Zuivel

Binnen de Europese Unie bestaat sinds 1984 een quoteringsregeling voor melk. Lidstaten werden vanaf dat moment gebonden aan een maximum hoeveelheid melk die mocht worden geproduceerd. Die maatregel was nodig omdat er sprake was van een steeds forsere overproductie, als gevolg van de (hoge) garantieprijzen. In 1970 was Europa nog volledig zelf voorzienend en had rond vijf procent over voor export naar derde landen. In 1980 was het overschot opgelopen tot 15 procent, in `84 tot 20 procent. Na invoering van de quotering - beter bekend als de Superheffing - is het overschot stabiel gebleven op rond 10 procent. Voor de export van een aantal soorten kaas betaalt de Commissie geen exportrestituties, omdat daar op de wereldmarkt normaal voor wordt betaald. Op boter en melkpoeder moet wel subsidie worden gegeven, omdat de wereldmarktprijs duidelijk onder de Europese ligt.

De garantieprijs die in Europa wordt betaald voor een kilo melk gaat in de voorstellen van Agenda 2000 met 15 procent omlaag. In plaats daarvan gaan lidstaten boeren een inkomenssteun geven in de vorm van een premie per koe. De prijsdaling wordt daardoor met rond 60 procent gecompenseerd.

De Commissie komt hiermee deels tegemoet aan de eisen van de WTO, die heeft gesteld dat de Europese exportsteun aan de zuivelsector in 2001 met 36 procent moet zijn gedaald ten opzichte van de periode `86 tot `90. Het volume aan zuivelproducten dat de EU gesubsidieerd op de wereldmarkt brengt moet in dat jaar 21 procent lager liggen dan in de referentie-periode.

De Commissie wil de quotering met één procent verruimen. Daarnaast krijgen boeren in berggebieden en het hoge noorden van Scandinavië apart nog een verruiming van het quotum van één procent. Vooral landen als Finland en Oostenrijk profiteren daarvan. De vlakke landen binnen de EU zijn hier absoluut op tegen en daarvoor zal volgende week een compromis moeten worden bedacht.

Een groter probleem vormt echter het feit dat er twee groepen landen in de EU zijn ontstaan. De Commissie wil dat het quoteringssysteem tot 2006 blijft bestaan, terwijl het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Italië mordicus tegen het systeem zijn. Als het toch gehandhaafd blijft willen zij de melkprijs met 30 procent omlaag en een verruiming van de quota met 4 procent, zodat zo snel mogelijk de wereldmarktprijs wordt bereikt. Ook Denemarken heeft zich bij deze `bende van vier' aangesloten.

Frankrijk daarentegen wil op dit punt helemaal geen verandering en wordt gesteund door België en Duitsland. Nederland kan met het Commissie-voorstel uit de voeten, maar wil geen extra voordeeltjes voor arctische- en bergboeren. De zuivel zal volgende week één van de lastigste dossiers blijken te zijn.