Kravtsjenko is echt een toetsenwonder

Sommige musici wekken de indruk dat de scheidslijn tussen hun lichaam en hun instrument volledig wordt opgeheven zodra ze beginnen te spelen. Zo iemand is de jonge Russische pianiste Anna Kravtsjenko (1976), die al in 1992 winnaar werd van het befaamde Busoni Concours in Bolzano. Op dit moment studeert Kravtsjenko nog bij Leonid Margarius, zelf weer een leerling van Regina Horowitz (de zus van Vladimir), aan de pianoacademie in Imola, waar ook talenten als Enrico Page en Igor Roma werden opgeleid. Maar tegelijkertijd heeft haar internationale carrière al een hoge vlucht genomen, en wordt ze in de muziekpers geclassificeerd als `een toetsenwonder'.

Dat is terecht, zo bleek tijdens Kravtsjenko's tweede optreden in de serie Meesterpianisten in het Amsterdamse Concertgebouw. De eenvoud waarmee ze zich achter de vleugel zet, de exceptionele lenigheid van haar trefzekere vingers, de ronde sierlijkheid van haar armbewegingen, haar intense maar toch ook ingetogen muzikale concentratie, het is allemaal even indrukwekkend.

De felle Kravtsjenko wierp zich in de arena met het in vliegende vaart gespeelde Presto van Beethovens Sonate in D, op. 10 nr.3.De enorme ruimte van de Grote Zaal deed afbreuk aan de klassieke helderheid van Kravtsjenko's attacca. Alsof ze de snelheid van het geluid overwonnen had, krioelden de toonladderachtige unisonoklanken van de openingsmaten in de verste uithoeken van de zaal door elkaar als een slangennest zonder kop of staart. Dichter bij het podium gaan zitten bleek een afdoende methode om het conscientieuze pianospel van Kravtsjenko op waarde te kunnen schatten. De kleinste kiemcellen van de muziek worden door haar als met een etsnaald uiteengezet, om vervolgens in al hun exactheid meegesleurd en verzwolgen te worden door de lawinekracht van haar hartstochtelijke betoog.

In het Largo e mesto wist Kravtsjenko zich moeiteloos te verplaatsen in Beethovens melancholieke bespiegelingen van de ziel, waardoor haar virtuoze spel een diepzinnige wending nam. Spectaculair klonk Schumanns Caranaval. Scènes mignonnes sur quatre notes, waarin de polyfonisch uiterst bedreven Kravtsjenko de bont gekleurde delen in elkaar liet overvloeien alsof het één wervelende wals van goden en demonen betrof.

Ook in haar sfeervolle interpretatie van Debussy's Preludes profileerde Kravtsjenko zich als een empatieve en sensitieve vertolkster, ook al nam ze het hierin niet altijd even nauw met wat er exact in de partituur geschreven staat. De klank-fonteinen uit de Sonate nr. 5 van Skrjabin werden gelanceerd als muzikaal vuurwerk van het allerhoogste niveau. Bij wijze van toegift volgden een stormachtige lezing van Skrjabins Etude op. 8 en een Liszt-bewerking van Ständchen uit Schuberts Schwanengesang, waarin Kravtchenko de dramatische lyriek van zangers als Fritz Wunderlich evenaarde.

Concert: Anna Kravtsjenko (piano). Gehoord: 21/2 Concertgebouw Amsterdam.

    • Wenneke Savenije