Euroland uitgedaagd

DE VERENIGDE STATEN hebben vorig jaar de helft van de totale groei van de wereldeconomie voor hun rekening genomen. Dat was in schril contrast met de rest van de wereldeconomie. Japan viel over de rand van deflatie, de continentale landen van de Europese Unie zagen het begin van herstel omslaan in stilstand. Voormalige `opkomende landen' belandden in een spiraal van devaluaties, krimpende economieën en dalende inkomens. Aangemoedigd door het welvaartsgevoel van hoge beurskoersen bleef de Amerikaanse consumptieve vraag naar goederen en diensten onstilbaar doorgroeien.

De effecten hiervan zijn zichtbaar. De Amerikaanse werkloosheid bevindt zich op een extreem laag niveau, de dollar trekt aan in koers, de tekorten op de handels- en betalingsbalans nemen toe. Allemaal aanwijzingen dat de Amerikaanse economie op de toppen van haar capaciteit functioneert. Aan Europese kant staan daar een verzwakking van de euro, oplopende overschotten, een vertraging van de groei en hardnekkige werkloosheid tegenover.

De afgelopen maanden hebben de Amerikaanse autoriteiten herhaaldelijk gewaarschuwd dat de wereldeconomie niet één, maar drie poten nodig heeft om op te staan. Naast de VS ook Japan en de Europese Unie. Afgelopen zaterdag, op een bijeenkomst van de financiële en monetaire autoriteiten van de Groep van zeven belangrijkste industrielanden in Bonn, heeft minister Rubin deze vermaning opnieuw geuit. Amerika, zei hij vrij vertaald, kan niet eindeloos doorgaan op zijn eentje de wereldeconomie te trekken. Vroeg of laat leidt dat tot instabiliteit als het Amerikaanse handelstekort te ver oploopt, de dollar scherp daalt en de effectenbeurs van Wall Street in zijn val meesleept. Het is gevaarlijk om de wereldeconomie op een luchtbel te laten drijven.

TWEE ANTWOORDEN zijn nodig om een doemscenario te voorkomen. Het eerste is de stimulering van de Amerikaanse particuliere besparingen om de consumptieve groei af te remmen. Het tweede is dat de Europese Unie en Japan hun binnenlandse vraag moeten bevorderen. Terecht dringen de Amerikanen daarop al enige tijd aan. Helaas zijn de Europese landen hopeloos verdeeld over de vraag hoe die stimulering van de vraag vorm moet krijgen.

Enerzijds pleiten de nieuwe oud-keynesianen – gepersonifieerd door Oskar Lafontaine, de Duitse minister van Financiën – voor hogere lonen, loslating van de begrotingsdiscipline van het `Stabiliteitspact', renteverlaging door de Europese Centrale Bank en internationale afspraken over stabiele wisselkoersen. Daartegenover staat het liberale economische recept van versoepeling van de arbeidsmarkten, forse belastingverlagingen en vrije wisselkoersen.

De G-7 heeft dit weekeinde de meningsverschillen toegedekt, maar overeenstemming is nog ver te zoeken. Wel is duidelijk geworden dat plannen voor een kunstmatige stabilisering van de euro-dollarkoers weinig steun genieten. De verschillen in economische dynamiek tussen de VS en de EU zullen de komende maanden dan ook tot uitdrukking blijven komen in een verdere waardedaling van de euro. Daarmee bewijst euroland de wereldeconomie geen goede dienst.