Boeren betogen

VIJFTIGDUIZEND boeren hielden gisteren Brussel in hun greep. De agrariërs staan voor de zoveelste sanering sinds op 1 januari 1962 het gemeenschapppelijk landbouwbeleid (CAP) een aanvang nam. Terwijl de ministers van Landbouw van de Europese Unie aan een marathonoverleg begonnen dat de Unie gereed moet maken voor de 21ste eeuw en voor de uitbreiding met Oost-Europese landen, demonstreerden buiten, op afstand gehouden door de oproerpolitie, boeren die voor hun broodwinning vrezen. Prijsverlagingen die niet of niet helemaal, zoals gebruikelijk, worden gecompenseerd zullen een einde maken aan de boerenstand zoals wij die kennen en zijn daarom onaanvaardbaar, is hun boodschap aan de bewindslieden.

Voorlopig hebben de ministers te veel problemen met elkaar dan dat zij zich al te veel aan hun betogende achterban gelegen konden laten liggen. De landbouwonderhandelingen zijn onderdeel van een groter treffen over het huishoudboekje van de Unie in de komende jaren. Het moet allemaal zuiniger en gestroomlijnder en de lasten moeten rechtvaardiger worden verdeeld. Als de landbouwbegroting, vijftig procent van het totale budget van de EU, flink kan worden gesnoeid, is een eerste stap in de goede richting gezet. Alleen, de meningsverschillen zijn groot. De een wil het steunbeleid voor de boeren renationaliseren, de ander is daar fel op tegen. De een wil zijn geld terug, de ander is verslaafd aan de subsidietrog.

DE DISCUSSIE OP zichzelf biedt nauwelijks nieuwe aanknopingspunten. De Europese boer is al sinds mensenheugenis geen ondernemer meer in de zuivere betekenis van dat woord. Als onmisbaar voor de voedselvoorziening is hij door de overheden, nationale en communautaire, onder de arm genomen en beschermd tegen overzeese concurrentie. De Europese burgers betalen daarvoor via belastingen en hogere prijzen. Intussen neemt de productiviteit in de, geïndustrialiseerde, agrarische sector nog steeds toe. Veel boeren zijn afgevloeid, maar het gevaar van overproductie in de vorm van boter-, graan- en vleesbergen ligt voortdurend op de loer. Zelfs nu overschotten als, overbodige, noodhulp en tegen sterk verlaagde prijzen naar Rusland worden afgeschoven.

Wat nieuw is, is de dwang die uitgaat van globalisering en uitbreiding. In het internationale overleg over handelsverruiming speelt de Europese landbouw de rol van zieke man die zich niet weet aan te passen aan de eisen van de wereldmarkt. Met de uitbreiding van de Unie komen er landen bij met een achtergebleven agrarische sector. De sanering daar zal zonder meer grote bedragen eisen, maar zij zou onbetaalbaar worden als het Europese landbouwbeleid niet, preluderend op de nieuwe uitdaging, bij voorbaat wordt aangepast. De verwachting is dat de hete aardappel van bord naar bord zal worden geschoven totdat de regeringsleiders op hun top volgende maand de knoop doorhakken. Dan zullen de verlangens van de demonstrerende boeren bij de afweging van belangen, tegen de Europese traditie in, waarschijnlijk niet langer de doorslag geven.