Baars zoekt en vindt de indiaan in zichzelf

Ab Baars heeft iets met indianen. Het nieuwe middagvullende programma van het Ab Baars Trio is gebaseerd op de Indiaanse rituele ceremonies van sociale of religieuze aard, waarbinnen dans en muziek een belangrijke rol spelen.

Wie een drietal met veren getooide muzikanten verwachtte, die zittend voor een wigwam Indianenmuziek maken met drums en fluit, kwam er gisteren in het Rotterdamse Dodorama bedrogen vanaf. Baars probeert namelijk niet te reproduceren maar te interpreteren. Zonder te vervallen in wee politiek-correct multi-culturalisme, gingen hij, bassist Wilbert de Joode en drummer Martin van Duynhoven op zoek naar de indiaan in zichzelf. Het resultaat was een hoorspel over een wereld die letterlijk en figuurlijk mijlenver van ons verwijderd is.

Tussen de nummers door lichtte Baars zijn abstracte interpretaties van Indiaanse dansen, spelletjes, liederen en mythen steeds toe op humoristische en informatieve wijze. Dit stelde het publiek in staat daadwerkelijk het gedruppel van regen in een Hopi-kinderliedje of het luidkeelse triomfalisme van overwinnaars in de Song of Victory te horen. In Wolfsong, gebaseerd op een legende van de Dakota indianen, liet bassist de Joode zijn instrument huilen als een eenzame wolf op de prairie. In een nummer over de stormgeesten die leven op Mount Washington wreven de trioleden cymbalen over de vloer, hun instrumenten en muziekstandaards om een opstekende wervelwind te verbeelden.

Minder direct herkenbaar waren de composities waarin een verhaal of een complex ritueel werd verklankt. Zo werd in Barter Dance Song een ritueel spel verbeeld dat de Watanabi indianen spelen gedurende de wintermaanden. Tussen twee kampen worden telkens voorwerpen voor ruil aangeboden en de waarde van hetgeen men terugkrijgt hangt af van de kwaliteit van de presentatie. Een dergelijke aankondiging van een ruilobject werd door het Trio vertaald in ornamentele drumroffels, rondborstige basakkoorden en twinkelende capriolen op de klarinet.

Baars en de zijnen bleken goed in staat om van binnenuit verschillende aspecten van een ons vreemde wereld genuanceerd weer te geven zonder te vervallen in cliché's over gillende bizonjagers en bezwerende regendansen. Alleen in de drie stukken die niet van Baars eigen hand waren, staken algemeenheden even de kop op. Dit kwam wellicht doordat deze composities niet zozeer de indianen op zichzelf tot onderwerp hadden maar de interactie tussen indianen en westerlingen. Het Westerse perspectief dat hierbij werd gehanteerd, sprak alleen al uit de weinig originele titels, die de indiaan als lid van een homogene groep, een exotische `ander' presenteerden. Guus Janssens Indiaan 1 sloop eerst behoedzaam door de bosjes om later te worden ingehaald en overmeesterd door een zorgeloos Wild West-deuntje. In Ray Noble's Cherokee walste een door brushes en basslaps tot leven gewekte stoomtrein door indiaans territorium hetgeen leidde tot een, door Baars altsaxofoon verbeelde, verhitte strijd in onvervalst piep-knor idioom. Ontnuchterend was het arrangement van The Indians van Charles Ives waarmee het concert werd afgesloten. Nadat de oorspronkelijke bewoners van de prairie zijn gereduceerd tot reservaatbewoners, klinkt een weemoedig gedicht over de teloorgang van deze nobele wilden.

Concert: Ab Baars Trio. Gehoord: 21/2 in Dodorama, Rotterdam. Herhaling: 23/2 Hogeschool voor de Kunsten, Kampen; 26/2 Flora Theater, Delft; 27/2 BIMhuis, Amsterdam; 28/2 Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden.