Zelfcensuur van persclubs

Met een strak gezicht keken de oude bazen van de onderzoekscommissie voor zich uit op hun persconferentie, een week geleden. In het kader van het wereldwijde schandaal rond het Internationale Olympisch Comité hadden ze onderzocht welke IOC-leden misbruik hadden gemaakt van de gastvrijheid van Nagano toen deze stad de Winterspelen 1998 wilde binnenhalen. Negen IOC-leden waren schuldig, meer wilden ze niet zeggen, ook niet na aandringen.

De volgende ochtend publiceerden alle Japanse kranten de lijst van negen schuldige IOC-leden. Goede onderzoeksjournalistiek? Sommige spraken over ,,eigen onderzoek'', één krant zei ,,volgens het rapport''. Er zat geen enkel verschil tussen de lijsten van de verschillende kranten, een opvallend aantal kranten had de negen namen zelfs in exact dezelfde volgorde staan. Alsof de journalisten hun notitieblokjes onderling hadden vergeleken.

Zou dat werkelijk zo vreemd zijn? Een Duitse correspondent op leeftijd mocht ooit deelnemen aan een groepsinterview van de keizer, omdat het Japanse staatshoofd op reis zou gaan naar Duitsland. Van te voren moest hij een vragenlijst indienen. Toen het eenmaal zo ver was, bleek een aantal vragen te zijn geschrapt. Bij navraag bleek: door Japanse journalisten, geaccrediteerd bij de hofhouding.

Weer een ander incident, waaruit de constructie duidelijk wordt: tijdens een persconferentie vorig jaar op een middelbare school, waar een fel conflict woedde tussen schoolhoofd, leerlingen en enkele leraren, hielp een Japanse tv-journalist het schoolhoofd om enkele leraren uit de zaal te verwijderen. Het schoolhoofd wilde de oproerkraaiers niet bij zijn gesprek met de pers hebben en de journalist was zijn willige dienaar. Voor de conferentie begon, riep de bewuste journalist zijn collegae tot de orde met de mededeling: ,,Aandacht graag, hier spreekt de manager.'' Manager? Hij bedoelde niet dat hij die functie heeft bij zijn tv-station. Hij was manager van deze groep journalisten van verschillende media, verenigd in een zogenoemde `persclub'.

Alle organisaties van enig belang in Japan hebben hun `persclub', een duizendtal clubs. Media die de betrokken organisatie op de voet willen volgen, dienen hier lid van te worden. De zittende leden bepalen welke concurrent mag toetreden. Zo is er een persclub toegevoegd aan de keizerlijke hofhouding en het zijn deze journalisten die vervolgens bepaalden welke vragen de Duitse journalist aan de keizer mocht stellen. Zelfcensuur dus.

Zo zijn er ook persclubs op sportgebied voor journalisten die bijvoorbeeld het Japans Olympisch Comité volgen. De banden zijn zeer nauw. Zo maakte voorzitter Yagi een eigenaardige opmerking toen iedereen opstond om naar huis te gaan: ,,Ik verzoek u ons vanavond verder niet thuis lastig te vallen.'' Dankzij de nauwe band tussen journalisten en hun `tegenstander' hadden de journalisten collectief hun lijstjes met namen. Ze hielden hun bron keurig geheim.

Buitenlandse journalisten werden wegens het bijzondere geval van dit IOC-onderzoek bij de persconferentie getolereerd. Het echte nieuws – de lijst met namen – bleef intussen onbereikbaar voor hen.

Maar wat is `echt nieuws'? De namenlijstjes zijn onbevestigd nieuws. De naam van Geesink staat er niet op, zo bracht ook deze krant de volgende dag. Maar is dat werkelijk zo? Niemand die het bevestigt, het is maar van horen zeggen. Japanse kranten zijn in staat volledige artikelen te schrijven op basis van `bronnen', van `horen zeggen'. Soms kloppen ze domweg niet. Of zouden het uitprobeersels zijn van slimme politici?

Bij het reguliere werk van de persclubs zijn niet-leden simpelweg niet welkom. De grote buitenlandse persbureaus hebben na jaren strijd ingang gekregen bij enkele belangrijke clubs, zoals die van het ministerie van Financiën, de centrale bank of de beurs van Tokio. Toch zijn er nog incidenten.

De Amerikaanse journalist David Butts is zeer actief geweest in het pogen het Japanse systeem te doorbreken. Hij trad onlangs in Tokio in debat met een Japanse collega. Butts' bureau, het grote financiële persagentschap Bloomberg, is waarnemer, geen lid, van de persclub van de premier. Een jaar geleden was er een speciale persconferentie van de premier waarbij waarnemers niet welkom waren. Butts negeerde dit en ging bijtijds de zaal binnen. Japanse journalisten, woordvoerders van de premier en veiligheidsmensen probeerden Butts de zaal uit te krijgen toen de premier plots binnenliep en zijn wenkbrauwen fronste over het oproer. Iedereen ging stil zitten. Vervolgens kondigde de premier sancties aan tegen India wegens een nucleaire test. Ofwel, belangrijk nieuws voor de gehele wereld. Maar de Japanse journalisten dachten niet aan nieuws, drukker maakten ze zich over hun eigen territorium.