Revolverheld op het ijs

Amerikanen hebben iets met sport wat de meeste Nederlanders niet hebben. Ze schamen zich niet gauw voor wat ze doen. Ze hoeven zich er ook niet voor te schamen, want ze worden in hun land aanvaard zoals ze zijn, als sporter in hart en ziel. Wat is er immers fout om voor goud te gaan? Puur zijn ze in Nederlandse ogen, die Amerikanen. Brutaal en luidruchtig als revolverhelden die zich rechtstreeks een weg banen naar een bank vol goud en geld.

Ze zeggen te pas en te onpas in God te geloven en dat God hen steunt in goede en slechte tijden. Alsof God niet meer dan een talisman is. Ze worden bewonderd omdat sport hun way of life is. Sport heeft hen gevormd, sport heeft hen rijper en rijker gemaakt en hen een gezicht gegeven. Wie aan sport doet is iemand, die wordt iemand, zeggen veel Amerikanen. Zo'n Amerikaan is Peter Mueller, een schaatser uit een land waar schaatsen vooral door ijshockeyers en een beetje door kunstrijdsters wordt bedreven. Een man uit de staat Wisconsin. Mueller is het prototype van de Amerikaanse sporter: daar is de eindstreep, daar ligt goud. In 1976 wist hij dat al, tijdens de Winterspelen in Innsbruck was hij de snelste op de 1.000 meter, nog ver voordat Nederlandse schaatsers zich met succes op deze afstanden met buitenlanders konden meten.

Als coach van Amerikaanse schaatssprinters was Mueller de gangmaker van Dan Jansen en Bonnie Blair, schaatsers met flair en zonder gêne. Hij joeg ze over het ijs naar gouden medailles, ter ere van God, natie, familie en beste vrienden. Zoals hij daar in 1994 in Hamar aan de rand van de ijsbaan stond om Jansen en Blair aan te moedigen, in zijn spijkerpak en het haar over zijn oren, was hij als een rocker met een knetterende gitaar om zijn nek.

Mueller gaat naar de wc om te poepen en te pissen – zo noemt hij dat en niet anders. Hij laat scheten en boeren wanneer hij wil, omdat lucht vrij spel moet hebben. Hij omhelst Annamarie Thomas, Andrea Nuyt en Tonny de Jong zoals hij Marianne Timmer in Nagano in zijn gretige armen heeft gesloten. Alsof ze zijn intiemste vriendinnen zijn. Ze schrokken er wel een beetje van, die nuchtere Hollandse meiden. Zo gaat een coach niet met meisjes om? Mueller wel, hij wil openheid, duidelijkheid en eerlijkheid.

Een whisky hier en nog een whisky daar. Hard liquor verdringt twijfels en scherpt agressie aan. Wat is er mooier dan sporten op het scherp van de snede. Zoals Jan Bos en Erben Wennemars schaatsen, aangewakkerd door woede, dat is waar Mueller gek op is. Wat is mooier in het leven dan vechten om de beste te zijn en voelen waartoe het lichaam in staat is? Voor Mueller is schaatsen een manier van oorlog voeren, vooral een oorlog tegen jezelf. Als Riders on the storm, zoals Marianne Timmer als late liefhebber van The Doors intussen beseft.

Marianne Timmer als Wild Child, full of grace, savior of the human race, your cool face, natural child, terrible child, not your mother's or your father's child, you're our child, screamin' wild (Jim Morrison & the Doors). Zo is het en niet anders. Mueller wil het vast nog wel voor haar zingen. Ze schaatst nu voor een ploeg die wordt gesponsord door een fabriek die zeep- en schoonheidsbevorderende middelen maakt. Want een vrouw wil bewonderd worden, niet waar? Mueller begrijpt het. Mannen en vrouwen dienen er alles aan te doen om gezien te worden, vindt hij. Want wie geen gebruik van zijn talenten durft te maken, leeft niet.