Landelijke dagbladen op winst

De gezamenlijke landelijke dagbladen blijven groeien ten koste van regionale kranten. De oplage van alle dagbladen samen is het afgelopen halfjaar nauwelijks veranderd. Die daalde licht, met 5.724 exemplaren tot 4,5 miljoen.

Dat blijkt uit de jongste oplagecijfers die Cebuco, een organisatie van de gezamenlijke dagbladen, gisteren heeft gepubliceerd. Van de landelijke bladen is Het Financieele Dagblad met 5,4 procent tot 52.827 exemplaren de snelste groeier.

De Telegraaf en NRC Handelsblad zijn de snelste groeiers onder de grote algemene landelijke dagbladen. De oplage van NRC Handelsblad steeg met 0,6 procent tot 271.232 stuks, terwijl die van de Telegraaf met 0,6 procent toenam tot 807.500 exemplaren. De Volkskrant groeide met 0,3 procent (351.884) en Trouw met 0,2 procent (112.628). Alleen het Algemeen Dagblad bleef stabiel op 396.962 exemplaren.

Cebuco baseert zijn cijfers op een jaargemiddelde over januari tot en met december 1998. Die cijfers worden vergeleken met de gemiddelde oplage over de periode juli 1997 tot en met 30 juni 1998, zodat sprake is van een voortschrijdend gemiddelde. Tot vorig jaar publiceerde Cebuco slechts één keer per jaar een momentopname, waardoor de verschillen groter waren dan die volgens de huidige methodiek.

Slecht ging het afgelopen jaar met de Nederlandse Staatscourant die 4,5 procent verloor tot een oplage van 11.357.

Van de regionale dagbladen daalde BN/De Stem het sterkst. De Brabantse fusiekrant verloor 2,1 procent op een oplage van 151.450 exemplaren. De Leeuwarder Courant, het Noordhollands Dagblad, de Provinciale Zeeuwse Courant en het Utrechts Nieuwsblad waren de enige regionale kranten die groei meldden.

Cebuco verwacht in de tweede helft van dit jaar toe te treden tot Het Oplage Instituut (HOI), een initiatief van adverteerders en uitgevers om tot betrouwbaarder oplagecijfers te komen. Directeur F. Kuhlman zegt desgevraagd niet te verwachten dat dit opnieuw gevolgen zal hebben voor de methode waarmee de oplages zullen worden gemeten.