VOLKSJONGEN, VUURVRETER, MILJARDAIR

Hij is niet bij iedereen geliefd, maar zonder geldschieter Dirk Scheringa zou AZ nauwelijks bestaansrecht hebben. De 48-jarige miljardair begint een marathonploeg. De verzamelaar van magisch-realistische kunst rekent op de uitverkiezing van Europees museum van het jaar. ,,Ik ben een generalist.''

Het gesprek is nauwelijks begonnen of Dirk Scheringa grijpt naar zijn draagbare telefoon. Na een korte woordenwisseling loopt hij met een triomfantelijk gezicht door de krakkemikkige bestuurskamer van AZ. ,,Zo, Kleine hebben we ook binnen'', zegt hij in de hoedanigheid van schaatssponsor van een nieuwe marathonploeg. ,,Nu nog twee andere kanjers en die ploeg staat als een huis.''

Piet Kleine, olympisch kampioen van 1976, is de tweede bekende schaatser die Scheringa wist aan te trekken. Met spruitjeskweker Henk Angenent, de laatste winnaar van de Elfstedentocht, heeft hij vorige week een overeenkomst gesloten. ,,Nu moeten we zeker elke dag spruitjes eten'', veronderstelde AZ-trainer Willem van Hanegem. ,,Die komen in elk geval op de menukaart'', reageert de voorzitter van de Alkmaarse voetbalclub met een twinkeling in de blauwe ogen.

Scheringa is een hartstochtelijk schaatsliefhebber. Hij rijdt elke week honderd rondjes met zijn echtgenote op de kunstijsbaan van Alkmaar. Hij voltooide twee keer de Elfstedentocht en tien keer de Alternatieve Elfstedentocht. Op de Oostenrijkse Weissensee raakte hij vorige maand in gesprek met Henk Heetebrij, die als ploegleider van Angenent zijn sponsor VSP was kwijtgeraakt. Of Scheringa interesse had?

,,Een latente wens ging in vervulling'', zegt hij deze week. ,,Als sponsor moet je hobbyist zijn. Daarom zou ik nooit iets met golf of hockey beginnen. Ik word wel twintig keer per week voor de gekste dingen gevraagd – van viool tot Formule I – en ik zeg overal `nee' tegen. Maar schaatsen is een volkssport en ik ben een volksjongen. Bij AZ noemt iedereen mij Dirk.''

Het levensverhaal van Scheringa is het succesverhaal van een selfmade-man. Hij verliet de MULO na twee jaar, want hij had problemen met talen. Hij ging werken als assistent-boekhouder en hij werd later wachtmeester bij de politie. In de avonduren hielp hij collega's met hun belastingformulieren. Hij vroeg dertig gulden per persoon en schreef zijn nota's op een zolderkamer op een typemachientje. ,,Zo ben ik uiteindelijk voor mezelf begonnen.''

Twintig jaar later is zijn zakelijk inzicht goed voor een jaaromzet van drie miljard. Het maandblad Quote schatte de eigenaar van Frisia Financieringen vorig jaar op een vermogen van 490 miljoen. Fout, zegt Scheringa. Zonder gêne vertelt hij ongeveer het drievoudige te bezitten. ,,Maar dat geld staat niet allemaal op de bank'', benadrukt hij.

,,Ik ben misschien miljardair, maar ik loop er niet mee te koop. Ik draag het liefst een spijkerbroek. Ik heb geen vrienden onder andere topmanagers. Ik ben lid van een klaverjasclub, want bridgen is niks voor mij. Ik heb twee jeugdvrienden die allebei predikant zijn geworden. Ik ben gereformeerd opgevoed. Mijn ouders betaalden twee gulden per week aan huur. Soms was zelfs dát te veel gevraagd. Mijn vader kon pas op zijn veertigste een auto betalen.''

Zelf rijdt hij tegenwoordig in een grote Mercedes. ,,Ik heb last van mijn evenwicht. Daarom moet ik een stug geveerde auto hebben die niet windgevoelig is. Mijn vader en mijn grootmoeder hadden de ziekte van Ménière. Als ik in een draaimolen zit, ben ik na een rondje hartstikke misselijk.''

Hij draagt deze middag een grijs kostuum en een wit overhemd zonder manchetknopen. Hij vindt zichzelf een sober mens. ,,Ik hoef geen goud en zilver aan mijn lijf. Ik ga elk jaar tien dagen op vakantie naar Oostenrijk om te schaatsen. En ik heb een Harley Davidson. Maar mijn zoon heeft twee weken lang folders gevouwen om een camera te kunnen kopen. Ik zeg altijd: er komt niks uit de lucht vallen.''

De zoon van een Friese kaasmaker heeft zich opgewerkt tot eigenaar van vijftig bedrijven. ,,Samen vormen ze een juweeltje'', zegt hij trots. Hij doet in levensverzekeringen, schadeverzekeringen en voorschotbanken. Hij heeft een drukkerij, een mailbedrijf, een marketingbedrijf, een reclamebureau, een softwarebedrijf, een hypotheekbedrijf en een bouwbedrijf waarmee hij nieuwe kantoren uit de grond kan stampen. Heeft hij het niet te druk?

,,Ik heb een veelzijdige week met een vrij scherp schema. Wij hebben een geoliede machine met zeshonderd medewerkers die ieder hun verantwoordelijkheid dragen. Als manager moet je in veertig uur klaar kunnen zijn. Zonder stress. Ik ben een generalist die overal een beetje verstand van heeft. Ik moet elke dag honderden knopen doorhakken.''

Als regionale zakenman werd hij in 1979 lid van de businessclub van AZ'67. Na drie jaar stapte hij weer op, toen zijn vrouw in verwachting raakte van hun eerste kind. Hij zag hoe de gebroeders Cees en Klaas Molenaar de provincieclub in korte tijd internationale status verschaften. Ondanks het vaak sprankelende spel van AZ'67 kwam er nauwelijks publiek in de Alkmaarderhout. ,,De club had toen een bontjassen-imago. De gewone man was daar nogal huiverig voor'', verklaart Scheringa.

In 1990 werd hem gevraagd shirtsponsor te worden van AZ. ,,Het bestuur vroeg 240.000 gulden. Ik deed het alleen voor de helft en dat hebben ze geaccepteerd. Vergeet niet dat de begroting toen anderhalf miljoen bedroeg.'' In 1993 werd hij behalve geldschieter ook voorzitter van de voetbalclub die met een schuld van een miljoen kampte. Scheringa ging besturen uit clubliefde, zegt hij eerst. Oké, de naamsbekendheid van zijn bedrijf was mooi meegenomen, geeft hij later toe.

,,Ik probeer de organisatie zodanig te verbeteren dat de club binnen een paar jaar financieel onafhankelijk van Frisia verder kan. Pas dan is mijn missie geslaagd. Als Dirk in het verkeer uit de bocht vliegt, moet AZ een gezonde club blijven. Mede daarom gaan we een nieuw stadion bouwen, waardoor de begroting van dertien naar 23 miljoen kan stijgen.''

Het nieuwe stadion moet in 2001 klaar zijn. ,,De supporters kunnen aandeelhouder worden. Wij krijgen vier hoofdtribunes. De gemeente wil geen kaal kippenhok, maar een prachtig complex met 13.500 zitplaatsen.'' Waarom zo'n klein stadion voor zo'n groot zakenman? ,,Wij zijn niet erg afhankelijk van recettes. Vijfduizend toeschouwers meer levert slechts twee miljoen extra op. Geen heftig bedrag als je de extra investeringen voor een groter stadion in ogenschouw neemt. Wij zoeken het meer in skyboxen en business-seats.''

Hij pleit voor een veilig stadion, zonder hooligans en zonder grachten of dranghekken. ,,We moeten in Nederland een lik-op-stuk-beleid voeren, zoals in Engeland. Sommige clubs hebben daar cellen in het stadion. De politie moet van de politiek bevoegdheden krijgen om raddraaiers meteen te arresteren. Zij moeten electronisch huisarrest krijgen op de dag van de wedstrijd. Want je moet vandalen dingen afpakken waar ze heel erg van houden. Nee, werkkampen zijn uit de tijd.''

Volgens Van Hanegem kan Scheringa beter uit de buurt van de kleedkamer blijven. De voorzitter zou ook niet thuishoren op de elftalfoto. Zelf voelt hij zich nauw betrokken bij de spelers. ,,Ik ben een vaderfiguur, want ik heb ze allemaal binnengehaald. Daarom ben ik het niet met Willem eens. Ik hoor wel op die foto.''

Scheringa bagatelliseert de onderlinge wrijvingen. ,,In het begin moest ik erg aan Willem wennen. Zijn manier van communiceren was ongebruikelijk. We hadden vorig jaar problemen met zijn contractverlenging, omdat zijn vrouw Marianne zich heel zakelijk opstelde. Willem zou ergens anders het dubbele kunnen verdienen. Maar wij zijn geen Barcelona en dan is een salaris van 1,3 miljoen een te grote aanslag op je begroting. Gelukkig zijn we tot een akkoord gekomen. Willem is een van de beste trainers ter wereld. Samen kunnen we AZ naar een hoger plan brengen. We vormen een ijzersterk duo.''

Scheringa erkent dat hij niet kan beoordelen of een goede speler een topspeler kan worden. Maar hij heeft meer verstand van voetbal dan sommige collega's bij de rotary die nog nooit een wedstrijd hebben gezien. Zelf speelde hij van zijn negende tot zijn 42ste op een laag niveau; eerst als laatste man, daarna als rechtsback. ,,Ik was heel fel in de duels. Ze moesten me vijf keer voorbij. Tijdens de politieopleiding in Apeldoorn stond ik ook bekend als vuurvreter. Daardoor was ik altijd de beste.''

Vorige week maakte directeur Jan Kasper melding van zijn aanstaande vertrek bij AZ. Hij zou niet goed kunnen functioneren onder het juk van een machtige voorzitter. Scheringa geeft toe dat de rolverdeling duidelijker moet worden afgebakend. Maar van een vertrek van Kasper is volgens hem geen sprake. Sterker nog, Scheringa wil de directeursfunctie juist uitbreiden. Kasper moet ,,een brugfunctie'' vervullen tussen de technische staf en het bestuur. Hoe ervaart Scheringa de kritiek op zijn werkwijze?

,,Ik ben algemeen directeur van zo'n vijftig bedrijven. We groeien vier keer zo snel als de concurrentie. Mijn werkwijze is dus niet verkeerd. Ik wil het laatste woord bij een grote transactie. Als Kasper morgen naar Saoedi-Arabië vliegt, mag hij met de betreffende prins ter plekke onderhandelingen voeren over een bepaalde speler. Maar het contract wordt pas ondertekend, als er goedkeuring is van het bestuur.''

Hij heeft nauwelijks vijanden in het zakenleven. Hij noemt zichzelf een ,,warme persoonlijkheid''. De negatieve verhalen van oud-collega's bestempelt hij als rancuneuze prietpraat. ,,Niks menselijks is mij vreemd. Ik laat iedereen aan het woord, maar ik heb nu eenmaal de eindverantwoordelijkheid.''

Scheringa, die eerder het CDA vertegenwoordigde in de gemeenteraad van Opmeer, werd vorig jaar gevraagd of hij beschikbaar was voor een plaats in de Tweede Kamer. Maar zijn zakelijk instinct staat een politieke loopbaan in de weg. Hij wilde een eigen team met adviseurs formeren. Zonder jurist, zonder registeraccountant en zonder twee secretaresses was hij niet bereid naar Den Haag te komen. En voor een rol van backbencher (,,Wat betekent dat?'') is hij niet geschikt. ,,Ze waren bang dat ik de hele boel wilde reorganiseren. Nu delen vijf Kamerleden één secretaresse. Maar zo kun je toch geen politiek voeren!''

Voorlopig concentreert hij zich liever op zijn museum in Spanbroek, waar een grote collectie magisch-realistische schilderijen valt te bezichtigen. Scheringa heeft 102 werken van Carel Willink. Dit weekeinde kocht hij zijn vierde doek van Pijke Koch. Het museum, een oud schoolgebouw, is drie jaar na de opening te klein geworden. Hij wil een prijsvraag uitschrijven voor een nieuw museum, gebouwd door ,,een dynamische architect'' in de stijl van Berlage.

Voor de komende maanden heeft hij zijn hoop gevestigd op de uitverkiezing van Europees museum van het jaar. ,,Wij zijn genomineerd door een jury van de Europese Commissie. Moet je nagaan: een museum in de middle of nowhere!''

Dirk Scheringa gaat elke dag fluitend naar zijn werk. Hij ondergaat alle aandacht bij AZ met zichtbaar genoegen. Hij verheugt zich op de kennismaking met de vier marathonschaatsers. En toch geniet hij nog 't meeste van een mooi schilderij. ,,Sport is vergankelijk. Kunst heeft eeuwigheidswaarde.''