Geloof beurt ouderen op

Uit onderzoek blijkt dat gelovige ouderen minder last hebben van depressies dan niet-kerkelijke bejaarden. Atheïsten zullen het misschien toeschrijven aan het placebo-effect. Feit is in ieder geval dat ouderen die in God geloven minder last van depressies hebben dan niet-kerkelijke bejaarden. Dat blijkt uit de studie Religion and depression in later life; an empirical approach, waarop onderzoeker Arjan Braam vrijdag promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Waarom dit onderzoek?

,,De invloed van religie op de geestelijke gezondheid is altijd een onderbelicht onderwerp geweest. De psychiatrie heeft religie altijd afgedaan als onzin. Maar tijdens mijn co-schappen in het ziekenhuis merkte ik dat het voor veel ouderen wel degelijk ertoe deed. Patiënten met de meest vreselijke ziektes putten moed uit de gedachte dat daarboven iemand was die voor hen zou zorgen. Tegenwoordig zet men zich minder af tegen het geloof dan vroeger, maar onze kennis over het onderwerp is nog altijd erg diffuus.''

Hoeveel ouderen zijn ondervraagd?

,,Voor mijn onderzoek heb ik onder andere gebruik kunnen maken van een langlopend bevolkingsonderzoek van de VU naar het zelfstandig functioneren van ouderen, waarbij aan drieduizend mensen in Amsterdam en de omgeving van Oss en Zwolle vragenlijsten zijn voorgelegd. Van de ondervraagden bleek in totaal ongeveer 15 procent last te hebben van een vorm van depressie. Ouderen van synodaal gereformeerde gezindte lagen met 9,5 procent ruim onder dit gemiddelde, maar ook Nederlands hervormden, katholieken en gereformeerden van andere gezindten waren gemiddeld minder depressief. Niet-kerkelijke ouderen scoorden met 17 procent significant hoger.''

Ligt de conclusie dat ouderen steun vinden in hun geloof niet erg voor de hand?.

,,Niet helemaal. Ik had zelf verwacht dat gereformeerden somberder zouden zijn dan gemiddeld. Verrassend genoeg bleek dat niet het geval te zijn. Ik heb lang zitten puzzelen, maar zelfs orthodox-gereformeerden vertonen minder symptomen van depressiviteit dan niet-kerkelijken.

De situatie wordt anders als streng gereformeerden allemaal in één plaats bij elkaar wonen. Gereformeerden in Genemuiden bleken bijvoorbeeld depressiever dan gemiddeld en dat gold ook voor hun niet-kerkelijke dorpsgenoten. Verder bleek dat kerkelijke gezindte ook van invloed is op de symptomen die depressieve ouderen vertonen. Patiënten met een calvinistische achtergrond vertoonden eerder fysieke klachten, zoals slapeloosheid en verminderde eetlust.

Blijkbaar praten ze minder makkelijk over hun problemen. Maar voor alle religieuze ouderen geldt dat zij, als zich een depressie voordoet, sneller opknappen dan niet-kerkelijke patiënten. Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van dit onderzoek.''