Strenge wetgeving moet omkoping tegengaan

Niet alleen binnen het IOC, maar ook bij internationale zakentransacties vindt corruptie plaats, waarbij bedrijven smeergeld betalen aan ambtenaren. William M. Daley vindt dat dit kan worden voorkomen door strenge wetgeving die zowel het aanbod van als de vraag om smeergeld verbiedt.

De afgelopen weken heeft de wereld met verbazing en teleurstelling kennisgenomen van het schandaal rond de Olympische Winterspelen en Salt Lake City. Maar het droeve feit is dat dit soort corruptie niet op zichzelf staat.

Omkoping van overheidsfunctionarissen is een maar al te vaak voorkomend verschijnsel, bijvoorbeeld in het geval van internationale zakentransacties, en niet alleen in de begintijd van deze eeuw maar tot op de huidige dag. In het jaar van mei 1997 tot april 1998 heeft het Amerikaanse departement van Handel gevallen van omkoping gesignaleerd bij het afsluiten van meer dan 60 belangrijke internationale contracten ter waarde van bijna 30 miljard dollar. En de wereld keek in meerderheid de andere kant op.

Begin deze maand heeft een aantal landen een belangrijke stap gezet in de strijd tegen de corruptie. De landen die de OESO-conventie inzake de Bestrijding van Omkoping ondertekenen, verplichten zich het omkopen van buitenlandse overheidsfunctionarissen strafbaar te stellen, zoals de VS hebben gedaan in de Wet op Buitenlandse Corruptiepraktijken. Die Conventie is twee weken geleden in werking getreden in de VS en de 11 overige landen die wetgeving terzake hebben ingevoerd: IJsland, Japan, Duitsland, Hongarije, Finland, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Noorwegen, Bulgarije, Zuid-Korea en Griekenland.

Helaas hebben 22 van de landen die de Conventie veertien maanden geleden ondertekenden de bijbehorende wetgeving nog niet ingevoerd. Vier daarvan – Frankrijk, Italië, Nederland en België – nemen bijna een kwart van de export vanuit de OESO voor hun rekening. Het is belangrijk dat deze landen en alle andere hun beloften nakomen.

De gedachte achter de Conventie is heel eenvoudig: landen moeten omkoping of pogingen daartoe van functionarissen van een buitenlandse soevereine staat strafbaar stellen. Toch hebben de onderhandelingen hierover meer dan acht jaar in beslag genomen. De hecht verankerde belangen die ernaar streefden de bestaande situatie te laten voortbestaan, business as usual, waren moeilijk te overwinnen.

Nog altijd doen vertegenwoordigers van deze belangen hun best de status quo te prolongeren. Wetgeving die omkoping verbiedt zal dan ook niet afdoende zijn om de inhoud van de Conventie te realiseren. Van de wetten in elk van de aangesloten landen moet worden nagegaan of ze voldoen aan letter en geest van de overeenkomst. De OESO gaat dat het komend jaar dan ook doen. Ik hoop dat het schandaal rondom het IOC de aandacht van het publiek op dit streven zal richten en alle landen ertoe zal aansporen hun toezeggingen na te komen.

Het is ongelooflijk, maar in verschillende OESO-lidstaten mag smeergeld dat is betaald aan buitenlandse functionarissen nog steeds als fiscale aftrekpost worden opgevoerd. In andere landen mag dat, mits er in het desbetreffende geval geen strafvervolging en veroordeling wegens omkoping heeft plaatsgehad. En in weer andere landen zijn bepaalde, ingesleten vormen van schending nog onverminderd toegestaan.

Wanneer de bedoelde wetten eenmaal zijn ingevoerd, zal de nadruk verschuiven naar de handhaving ervan. De landen van de OESO hebben afgesproken elkaars inspanningen op dat gebied te evalueren. De aandacht van de publiciteit is nodig om te zorgen dat krachtige wetgeving niet tot een dode letter wordt, omdat aanklagers een geringe prioriteit aan omkoping toekennen.

Waarom is het zo belangrijk omkoping uit te bannen? Ten eerste omdat dat goed is. Maar ook omdat omkoping van ambtenaren mensen in hun dagelijks leven schaadt. In een land met een corrupte ambtenarij hebben de burgers te lijden van, en dragen de kosten van, overheidsbesluiten die zijn gemotiveerd door het eigenbelang van bureaucraten en gekozen ambtsdragers, en niet door het landsbelang. En als de financiële crisis in Azië ons iets heeft geleerd, dan is het wel dat corruptie bij de overheid leidt tot een onhoudbare financiële structuur. Daarom geniet deze Conventie ook de krachtige steun van het internationale zakenleven.

De Conventie is een belangrijke stap vooruit, maar slechts een eerste stap. Er is voor de OESO nog veel werk te doen in verband met hangende kwesties die niet afdoende zijn behandeld in de Conventie, zoals smeergeld betaald aan politieke partijen, kandidaten en partijfunctionarissen.

Bovendien betreft de OESO-overeenkomst alleen de zogeheten `aanbodzijde' van de corruptie: bedrijven en personen die smeergeld aanbieden. We moeten ook de `vraagzijde' aanpakken. Alle landen van de wereld zouden krachtige maatregelen moeten invoeren en handhaven tegen het dingen naar en accepteren van smeergeld door openbare ambtsdragers. Wij zijn gaarne bereid om de particuliere sector, andere regeringen en niet-gouvernementele organisaties in dit streven te steunen.

Het is tijd dat we omkoping en corruptie overal ter wereld serieus gaan nemen. Als het Olympische schandaal ons iets leert, dan is het wel dat we omkoping niet kunnen tolereren als zijnde business as usual. Omkoping is eenvoudigweg onaanvaardbaar.

William M. Daley is minister van Handel van de Verenigde Staten.