hij over een paar maanden vrij komt'', zei de agent snikkend. Zijn collega, die in de rug was geschoten, was er al overheen en had daarom geen behoefte aan een gesprek met de dader.

In feite zat de kijker bij een onderhandeling over gevoelens. De agent zocht erkenning van zijn leed en de schutter wilde behalve vergeving begrip voor zijn slechte familie-omstandigheden vroeger en voor mishandeling door de politie. Ongetwijfeld waren de therapeuten in de Mesdagkliniek daar uitgebreid op ingegaan. ,,Ik heb je niks gedaan'', reageerde de agent terecht. Het resultaat van het gesprek was onbeslist. De dader wilde zijn spijt betuigen maar de agent bleef sceptisch. Hij moest het nog eens zien aan de verdere levenswandel van de dader.

Het was een knappe documentaire die een scherpere inkijk in de misdaad geeft dan tien tv-discussies bij elkaar. Slachtoffer en dader vertelden de toedracht en de achtergronden van het misdrijf dat in beeld werd gereconstrueerd. De agent werd ook geportretteerd in zijn dagelijkse werk en met zijn gezin.

Ik vind zo'n confrontatie moedig, maar het is een bezegeling van wat al eerder heeft plaats gevonden. Het zou een dader en slachtoffer wat kunnen helpen, maar een oplossing van het misdaadprobleem is het niet. De beslissende stappen moeten al eerder zijn gedaan. De dader moet gevoelens van medelijden hebben gekregen die hij eerder nooit bezat. De beschotene moet zijn leed wat kunnen relativeren en dat is gemakkelijker als hij niet in een rolstoel rijdt. Beiden zijn gevangen in hetzelfde moment uit hun verleden. Zij zijn als de veteranen van dezelfde veldslag.

De dader was een wandelende bom geweest die elk moment kon afgaan. Al eerder had hij zijn schoonvader doodgeschoten. Zijn pistool had hij op zijn achttiende gekocht. Hij was snel gekwetst, hongerde naar ,,respect''. ,,Ik accepteer het van niemand meer'', zei hij. ,,Wie mij kwaad doet, doe ik kwaad terug''. Dat ,,kwaad'' kon ook een alledaagse bekeuring zijn.

Heel vroeger had hij al op portiers van een nachtclub geschoten. ,,De massieve deur redde hun leven'', zegt hij achteraf. Dit soort verknipte mensen zijn er altijd geweest, maar de welvaart heeft hen vuurwapens in handen gegeven en ongeduldiger gemaakt. Opsluiting om de maatschappij tegen hen te beschermen is dan de enige oplossing. Tot ze op latere leeftijd hun wilde haren hebben verloren. Ze hebben een zielig verleden maar hun slachtoffers zijn daar niet verantwoordelijk voor.