Gevaar van lawines neemt nog toe

Het grote gevaar van lawines in de Alpen is niet alleen het gevolg van extreme sneeuwval. Er is ook ten behoeve van de wintersporters gebouwd op plaatsen waar dat eigenlijk niet veilig is. En de plaatselijke bevolking weet dat heel goed.

In het Alpengebied duren de problemen als gevolg van de zware sneeuwval onverminderd voort. Het lawinegevaar is bijzonder groot en neemt alleen nog maar toe.

Boosdoener is volgens H. Geurts van het KNMI de noordwestelijke stroming die al enkele weken polaire lucht aanvoert. ,,Bij ons leidt dat tot een enkel sneeuwbuitje. Maar als die lucht tegen het Alpenmassief botst en gedwongen opstijgt, neemt de neerslagactiviteit sterk toe en vallen er pakken sneeuw. Op sommige plaatsen kwam er in een paar dagen tijd één tot anderhalve meter bij. Overigens is zo'n polaire stroming eerder iets voor het voorjaar, eigenlijk is hij te vroeg.''

Ook in de winters van 1996 en 1997 viel er soms in korte tijd een extreem pak sneeuw. Toch zijn de gemiddelde hoeveelheden de afgelopen tijd afgenomen. Zo viel er op de Hohenpeissenberg (977 meter) in Zuid-Duitsland in de jaren zestig gemiddeld 295 cm per jaar. In de jaren tachtig was dat geslonken tot 272 cm, en in de periode 1990-1995 bedroeg het nog maar 213 cm. Dieptepunt was 1989 met slechts 97 cm verse sneeuw. Nu ligt er plaatselijk al meer dan vijf meter, een record.

Geurts hoopt op aanhoudend vriesweer in de Alpen, opdat de sneeuw kan inklinken en verdampen. ,,Wanneer het opeens gaat dooien, tot op grote hoogte, dan hebben we de poppen aan het dansen. Zeker in combinatie met regenval in het stroomgebied van rivieren als de Rijn.

,,Ook in 1993 en 1995, toen de waterstand van de Rijn in Nederland enorme problemen gaf, was er een combinatie van veel smeltwater en veel regenwater. De verwachting is dat het op grote hoogte voorlopig niet zal dooien. Dat deed het overigens wel een paar dagen lang in sommige middelgebergten. Onmiddellijk kampte het Zwarte Woud met wateroverlast.''

In het Alpengebied speelt op dit moment vooral het lawinegevaar. Het gaat dan om droge lawines, waarbij de opgehoopte verse sneeuw in dikke poederwolken met snelheden tot boven de 200 km per uur de helling af stuift.

Steekt er een warme wind op, dan kan de toplaag van het sneeuwdek vooral bij zonnig weer smelten, waarna de zaak gaat schuiven. Het gevolg zijn natte lawines met een niet minder verwoestende kracht.

Tegen opeenhoping van sneeuw in een reliëfrijk gebied valt niets te beginnen. ,,Maar je kunt wel maatregelen treffen'', meent P. Beukenkamp, fysisch geograaf aan de Universiteit Utrecht. Dat zijn in de eerste plaats permanente veiligheidsvoorzieningen als lawinehekken, dijken en bekkens. Ze zijn bedoeld om de lawines te versnipperen, een bepaalde kant op te sturen of op te vangen. Beukenkamp: ,,Veel lawines volgen bekende paden, zodat technische voorzorgsmaatregelen zinvol zijn.''

Tijdelijke maatregelen behelzen het tijdelijk afsluiten en evacueren van gevaarlijke locaties, waarna met knalgeluiden gecontroleerde lawines worden opgewekt.

Het aantal slachtoffers van lawines is de laatste jaren gestaag toegenomen. ,,Heel vaak gaat het om toeristen'', zegt Beukenkamp. ,,Soms zijn het de skiërs zelf die de lawine opwekken. Door zich buiten de piste te begeven en waarschuwingen te negeren, zoeken ze het gevaar op.''

Wat bovendien speelt is dat door de enorme vlucht die het wintersporttoerisme heeft genomen er om economische redenen is gebouwd op locaties die minder veilig zijn. Beukenkmap: ,,De plaatselijke bevolking weet dat; die hebben hun nederzettingen wel op veilige plaatsen staan. Het afsluiten van een skigebied in het hoogseizoen betekent een enorme schadepost, dat doe je niet zo snel. Onder die economische druk zijn achteraf bezien soms te gemakkelijk risico's genomen.''

De risicogebieden in Vorarlberg of waar dan ook in de Alpen zijn genoegzaam bekend, meent Beukenkamp. ,,Als er veel sneeuw ligt skiet dat lekker, maar tegelijk neemt het gevaar op lawines toe. Als je extreme weersomstandigheden hebt en er zijn veel mensen op de been, kunnen ongelukken niet uitblijven. Vergelijk het met het bouwen van woonwijken in het Limburgse Maasdal. Dat kan lang goed gaan, maar niet altijd.''