Basisinkomen voor topsporters in 2001

Topsporters in Nederland ontvangen met ingang van het jaar 2001 een basisinkomen van de overheid. Voor een alleenstaande is dat een bedrag van 1.033 gulden per maand, een gehuwde of samenwonende sporter krijgt 1.666 gulden. De nieuwe regeling staat in de topsportnota `Kansen voor topsport' van staatssecretaris M. Vliegenthart van VWS. Het kabinet stemde afgelopen week met de plannen in. De Tweede Kamer kreeg de nota vandaag toegestuurd en moet er nog haar goedkeuring aan geven.

Tot de structurele loonregeling van kracht wordt, geldt een overbruggingsregeling. Dat gebeurt via de zogenoemde strippenkaart van de overkoepelende sportbond NOC*NSF. Topsporters worden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari tot het eind van volgend jaar betaald volgens het aantal uren dat ze trainen en aan wedstrijden deelnemen.

NOC*NSF geeft met deze overbruggingsregeling aan voorstander te zijn van een andere regeling dan die van Vliegenthart. In Papendal wil men de topsporter liever honoreren naar het meer uitdagende loon-naar-werken. Daar ziet de staatssecretaris echter niets in. Ze wenst geen onderscheid te maken tussen sporters of takken van sport. Alle sporters krijgen van Vliegenthart maandelijks hetzelfde bedrag overgemaakt.

Het basisinkomen is voor sporters die door NOC*NSF als A-sporter worden aangeduid. Dat zijn sportmensen die in de nationale ploeg van een gekwalificeerde sport uitkomen of individueel bij EK's, WK's en Olympische Spelen finales bereiken. Ook talenten waarvan wordt verwacht dat ze binnen afzienbare tijd op dat niveau belanden, komen in aanmerking.

De financiële steun is bestemd voor topsporters die door intensieve sportbeoefening niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Volgens een onderzoek dat de atletencommissie van NOC*NSF vorig jaar heeft gehouden, heeft het merendeel van de topsporters een bruto jaarinkomen van minder dan 10.000 gulden. Profsporters, zoals voetballers, tennissers en wielrenners die meer verdienen dan het wettelijk minimumloon, vallen buiten de regeling.

Omdat er geen sprake is van een werkgever-werknemerverhouding noemt de overheid de nieuwe betalingsregeling liever geen inkomen maar een stipendium, een soort beurstoelage. De vastgestelde maandelijkse bedragen zijn afgeleid van zeventig procent van de bijstandsnorm. Daarnaast mogen sporters maximaal 1.800 gulden bijverdienen. Via NOC*NSF, de eigen bond of sponsors kan ook nog een onkostenvergoeding worden verkregen.

De verwachting is dat maximaal 300 sporters van de nieuwe regeling gebruikmaken. Voor het project is naar schatting per jaar 5,2 miljoen nodig. Waar dat geld vandaan komt, is nog niet duidelijk. Het meest voor de hand ligt dat VWS er jaarlijks een bedrag voor op de begroting zet. Het geld voor de interim-periode tot 2001 wordt verkregen uit de rente van de 51 miljoen gulden uit het onder voormalig staatssecretaris Terpstra opgezette Fonds van de Topsporter. Voor het basisinkomen is dat fonds echter niet toereikend.

Vliegenthart heeft in haar nota ook oog voor de topsporter van de toekomst. Het ministerie vindt het kweken en begeleiden van talenten van groot belang. Daarom wordt het budget hiervoor in 2002 van 1,1 naar 5,5 miljoen verhoogd. De staatssecretaris spreekt de hoop uit dat meer oud-topsporters zich met talentherkenning- en ontwikkeling gaan bezighouden. Ook voor het ontwikkelen en uitvoeren van topsportbeleidsplannen door NOC*NSF en de sportbonden komt er meer geld beschikbaar (van 4 naar 7,5 miljoen). Vliegenthart zal tevens de oprichting van een expertisecentrum voor de topsport ondersteunen.

De nota besteedt veel aandacht aan het dopingvraagstuk. De jaarlijkse bijdrage voor het oprichten van een onafhankelijke organisatie voor dopingcontroles wordt vanaf 2001 met 250.000 gulden verhoogd naar 750.000 gulden. Een werkgroep van VWS, Justitie, het Openbaar Ministerie en de douane onderzoekt op verzoek van Vliegenthart en minister Korthals (Justitie) de mogelijkheid om de handel in doping wettelijk harder aan te pakken. Al eerder maakte Vliegenthart bekend sportbonden zonder degelijk antidopingreglement minder subsidie krijgen.

De komende vier jaar stelt Vliegenthart voor de Nederlandse topsport extra geld beschikbaar, oplopend tot 13,7 miljoen gulden in 2002. Dat is een kwart van het bedrag waarmee de bijdrage voor de sport in het regeerakkoord van vorig jaar werd verhoogd. In totaal komt het topsportbudget van VWS daarmee in 2002 op 23 miljoen.