Film

In de roodgeploegde akkers zijn de wittige schimmen van de loopgraven nog vaag zichtbaar. In juli 1916 stonden hier de verse amateurs van het Britse leger, honderdduizenden arbeiders, onderwijzers, klerken, winkeliers en boerenjongens. Hele straten en fabrieken hadden zich gezamenlijk gemeld en gezamenlijk trokken ze ten oorlog. Één granaat kon zo soms de dansvloer van een heel dorp wegvagen.

De Somme was de slag van de totale planning. Op papier kon deze doorbraak niet mislukken. De Britten hadden in de voorste linies zelfs een aparte dekking gegraven voor de maker van hun overwinningsfilm, Geoffrey Malins. Alleen: de Duitsers, die na een dagenlang artilleriebombardement morsdood hadden moeten zijn, bleken nog heel erg in leven. Het werd een slachting.

Dankzij de aanwijzingen van Lyn Macdonald's veteranen weet ik Malins' filmplek warempel nog terug te vinden ook, een soort grote kuil bij het Schotse monument, nu overdekt met lang gras. Ik hurk erin, en ik zie zijn filmbeelden voor me. Een groep soldaten ligt in dekking tegen de helling van de weg voor me, klaar voor een nieuwe aanval. Het zijn jonge jongens, half in rust, half in spanning, de een draait zich brutaal naar de lens, de ander duikt wat weg, sommigen rommelen wat aan hun uitrusting, nemen nog een slok water. Eentje rookt losjes een sigaret, een ander ligt semi-stoer op de voorgrond te showen. Nog een laatste trek, een signaal, de bajonetten worden op de geweren gezet, en dan gaat het er op los. Wat het fragment niet laat zien is de afloop: nog geen twee minuten later waren al deze mannen dood.