WAGENINGEN KRIJGT WAARNEMINGSTUIN VOOR KLIMAATWIJZIGING

Het voorjaar lijkt steeds vroeger te beginnen. In Wageningen bloeide de hazelaar al op 9 januari. In de periode 1940-1960 was dat gemiddeld 23 februari en nooit vroeger dan 5 februari. Volgens onderzoekers kan dat wijzen op een door mensen veroorzaakte klimaatsverandering op aarde. Het klimaat beïnvloedt tal van terugkerende verschijnselen in de natuur, zoals het tijdstip van bloei en bladval, maar ook het begin van de vogeltrek en het verschijnen van de eerste vlinders en andere insecten. Bij stijgende temperaturen kunnen concurrentieverhoudingen tussen soorten veranderen, maar ook de bestuivingsmogelijkheden van planten, de lengte van het groeiseizoen en het invallen van de nachtvorst. De landbouw zal te maken krijgen met veranderingen in productiviteit, druk van ziekten en plagen en nachtvorstschade.

Daarom wordt gewerkt aan een wereldwijd waarnemingsnetwerk van waarnemingstuinen. Het plantmateriaal in de verschillende tuinen komt uit dezelfde moedertuin, zodat alle onderzoekers met hetzelfde, genetisch identieke uitgangsmateriaal werken. Er bestaan al negen waarnemingstuinen in Duitsland en vijf in China, andere landen volgen binnenkort. Ook de Wageningse botanische tuin Belmonte krijgt een speciale afdeling voor onderzoek naar mogelijke klimaatveranderingen op aarde. Er komen zestien zorgvuldig geselecteerde plantensoorten, van sneeuwklokjes en Forsythia tot tamme kastanje, appel en peer, waarbij men standaardwaarnemingen gaat doen aan zaken als bloeidatum en bladval. Behalve een wetenschappelijk krijgt de Wageningse tuin ook een educatief doel. Scholieren mogen er in speciale lesprogramma's veldwaarnemingen doen.

(Marion de Boo)