PvdA verkiest bestuurlijke herkenbaarheid boven avontuur

`Het hart spreekt voor de jongens, het hoofd voor de vrouw', verwoordde een Friese afgevaardigde de stemming op het PvdA-congres over het voorzitterschap.

Sieni Strikwerda (77), tegenwoordig strijdend voor de belangen van ouderen binnen de PvdA, ziet het tafereeltje wat grootmoederlijk aan. ,,Zonde hè. Ik had die twee jongens het voorzitterschap erg gegund'', zegt de voormalige anti-atoomactiviste in de richting van Booij (28) en Van Bruggen (30) die een eindje verderop hun gefnuikte kandidatuur wegspoelen in een stroom van tranen. ,,Ik heb fijn met die jongens bij een aantal dingen samengewerkt. Gek hé, heel oud en heel jong binnen de partij weten elkaar goed te vinden.''

Strikwerda herkent in `de jongens' iets van het enthousiasme van de buitenparlementaire bewegingen waaruit ze zelf is voortgekomen. De PvdA mag er volgens haar niet alleen trots op zijn dat de twee twintigers energie in een politieke partij willen steken, een typische activiteit voor die leeftijdsgroep. Juist ook het besef dat belangrijke politieke processen zich buiten de traditionele partijen afspelen, vindt Strikwerda bij Booij en Van Bruggen terug.

Oud-partijvoorzitter Max van den Berg, een andere vertegenwoordiger van het PvdA-activisme uit de jaren zeventig, formuleert het even later als volgt: ,,Ik zie dat veel mensen, vooral jonge mensen, een politieke partij niet zien zitten. Het duo had die verbinding met de buitenwereld kunnen maken. De partij heeft met de keuze voor Marijke van Hees de nadruk gelegd op de interne partijdemocratie. De leden in het land willen het ook voor het zeggen hebben en dat is hun goed recht''.

,,Het hart spreekt voor de jongens, het hoofd voor de vrouw'', sprak de afgevaardigde uit Heerenveen. Dat was luttele minuten voordat het PvdA-congres zaterdag om half twee de jongensdroom aan diggelen hielp, en Marijke van Hees tot voorzitter van de sociaal-democraten koos.

Van Hees, reeds enkele jaren bestuurslid van de PvdA en hoofd van de regionale arbeidsvoorziening in Enschede, versloeg `de jongens' verrassend gemakkelijk met 740 tegen 451 stemmen. Ze kondigde in haar aanvaardingsspeechje aan de partijkaders meer bij de politieke besluitvorming te willen betrekken, en daarmee eventuele confrontaties met fractie en ministers niet te zullen schuwen. ,,Partij en fractie hebben allebei hun eigen verantwoordelijkheid'', zei ze waarschuwend aan het adres van fractievoorzitter Ad Melkert.

Afgevaardigden die reeds voor de stemming de overwinning van Van Hees hadden zien aankomen, verklaarden deze vooral uit de herkenbaarheid van de lokale bestuurster Van Hees voor veel afgevaardigden. ,,Heel veel afgevaardigden zijn zelf actief in het lokale bestuur'', meende bijvoorbeeld de Rotterdamse oud-campagneleider Oosterhagen zo'n anderhalf uur voor de stemming. ,,Logisch dat ze dan voor iemand stemmen die als gemeenteraadslid ook wortels in dat lokaal bestuur heeft.''

Een andere Rotterdamse congresganger analyseerde: ,,Het gaat op dit moment niet slecht genoeg met de partij. Als we er even rampzalig hadden voor hadden gestaan als begin jaren negentig toen we Felix Rottenberg en Ruud Vreeman kozen, hadden we nu het risico en avontuur van Booij en Van Bruggen wel aangedurfd.''

Partijtijger Jan Jetten, die op het laatste moment zijn eigen kandidatuur voor het voorzitterschap introk ten gunste van die van Booij en Van Bruggen, meende dat de twee last hebben gehad van het `Rottenberg-effect'. ,,Rottenberg heeft een goede functie vervuld maar veel oudere partijleden gekwetst. Dat heeft nu tegen Booij en Van Bruggen gewerkt.''

Het PvdA-congres had een wat grillig, in zekere zin paradoxaal verloop. 's Ochtends discussieerde een deel van het congres met de nodige passie over de noodzaak van een nieuw beginselprogramma dat de ,,verbeelding en droom van de sociaal-democratie'' moet blijven vasthouden, zoals een van de deelnemers het formuleerde. 's Middags gaf datzelfde congres de voorkeur aan de bestuurlijk getinte kandidatuur van Van Hees.

Toch bestaat daar een logisch verband tussen, menen met name jongere partijleden. In beide gevallen werd er volgens hen erg vanuit de partij geredeneerd als centrum van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Leden van de Jonge Socialisten en Niet Nix zetten dan ook vraagtekens bij de openingszinnen van de aanvaardingsspeech van Van Hees afgelopen zaterdag: ,,Het gaat goed met de Partij van de Arbeid. We staan in het centrum van de macht en zitten in het hart van de samenleving.''

    • Kees Versteegh