Schönberg representeert de muziekhistorie

Deze week begint het Schönberg Kwartet aan een concertcyclus waarin vrijwel het complete oeuvre voor strijkers van Arnold Schönberg wordt uitgevoerd. ,,Dit is muziek die beter is dan ze ooit kan worden gespeeld.''

Schönberg is au fond een geuzennaam. Dat was die in 1976, toen vier jonge strijkers zich verenigden onder de naam Schönberg Kwartet. Dat is Schönberg nog steeds, 23 succesvolle jaren later, waarin het kwartet met verve heeft bewezen dat er een publiek is voor de moderne klassiekers. Wereldwijd werd voor uitverkochte zalen gespeeld en van de opname van Schönbergs Verklärte Nacht gingen liefst 23.000 exemplaren over de toonbank. Maar ook anno 1999, precies een eeuw na het ontstaan van Verklärte Nacht, roept de naam Arnold Schönberg (1874-1951) soms nog emotionele reacties op; gevoelens van weerstand, onbenul en agressie zelfs.

Henk Guittart (45), altviolist van het Schönberg Kwartet, weet er alles van. Zelfs zijn eigen leerlingen aan de conservatoria van Rotterdam en Maastricht kan hij soms maar met moeite van Schönbergs genie overtuigen, zegt hij na afloop van een lesdag op een terras in de binnenstad van Maastricht. Met betrekking tot Schönberg is nog heel wat missionariswerk te verrichten. Op initiatief van Guittart wierp Den Haag zich twee jaar geleden op om huisvesting te bieden aan Schönbergs nalatenschap, die in Los Angeles niet goed werd beheerd. De politiek geladen lobby mislukte; de Amerikaanse erven Schönberg verkozen na veel getouwtrek hiervoor toch Schönbergs geboorteplaats Wenen.

Het Schönberg Kwartet heeft, evenmin als het Schönberg Ensemble waaruit het kwartet ooit uit voortkwam maar waarvan het tegenwoordig geen deel meer uitmaakt, allerminst een monogame muziekrelatie met zijn naamgever. Maar het Schönberg Kwartet, met primarius Janneke van der Meer, violist Wim de Jong, Henk Guittart en celliste Viola de Hoog blijft de Tweede Weense School onvoorwaardelijk trouw.

De komende maanden voert het kwartet het gehele oeuvre voor strijkers van Schönberg uit in Muziekcentrum Vredenburg, de Nieuwe Kerk in Den Haag en het Concertgebouw in Amsterdam. Deze cyclus is in zekere zin een reprise van het project dat de musici jaren eerder in onder meer Los Angeles, Rome en Amsterdam uitvoerden. Maar nog nooit eerder deden zij dat op deze schaal, verspreid over vier verschillende concerten, met vijf gastmusici en met verscheidene verrassingen in petto.

De straten van Maastricht zijn zo kort na het carnaval keurig schoongeveegd, maar tussen de eeuwenoude kasseien glinstert nog de kleurige confetti van kort geleden. Het is een passend beeld, pratend over Schönberg. `Herr Radikalinski' ruilde omstreeks 1910 de tonaliteit in voor de atonaliteit en liet daarmee de fundamentele vormgeving die sinds de zeventiende in de muziek algemeen geldig was achter zich. Niet veel later presenteerde Schönberg `zijn' alternatief: de twaalftoonstechniek. Maar anders dan vaak wordt aangenomen gebeurde dit niet zonder een diepgeworteld respect voor de eeuwenoude traditie van Bach en Mozart, evenals voor het indertijd nog jonge verleden van Brahms en Mahler. Of zoals de Hongaars-Amerikaanse altviolist Eugene Lehner, lid van het vermaarde Kolisch-Quartett, het ooit formuleerde: ,,Voor mij representeert Schönberg de gehele muziekgeschiedenis. Hij verenigt in zijn werk de contrapuntische schrijfwijze van Bach, de meeslepende passie van Beethoven en de melancholie van Schubert.''

Traditie, vernieuwing en consolidatie in het oeuvre van Schönberg – op voorhand lijkt vast te staan dat de vier concerten er een fascinerend beeld van zullen geven. Louter muziekhistorische mijlpalen meent Guittart te laten horen: ,,In Verklärte Nacht voor strijksextet (1899) presenteert Schönberg een samensmelting van Brahms en Wagner. In zijn soort is ook het Eerste kwartet (1905) een hoogtepunt. Hierin pakt Schönberg de handschoen op die Beethoven in de ring heeft geworpen. Het is niet minder dan een rechtstreeks vervolg op de Grosse Fuge en op het late strijkkwartet op. 131. Dan de Kammersymphonie op.9 (1906), die wij spelen in de bewerking voor pianokwintet van Anton Webern: een keerpunt in de harmonische traditie.

,,Het Tweede strijkkwartet (1907/08) is eveneens een waterscheidingstuk. Hierin barst Schönberg stilaan uit de tonaliteit en maakt hij bovendien gebruik van een sopraan, die de profetische woorden zingt: `Ich fühle Luft von anderem Planeten'. Het Derde strijkkwartet (1927) is in dit genre het eerste grote twaalftoonsstuk, gecomponeerd kort voor de Variationen für Orchester. Het Vierde strijkkwartet (1936) is het eerste grote kamermuziekstuk dat Schönberg als banneling in de Verenigde Staten componeerde. Het Strijktrio (1946) behoort, om met Klemperer te spreken, tot de meest geniale werken van deze eeuw. Ode to Napoleon Buonaparte (1942) voor strijkkwartet, piano en declamator is een buitenbeentje, politiek geëngageerd. Hierin lonkt Schönberg opniew naar de tonaliteit, Beethovens Eroica en diens Vijfde symfonie citerend, alsook de Marseillaise.''

Schönbergs officiële werkenlijst telt vier kwartetten. De cyclus van het Schönberg Kwartet begint echter met, wat Guittart bestempelt als het Nulde kwartet. Het is een door Schönberg consequent uit zijn catalogus gehouden jeugdwerk waarop Brahms in 1897 nog een welwillende blik heeft geworpen en waarin duidelijk invloeden zijn te beluisteren van Dvorák. Het Nulde kwartet en het Strijktrio omvatten bijna een halve eeuw en markeren begin- en eindpunt van de compositorische loopbaan van Schönberg. Maar er bleef iets knagen: het gapende gat van twintig jaar tussen het Tweede en het Derde Strijkkwartet, precies de fascinerende periode met expressionistische werken als Pierrot lunaire en Erwartung. Guittart: ,,Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en de Sechs kleine Klavierstücke op.19 voor strijkkwartet bewerkt. Pas vorige week, tijdens onze concertreis in Amerika, besloten we behalve mijn bewerking voor strijkers van het Blaaskwintet ook dit arrangement te gaan spelen, als onaangekondige verrassing. Het maakt de cyclus compleet.

,,Toegegeven: ik ben tegen cycli. Er zijn maar weinig componisten waarnaar je een hele avond kunt luisteren, Bach misschien en Wagner. Maar mede omdat wij in wisselende bezetting spelen, leent ook Schönbergs strijkoeuvre zich voor een cyclusgewijze benadering. Wij spelen deze muziek intussen bijna vijfentwintig jaar, maar we raken er niet op uitgestudeerd. Het is, zeg ik met geleende woorden van pianist-componist Arthur Schnabel, domweg muziek die beter is dan ze ooit kan worden uitgevoerd.''

Het Schönberg Kwartet met de complete strijkersmuziek van Arnold Schönberg: Muziekcentrum Vredenburg Utrecht: 24/2, 24/3, 21/4, 19/5; Nieuwe Kerk Den Haag: 27/2, 27/3, 24/4, 29/5;

Concertgebouw Amsterdam: 28/2, 28/3, 23/4, 28/5. Inl: (070) 3659737.