Bakstenen

De elektriciteitsbedrijven zijn het oneens over de verdeling van de niet-marktconforme contracten uit het verleden, ook wel `bakstenen' genoemd (NRC Handelsblad, 5 februari). Onterecht wordt gesuggereerd dat naast de genoemde bakstenen (de stadsverwarming, de kolenvergassingscentrale Demcolec, de importkabel naar Noorwegen en vier oude stroomimportcontracten) de kerncentrale Borssele er ook één is. Het bedrijf dat deze centrale toebedeeld krijgt, moet namelijk opdraaien voor de kosten van de ontmanteling, terwijl de centrale al in 2003 dichtgaat.

Zelfs als het sluitingsjaar klopt, dan is de ontmanteling overigens geen zware extra-kostenpost, omdat hiervoor al sinds het in bedrijf stellen van de centrale in 1973 gespaard is in een speciaal fonds.

De toekomstige eigenaar van Borssele kan echter geluk hebben en de kerncentrale ook na 2003 mogen gebruiken. Bij de Raad van State is hierover een bodemprocedure aangespannen. Ook kan de politiek op andere gedachten komen, want de huidige besluitvorming kent tegenstrijdigheden. Om te beginnen belooft Nederland zijn CO-uitstoot met 6 procent te reduceren, terwijl tegelijkertijd één van de weinige instrumenten die echt helpen aan de kant wordt gezet. Inmiddels weten we dat de emissiereductie door windmolens, zonnecellen en zonneboilers teniet wordt gedaan door het sluiten van de centrale na 2003.

Ten tweede treedt de overheid terug als regulerende factor, terwijl dezelfde overheid ingrijpt door een concurrerende centrale uit de markt te nemen. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn om onze concurrentiepositie in de elektriciteitsbranche te verslechteren ten opzichte van het buitenland.

De regering wil de nucleaire optie openhouden, terwijl een noodzakelijk middel hiertoe wordt afgeschaft. Zonder de basis van een commercieel werkende centrale verdwijnt de industriële kennis van nucleair opgewekte energie echter uit Nederland. Dit is nooit de bedoeling geweest, noch van voormalig minister Hans Weijers, noch van de Tweede Kamer.