Hoe Ingmar Bergman een moeder zocht

Theater als schuilplaats voor de werkelijkheid: het is een mooie droom. De held van de theaterproductie Na de repetitie koestert die droom met de hardnekkigheid van een kind. Henrik Vogler is regisseur en in het repetitielokaal wenst hij zich `zuiverheid, licht en stilte'. Heerlijk ligt de oude man over die dingen te soezen: het werk zit erop en zijn middagdutje heeft hij verdiend. Maar de rust wordt verstoord door twee vrouwen.

Eerst valt Anna zijn refugium binnen. Zij is jong en heeft de hoofdrol in Strindbergs Droomspel, dat Vogler al voor de vijfde keer ensceneert. Vroeger vierde haar moeder met die rol triomfen. Nu is Rakel dood: het gevolg van een alcoholvergiftiging en een door kinderen gebroken carrière. Het kind Anna haat haar moeder, ze lucht haar hart bij de regisseur. Die had met Rakel een relatie en misschien is hij Anna's verwekker. En dan verschijnt de dode. Haar gezicht gezwollen van de drank, haar lijf oud en verzakt. Ze biedt het onmiddellijk aan, in ruil voor een grote rol. Die ze niet krijgt, want Vogler vindt het al nobel van zichzelf dat hij de wrakkige vrouw twee zinnen heeft gegeven.

We zijn beland in Henriks eigen droomspel, zijn eigen psychogram. Het verleden eist zijn plaats op in het heden, schuldgevoelens overwoekeren de idylle en de edelman transformeert tot dader. Ja, hij heeft slachtoffers gemaakt, hij dankte zijn minnaressen net zo gemakkelijk af als zijn ster-actrices, hij had macht en misbruikte die. En zo zal hij tot in eeuwigheid doorgaan: zodra Rakel verdwijnt volgt Anna haar als liefdeskandidate op.

Na de repetitie is geschreven door Ingmar Bergman en het is niet verkeerd om in Vogler het alter ego van Bergman te zien. Ook Bergman was regisseur, ook hij piekerde over zijn macht en onmacht, over de schoonheid en wreedheid van ambitie, over de kwetsbaarheid van acteurs, over ouderdom en verval. En over vrouwen natuurlijk. Hij had er een heleboel (Ingrid Thulin, de Rakel uit Efter repetitionen, was er één van) en hij zocht in hen steeds zijn moeder. Zoals Anna in Vogler haar vader zoekt. In de film, gemaakt toen Bergman al oud was, ontwaar je soms een jongen tussen de coulissen: Henrik, heel klein en hulpeloos. En Anna verandert weleens in een meisje van twaalf.

In de voorstelling door Toneelgroep De Appel zie je geen kinderen. De tekst, moet regisseur Aram Adriaanse hebben gedacht, is al freudiaans genoeg. Alle trauma's en obsessies worden er keurig in uitgelegd en het enige vleugje geheimzinnigheid zit `m in de manier waarop de vrouwen komen en gaan. Rakel, bij Aram Adriaanse, trekt zich stil terug in het publiek: een andere uitgang kon ze niet vinden. Het open podium uit de film is hier een afgesloten ruimte, intiem maar ook benauwend. Een ruimte gevuld met angst en verlangen, met acteurs en actrices die manipuleren en rollen spelen omdat ze niet anders kunnen. Eric Schneider speelt beurtelings de gevoelige kunstenaar en de cynische minnaar; Carline Brouwer speelt de dochter die niet op haar moeder wil lijken en Marjon Brandsma speelt de even gekwelde als kwellende oude geliefde.

Terwijl Schneider, voorzien van Bergman-baardje, zijn barokke kunsten vertoont verrast Brandsma door haar eenvoud. Bij haar geen bewerkelijke fraseringen of decoratieve stembuigingen maar drama dat vanbinnenuit lijkt te komen. Niet alleen omdat we weten dat Brandsma à la haar personage een zware depressie heeft doorgemaakt en een tijdlang uit de roulatie was, niet alleen omdat ze dik is geworden en het leed in haar huid is gegriefd, maar ook omdat ze heerlijk achteloos bezig is: onijdel, heftig, direct.

Voorstelling: Na de repetitie, van Ingmar Bergman, door Toneelgroep De Appel. Vertaling: Karst Woudstra; regie: Aram Adriaanse. Toneelbeeld en licht: Guus van Geffen; spel: Marjon Brandsma, Carline Brouwer, Eric Schneider. Gezien: 19/2 Appeltheater, Den Haag. T/m 11/4 aldaar; tournee t/m 26/5. Inl 070-3523344.