Mega-houseparty van gabbergigant vestigt een record

Is het organiseren van een massale houseparty vandaag de dag nog rendabel? Wel als je het structureel en promotioneel breed opzet, vindt ID&T. Deze door twintigers gerunde evenementenorganisatie is inmiddels een geoliede geldmachine, die in zeven jaar uitgroeide tot `gabbergigant' met hardcore indoor-manifestaties als Hellraiser, waarin miljoenen guldens omgaan. Maar gabbers worden ook een dagje ouder, al komt er weer nieuwe aanwas bij. Dus legde ID&T de lat nog een stukje hoger. Waarom geen massaal house-evenement met gevarieerde muziekstijlen die in Nederland slechts in clubs of op intieme party's worden gedraaid, afgezien van openluchtfestivals als Dance Valley, New Frontier en (gecombineerd met rock en andere alternatieve muziekstromingen) Lowlands?

Eerder trok in de Amsterdamse RAI een dergelijk festijn, Heineken Horizons, nog geen tienduizend bezoekers. Maar, ondanks kritiek van house-puristen die de vercommercialisering met lede ogen aanzien, zorgde ID&T zaterdag in diezelfde RAI voor een record op dit gebied. Het mega-event voor 25.000 bezoekers was op voorhand uitverkocht. De recettegelden (een kaartje kostte 65 gulden) bleken achteraf voor winst te zorgen, na aftrek van de ruim 1,1 miljoen investering plus BTW en Buma-Stemra-kosten.

Ruim voor negen uur verzamelde zich voor de hoofdingang een kleumende menigte, die door luid joelen de tijd hoopte te bekorten voordat de deuren opengingen voor de onvermijdelijke fouillering. Binnen was alles gereed voor opvang van de achttienplussers, waarvan een klein aantal echt werk had gemaakt van hun uitmonstering, zoals de jongen in een zilverkleurig astronautenpak met zuurstofslangen en ultrarood oplichtende monitor. Het gros van de aanwezigen ontsteeg daarentegen nauwelijks het fashiongehalte van een gemiddelde discotheek.

De vier in gebruikgenomen hallen herbergden een `Main Stage' met dj-grootheden als Carl Cox en Sven Väth, een techno-podium met andere coryfeeën als Luke Slater, Steve Rachmad en Jeff Mills, een club/trance-zaal en een chill-outsegment. In de enorme ruimte was weinig meer decor te bespeuren dan de kermisattractie, een razendsnel rondcirkelende octopus met vijf tentakels, en extravagant uitgedoste dansers rondom de dj-booth in de clubtrance-hal, was er te bespeuren in de enorme ruimtes. Maar door smaakvolle lichtcreaties. ondermeer met peperdure laserscans, videoprojecties van computeranimaties en live-opnamen van de platendraaiers op het hoofdpodium, was dat geen gemis.

Naast de verrichtingen van discjockey's en de live-acts van Orlando Voorn en CJ Bolland, kon het zich gedwee van atmosfeer naar atmosfeer verplaatsende publiek terecht in de mushroomhall, waar naast een chill-outtent met ambientmuziek ook verscheidene kraampjes met producten en diensten tot lering en vermaak waren opgesteld. Zo kon de gemiddelde bezoeker zich na een preek bij de drugsinfo laten bodypainten en piercen (goedkoopste piercing 100, de duurste 350 gulden), om zich vervolgens na een sessie aan de brainmachine over te geven aan een zalvende massage.

Voor de culturele en educatieve verantwoording was de markt voorzien van een stand met praktiserende kunstschilders en een hoek met Sony-playstations, terwijl in de glazen, hoog boven de massa uittorende VIP-lounge de verwende incrowd zich volgoot op speedgarage-, triphop- en drum'n'bass-klanken.

Het feest verliep in goede sfeer en met weinig wanklank. Voor problemen zorgden de muntenverkopers, die elke dorstige verplichtten per keer zeven munten van 3,75 tegelijk aan te schaffen. En dat Innercity zondagochtend eindigde in een chaos bij de garderobe, waardoor vele feestgangers noodgedwongen met andermans jas huiswaarts moesten, is een overtuigende proeve van het succes. Is de fuif niet geslaagd, als alle gasten tot het einde blijven?

Festival: Innercity. 20/2 RAI Amsterdam

    • Annemiek van Grondel