Bulgarije en Macedonië leggen hun taalstrijd bij

Bulgarije en Macedonië hebben jarenlang geruzied over de vraag of het Macedonisch een Bulgaars dialect dan wel een aparte taal was. Vandaag hebben ze hun conflict bijgelegd.

Op de Balkan is vandaag een einde gekomen aan een merkwaardige taalstrijd en een belangrijk regionaal dispuut. Tot nog toe spraken Bulgaren en Macedoniërs bij officiële gelegenheden uitsluitend via tolken, vanaf vandaag staat niets een helder begrip over en meer weer in de weg.

Het wondermiddel dat een einde heeft gemaakt aan de politieke spraakverwarring is ontwikkeld door de Bulgaarse premier Ivan Kostov. Hij bedacht een toverformule die zowel het Macedonisch nationalisme als het Bulgaarse nationale gevoel recht doen.

In een gemeenschappelijke verklaring, vandaag in Sofia door de Bulgaarse premier Kostov en zijn Macedonische ambtsgenoot Georgijevski ondertekend, beloven de twee landen geen territoriale aanspraken tegen elkaar te zullen inbrengen. De verklaring is in twee talen opgesteld: het Bulgaars (in overeenstemming met de grondwet van Bulgarije) en het Macedonisch (in overeenstemming met de grondwet van Macedonië). Daarmee hebben de Bulgaren het Macedonisch impliciet als taal erkend.

De taalstrijd gaat terug tot vlak na de Tweede Wereldoorlog toen de Joegoslavische leider Tito en de Bulgaarse communist Georgi Dimitrov nog plannen hadden voor een communistische Balkan-federatie, waarin ook de Macedoniërs zou worden opgenomen die in Joegoslavië, Bulgarije en Noord-Griekenland woonden. Maar de plannen liepen spaak en Tito creëerde een eigen Macedonische republiek binnen zijn Joegoslavische federatie; een eigen republiek met een eigen taal die rechtstreeks zou afstammen van die van de roemrijke voorvaderen van de Macedoniërs, Philippus van Macedonië en zijn zoon Alexander de Grote.

De Bulgaren daarentegen claimden hun eigen nationale geschiedenis en weigerden het Macedonisch te erkennen als meer dan een West-Bulgaars dialect. Immers de taal die in de Macedonische republiek werd gesproken had zijn wortels in het Bulgaars. Waren het niet Bulgaren die het cyrillische schrift ooit vanuit het klooster van Ohrid in Macedonië onder de slavische volkeren verspreidden? Macedoniërs zijn gewoon Bulgaren, was hun visie.

Toen Macedonië in 1992 onafhankelijk werd was het buurland Bulgarije één van de eerste om die Macedonische onafhankelijkheid te erkennen. De toenmalige president Zjeljoe Zjelev zette echter een dikke streep: Bulgarije erkende de staat Macedonië maar niet het Macedonische volk en ook niet de Macedonische taal.

De verhoudingen werden nog extra gecompliceerd door de aanwezigheid van een niet onaanzienlijke Macedonische minderheid (200.000) in het zuiden van Bulgarije en door een paragraaf in de Macedonische grondwet die zegt dat de Macedonische regering zich verantwoordelijk voelt voor de Macedoniërs buiten de staatsgrenzen.

Zolang zowel in Sofia als in Skopje socialisten aan het bewind waren leek de kwestie onoplosbaar. De betrekkingen tussen beide landen bleven koel en de regeringsvertegenwoordigers spraken om politieke redenen uitsluitend via tolken hoewel ze elkaar uitstekend verstonden omdat de twee talen inderdaad nauwelijks verschillen.

Bulgarije wordt inmiddels sinds twee jaar geregeerd door een centrum-rechtse regering onder leiding van Ivan Kostov en ook in Macedonië heeft eind vorig jaar een wisseling van de wacht plaats gehad. De nationalistische partij van Ljupco Georgijevski vormt er de belangrijkste coalitiepartij in de nieuwe, door Georgijevski geleide regering. En rechts blijkt beter zaken te kunnen doen dan links.

Door de taalkwestie te verbinden aan de respectievelijke grondwetten hebben de twee landen een enorm obstakel uit de weg weten te ruimen. Tientallen Bulgaars-Macedonische akkoorden die de laatste zeven jaren zijn gesloten zijn als gevolg van het conflict nooit van kracht geworden. Dat kan nu eindelijk gebeuren. Naast de gemeenschappelijke verklaringen zijn verder tal van concrete afspraken getekend over economische en financiële samenwerking, over de aanleg van doorgaande autowegen en andere infrastructurele projecten, en zelfs over militaire samenwerking.

Door het oplossen van hun geschil komen beide landen bovendien in aanmerking voor deelname aan Partnership for Peace projecten binnen de NAVO.