`Spelen van Berlijn 1936 werden al verkocht'

Leden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hebben mogelijk direct geprofiteerd van het toekennen van de Spelen aan Berlijn in 1936. De legendarische Avery Brundage, de latere president van het IOC, kreeg twee jaar na de Spelen een contract voor de bouw van de Duitse ambassade in Washington. De Amerikaan Brundage had een bouwbedrijf in Chicago. De Belg graaf Henri de Baillet-Latour, grootaandeelhouder van de Banque de la Société Générale de Belgique, deed zijn bank later over aan Deutsche Bank. Onduidelijk is of De Baillet-Latour en zijn familie hun belangen behielden.

Dat schrijft The New York Times, gebaseerd op onderzoek van het Simon Wiesenthal Centrum in Los Angeles. Volgens rabbijn Marvin Hier, hoofd van het centrum, overtraden de IOC'ers hun eigen regels. ,,Ze verkochten hun zielen. Zij vermengden politiek met sport en overschreden de grenzen tussen zakendoen en amateurisme.''

Allen Guttmann, een biograaf van Brundage, denkt niet dat er direct verband was tussen de Spelen van 1936, die Hitler als propagandamiddel gebruikte, en het contract dat Brundage later kreeg. Volgens de sporthistoricus uit Massachusetts was Brundage in de jaren dertig pro-Duits en had hij geen aanmoediging nodig om de Spelen aan Berlijn toe te kennen. Dat hij twee jaar later een bouwcontract kreeg was volgens Guttmann geen quid pro quo maar een gevolg van de goede relaties die Brundage met de Duitsers had.

Uiteindelijk had Brundage nooit direct voordeel van zijn goede contacten. Eind 1938 werden de relaties tussen Duitsers en Amerikanen slechter zodat de bouw van een nieuwe ambassade werd uitgesteld.