Meesterwerk van een hofschilder

Het Rietberg Museum in Zürich herbergt een van de belangrijkste collecties boeddhistische kunst ter wereld. Het is bovendien gevestigd op een historische plek: in Villa Wesendonck kwamen Wagners mooiste liederen tot stand. Mathilde Wesendonck dichtte er in 1858 in haar wintertuin (`im Treibhaus') de woorden die Richard Wagner op muziek zette. Ook het eerste ontwerp van Tristan en Isolde speelde Wagner zijn muze voor in de serre van deze villa. Wie krap anderhalve eeuw later in Mathilde's wintertuin – nu museumcafé – thee zit te drinken, raakt in de goede stemming. Wagners muzikale sublimatie van een onmogelijke liefde past wonderwel bij de zelfoverstijging die wordt gepredikt door het boeddhisme.

In de ondergrondse nieuwbouw van het museum wordt spaarzaam licht gestrooid op unieke exemplaren niet-westerse kunst. Op dit moment is er een zeldzame collectie van zestig vroege boeddhistische schilderingen uit Tibet bijeengebracht, die in Europa alleen in Zürich te zien is. Het feit dat Zwitserland de grootste Tibetaanse gemeenschap in ballingschap na India heeft, zal daar debet aan zijn. Deskundigen van het Zwitserse Tibet-instituut geven aanvullende lezingen, één frank van het toegangskaartje gaat naar de opbouw van een klooster in Tibet.

De expositie onder de titel Geheime Visionen vertegenwoordigt de vroege periode van de Tibetaanse schilderkunst: van de 11de tot de 15de eeuw. De conservatoren willen na de recente speelfilms als Seven Years in Tibet, het westerse publiek inzicht geven in de wortels van de boeddhistische cultuur. In de catalogus worden de thankga's – rollen stof waarop de rituelen geschilderd zijn – van een uitleg voorzien. Geen overbodige luxe voor wie de tientallen boeddha's in verschillende gedaanten, scholen en stijlen een beetje wil begrijpen. Overigens zijn ook de rondleidingen (3 x per week of op aanvraag) nuttig als introductie op de symbolen van het boeddhistische beeldenrijk.

De talrijke boeddha's van verschillende scholen, worden vaak geflankeerd door twee bodhisattvas, `verlichtingswezens'. Natuurlijk zijn er talloze tantra's te zien, teksten die de transcendentie van de gewone realiteit in de hoogste werkelijkheid mogelijk moeten maken. De yab-yum (vader-moeder) paren symboliseren in hun seksuele versmelting de totale opheffing van alle tegenstellingen en daarmee de ervaring van de absolute eenheid. De mandala's wijzen de mediterende de weg naar de centrale godheid. Het zijn opvallend modern aandoende geometrische schilderingen, die bovenaanzichten van boeddhistische tempels voorstellen.

Vanaf het midden van de 12de eeuw had Tibet de leidende positie in de boeddhistische eredienst overgenomen van India, waar de islam oprukte. Duizenden religieuze teksten werden van het Indiaas in het Tibetaans vertaald, boeddhistische tempels schoten uit de Tibetaanse bodem, jonge mannen en vrouwen traden massaal toe tot de kloosterordes, die een bloeitijd beleefden. Met hun minder gevestigde boeddhistische traditie, bleven de Tibetanen voor de opbouw van hun kloosters en rituele afbeeldingen afhankelijk van Indiase kunstenaars, later ook Nepalese kunstenaars. Uit beide invloeden ontwikkelde zich door de eeuwen een eigen Tibetaanse stijl. Deze ontwikkelingsgang is in de expositie goed te volgen. Die Tibetaanse mix verspreidde zich vervolgens weer over de rest van Azië, dat in die tijd beheerst werd door de Mongolen. Marco Polo ondernam er zijn tochten; zijderoutes doorkruisten het Mongoolse rijk van China tot India. Ook de beroemdste Nepalees-Tibetaanse kunstenaar uit de dertiende eeuw onderneemt de reis. Deze Anige of Aniko wordt op zestien-jarige leeftijd in 1261 door de Tibetanen in Nepal geronseld, om na twee jaar werken in Tibet door te stoten tot hofschilder aan het Mongoolse hof in Peking. Anige maakt er school en drukt zijn stempel op de Chinese schilderkunst van die periode. In 1306 haalt een Tibetaans vorst de integrale studio van Anige-leerlingen weer terug uit Peking voor de renovatie van het klooster van Shalu. Tot op de dag van vandaag kan hun werk aan de wanden van dit Tibetaanse klooster, ten zuidwesten van Lhasa, bewonderd worden. Van Anige zelf was nog nooit een werk teruggevonden. De conservatoren durven het echter aan, onder andere op basis van meester-leerling vergelijkingen, een prominent doek op de tentoonstelling toe te schrijven aan de grote meester Anige. De virtuoos geschilderde `groene Tara' is daarmee het enige stuk op de expositie dat ook in biografisch opzicht enig reliëf krijgt. Inderdaad lijkt de groene vrouwenfiguur - een bodhisattva - ineens een extra dimensie te krijgen, als je iets weet van de schilder. Wetenswaardigheden als deze verlevendigen het bezoek aan de tentoonstelling.

Sommige thangka's zijn bijna 1000 jaar oud. Ze zijn door de intensieve schildertechniek, het droge klimaat en de hoge ligging van Tibet wonderlijk goed geconserveerd. Interessante vraag is, hoe de rol van de kunsthandel en van particuliere verzamelaars wordt beoordeeld, die deze stukken sinds de Chinese bezetting hebben weten te bemachtigen. Niet meer dan ruim vier- à vijfhonderd zijn er in het westen beland. Vooralsnog lijkt het erop, dat de Tibetaanse gemeenschap en de kunsthistorie een dienst is bewezen.

Tentoonstelling: Geheime Visioenen. In: Museum Rietberg, Gablerstrasse 15, Zürich. Tel. (0041) 1 202 45 28. Internet: www.rietberg.ch