De `barbaren' staan weer aan de poorten van Rome

Telecom Italia is de inzet geworden van een Amerikaans aandoende overnamepoging. Europa is niet wars van overmoedig cowboy-kapitalisme.

De barbaren bonken op de poorten van Rome. Olivetti, een gesjeesde schrijfmachinefabrikant die zich heeft herpakt als aanbieder van mobiele telefonie, wil voor ruim 100 miljard gulden het voormalige staatstelefoonbedrijf Telecom Italia opkopen. Het financieel barbarisme, dat voorbehouden leek aan Amerikaanse bedrijfsovername-artiesten, infecteert langzaam maar zeker Europese financiers, bedrijven en overheden.

Uit de overrompelende actie van Olivetti, dat een bedrijf wil kopen dat vijf maal zo groot is als zijzelf, spreekt de overmoed die typerend is voor de huidige fase van het kapitalisme. De beurskoersen staan dichtbij records. De rente is laag. Zakenbanken zijn na het rampjaar 1998 `provisiegeil'. Het optimisme van de internationale topmanagers lijkt na een inzinking (crises in Azië, Brazilië en Rusland) weer herstellende. In de jungle van de financiële markten weet je het nooit zeker, maar als de kleintjes op de groten jagen, is de piek van beurskoersen en bijbehorende losbandigheid nabij.

Ook al mislukt deze greep naar de macht, de gevolgen zullen zich in Europa doen voelen. De oude wereld is in het verleden niet immuun gebleken voor dit cowboykapitalisme. De Europese bedrijfselites hebben kraktertrekken van de comboys aangenomen, met nadruk op korte termijn gewin en de belangen van de aandeelhouders in het volkskapitalisme. Telecom Italia heeft bijvoorbeeld zo'n twee miljoen `kleine'aandeelhouders die de doorslag kunnen geven als de overheid zich, zoals zij belooft, ondanks haar speciale rechten neutraal houdt. Tenslotte zijn het nog Italianen onder elkaar, met hun eigen variant op Amerikaanse toestanden: na de spaghetti-western nu het spaghetti-kapitalisme.

In het bedrijfsleven zijn de `wilde' jaren tachtig overtroffen door de buitensporige jaren negentig. Het hoogtepunt in de Amerikaanse overnamegevechten in het vorig decennium was de slag om voedings- en sigarettenbedrijf RJR Nabisco. De saga van intrige en zelfverrijking ging de geschiedenis in als Barbarians at the gate. Uiteindelijk werd RJR Nabisco op een veiling opgekocht door de financiers van KKR, een boetiekje van financiële experts die met geld van beleggers bedrijven inlijven. Eenmaal, andermaal, verkocht, aan die mijnheer met dat kalende voorhoofd. Voor 25 miljard dollar (toen bijna 50 miljard gulden). Een record in die dagen.

De slag om RJR Nabisco inspireerde de Britse financier Goldsmith om een vergelijkbaar bod te doen op de Britse verzekerings- en sigarettengigant BAT. Hij wilde het bedrijf opsplitsen en de winst in zijn zak steken, maar haalde bakzeil. De Italiaanse industrieel Carlo de Benedetti, toenmalig topman van Olivetti, trachtte in 1988 de Generale Maatschappij, het kroonjuweel van België, te kopen, maar werd overtroefd door de Franse Suez Groep.

Ook al mislukten toen alle pogingen, de gevolgen waren verstrekkend, al bleek dat soms pas na jaren. BAT is anderhalf jaar geleden toch gesplitst. Hetzelfde gold voor een andere prooi, chemiereus ICI. Met de verkoop van de Generale Maatschappij aan Suez kwam de uitverkoop van het Belgische bedrijfsleven pas echt op gang. De Fransen zijn inmiddels ook eigenaar van `s lands grootste energiebedrijf, Tractebel. Al faalt Olivetti, de dobbelsteen is gaan rollen. In bedrijfstakken die nieuw zijn op de geliberaliseerde markt (water- en energie, telecom, luchtvaartmaatschappijen) is het gebonk al te horen.