Albright: veel inzet, geen vuist

In Rambouillet eindigt vandaag het overleg over Kosovo. Dan blijkt of minister Albright, de regisseur, met haar inzet, charme en dreigementen succes heeft geboekt.

Stijl is altijd belangrijk voor Madeleine Albright. Met een stoere Stetson op haar hoofd arriveerde ze zaterdag, enkele uren voor het verstrijken van het eerste ultimatum, bij de Kosovo-conferentie in Rambouillet. Het was alsof ze met die hoed wilde zeggen: hier komt Amerika, hier komt de sheriff.

Maar Albright maakt zich geen illusies. Als Amerika de sheriff van de wereld is, dan hoogstens een schoorvoetende – om de titel te citeren van een boek over de Amerikaanse buitenlandse politiek (The Reluctant Sheriff, van Richard Haass). Een sheriff die de grootste moeite heeft samen te werken met zijn deputies. Een sheriff die wel heel streng kan spreken, maar zijn dreigementen lang niet altijd uitvoert.

Ruim twee jaar is Madeleine K. Albright (61) nu het gezicht van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Haar eerste jaar als minister van Buitenlandse Zaken leverde haar veel lof op, zowel in de pers als in het door Republikeinen gedomineerde Congres. Ze sprak klare taal, ze maakte een krachtige indruk en ze deed haar best om de sterk bekoelde relaties van de regering-Clinton met het Congres te herstellen.

Maar in het tweede jaar draaide de wind. Het begon op te vallen dat ze aan haar harde woorden vaak geen gevolgen kon of wilde verbinden. Ze stelde de Israelische premier Netanyahu een ultimatum voor hervatting van het vredesoverleg. Maar Netanyahu negeerde het, het Congres was woedend dat Albright Israel zo onder druk durfde te zetten, en Madam Secretary zelf stond in haar hemd. Ook de Iraakse president Saddam Hussein en de Joegoslavische president Miloševic ontdekten dat er soms een brede kloof gaapt tussen haar woorden en haar daden. In de binnenlandse politiek verloor de minister eveneens veel van haar glans. Ronduit een afgang was een vorig jaar rechtstreeks op televisie vertoonde discussiebijeenkomst in Ohio, waar Albright, Veiligheidsadviseur Sandy Berger en minister van Defensie William Cohen voortdurend werden uitgefloten toen ze probeerden uit te leggen waarom de VS van plan waren om Irak te bombarderen. Minder opvallend, maar niet minder pijnlijk, is dat het Albright, ondanks haar inzet, nog altijd niet gelukt is om het Congres ervan te overtuigen de achterstallige contributie aan de VN te betalen.

Toen Albright zich persoonlijk opwierp als bemiddelaar in Rambouillet, was het duidelijk dat de inzet van de conferentie niet alleen voor Servië en Kosovo groot was, maar ook voor haar zelf. Met de uitkomst van het overleg staat heel direct haar geloofwaardigheid op het spel. Al in maart zei ze immers: ,,We zullen niet lijdzaam blijven toekijken als de Servische autoriteiten in Kosovo gaan doen waar ze in Bosnië niet meer mee wegkomen.'' En zoals bekend is lijdzaam toekijken precies wat de Verenigde Staten (en de rest van de wereld) maandenlang hebben gedaan.

Anders dan haar voorganger Warren Christopher kan Albright goed overweg met de media. Maar haar zelfverzekerde optredens voor de televisiecamera's werken niet altijd goed. Bij onderhandelingen zoals in Rambouillet kan het nuttig zijn om een deadline te stellen. En het kan ook nuttig zijn om tegen de betrokken partijen te onderstrepen dat er daarna echt geen uitstel meer mogelijk is. Maar wie dat doet voor het oog van de wereld, zoals eerst Albright en later ook Clinton, slaat onnodig een lelijk figuur als het ultimatum een paar uur later toch wordt opgeschoven.

Madeleine Albright was bijna vier jaar ambassadeur bij de Verenigde Naties in New York, toen president Clinton haar, onder meer op aandringen van zijn vrouw Hillary, het ministerschap van Buitenlandse Zaken aanbood. Binnen het kabinet had Albright er vaak voor gepleit dat de VS in crisissituaties een actievere leidersrol zouden spelen. En het leek er op dat ook Clinton doordrongen was geraakt van het belang van een krachtige diplomatie gesteund door de dreiging van gewapend ingrijpen.

Albright herleidt haar visie op de rol van Amerika in de wereld tot haar jeugd. Ze groeide op als dochter van een Tsjechoslowaakse diplomaat, en met haar ouders moest ze haar vaderland twee keer ontvluchten, eerst voor de nazi's en later voor de communisten. Als elfjarig, katholiek opgevoed meisje kwam Albright naar de Verenigde Staten. Dat haar grootouders joods waren, en in concentratiekampen zijn omgekomen, heeft ze naar eigen zeggen pas ontdekt toen een journalist dat kort na haar benoeming tot minister uitvond.

Over de lessen die de Tweede Wereldoorlog haar geleerd heeft zei ze eens: ,,Ik heb gezien wat er gebeurt als een dictator de kans krijgt een deel van een land over te nemen en het land naar de knoppen gaat. En ik heb tijdens de oorlog ook het tegenovergestelde gezien, toen Amerika zich in de strijd stortte.''

In de twee jaren van haar ministerschap is ze er snel achter gekomen dat de publieke opinie, het Congres en ook de president van Amerika na het eind van de Koude Oorlog terughoudend zijn geworden om zich in militaire avonturen te storten. Van haar voornemen om veel tijd te besteden aan het uitleggen en `verkopen' van haar beleid aan het Amerikaanse publiek, is na de rampzalig verlopen discussiebijeenkomst in Ohio niet veel meer terechtgekomen. Waarom er eventueel Amerikaanse grondtroepen naar Kosovo moeten, waarom Amerika wel in de Balkan ingrijpt maar niet in Afrika, waarom de Amerikaanse regering opeens een voorstander is geworden van een defensiesysteem van antiraketraketten – het zijn allemaal zaken die de publieke opinie nog amper zijn uitgelegd.

Albright, gescheiden en moeder van drie volwassen dochters, heeft internationale betrekkingen gedoceerd aan de Georgetown University in Washington. Ze heeft meegewerkt aan de verkiezingscampagnes van de Democraten Muskie, Dukakis en Mondale. En ze was vier jaar voorzitter van een denktank op het gebied van buitenlandse politiek.

Zoals iedere minister is haar macht afhankelijk van haar vermogen om de president voor haar opvattingen te winnen. Voor Clinton heeft de buitenlandse politiek nooit op de eerste plaats gestaan. Moeilijke en riskante beslissingen stelt hij bijvoorkeur uit tot het echt niet meer anders kan.

Albright heeft niet zo makkelijk toegang tot Clinton als de Nationale Veiligheidsadviseur, Sandy Berger, wiens kantoor in het Witte Huis is. Maar anders dan veel van haar voorgangers werkt Albright goed samen met de Veiligheidsadviseur. Binnen haar ministerie heeft ze een ploeg om zich heen verzameld, aan wie ze veel delegeert. Haar plaatsvervanger, Strobe Talbott, een goede studievriend van Clinton, bepaalt het beleid ten opzichte van Rusland grotendeels. De interantionale financiële crisis laat ze over aan minister van Financiën Rubin. Critici van Albright verwijten haar dat ze daarom op belangrijke onderdelen van het beleid te weinig greep heeft.

Als Albright gevraagd wordt of het Lewinsky-schandaal haar werk heeft bemoeilijkt, antwoordt ze ontkennend. Ze zegt blij te zijn dat haar collega's nu niet meer steeds vragen of Amerika nog wel bij zijn verstand is. Albright heeft Clinton in zijn donkerste uur op een belangrijk moment aan zich verplicht. Toen de affaire aan het rollen kwam, ontkende Clinton ook tegenover zijn kabinet dat hij een verhouding met de stagiaire had gehad. Albright was de eerste minister die die ontkenning op de stoep van het Witte Huis voor de camera's herhaalde, met de toevoeging dat ze de president geloofde.

,,Buitenlandse politiek is praktisch, niet esthetisch'', schreef Albright in november in het tijdschrift Foreign Affairs. Ze ziet zichzelf vooral als een pragmaticus, maar ze spreekt kritiek tegen dat ze geen visie zou hebben. Het voorkomen van verspreiding van wapens voor massavernietiging bijvoorbeeld, is een algemene doelstelling die een belangrijke rol speelt bij de benadering van Rusland.

Een unieke eigenschap van Albright, zeker in het diplomatieke milieu, is haar neiging om bij ernstige gelegenheden het ijs te breken door een dansje te maken of een lied aan te heffen. Zo leerde ze in de Veiligheidsraad eens een andere ambassadeur de Macarena dansen, zong ze eens een duet met haar toenmalige Russische collega Primakov en verraste ze de Servische delegatie in Rambouillet met een liedje dat ze had geleerd toen ze als kind in Belgrado woonde.