VOEDINGONDERZOEK

Zes-granen-rijst, scharrelvlees, diepvriesmaaltijden, pindakaas met soja van genetisch gemanipuleerde planten, fast food, geitenkaas met kruiden, yoghurt met speciale bacteriën. Het voedselassortiment breidt zich uit. Naast de oude vertrouwde Bintjes liggen er zoete, hardkokende dan wel ecologisch geteelde aardappelen in de schappen. Behalve magere, halfvolle en volle melk kan de consument nu ook al melk met extra calcium uit de koelvakken nemen.

De aanbod zal zich de komende jaren alleen maar verder uitbreiden. En de Nederlandse overheid wil daar graag op inspelen, omdat de voedingsindustrie met een jaarlijkse omzet van 100 miljard gulden een belangrijke pijler van de Nederlandse economie is. Daarom werd vorig jaar april het Wageningen Centre for Food Sciences opgericht. Hierin werken een aantal bedrijven (Unilever, AVEBE, Cebeco Handelsraad, Cosun, Gist-Brocades en de Nederlandse Organisatie van Zuivelbedrijven) en onderzoeksinstituten (TNO Voeding, het Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek, DLO en de Landbouwuniversiteit Wageningen) samen. De overheid subsidieert het centrum de komende drie jaar met jaarlijks 11,5 miljoen gulden. De industrie investeert jaarlijks 9,5 miljoen gulden en de instituten staan garant voor een bedrag van 5,75 miljoen gulden per jaar.

Het onderzoek richt zich onder andere op de verwerking, de conservering en de houdbaarheid van voedsel. Hoe maak je bijvoorbeeld voedsel met de gewenste samenstelling en eigenschappen? Hoe maak je een optimale, `ademende' verpakking waarin het voedsel wel lang houdbaar blijft, maar niet verkleurt of papperig wordt? Kun je voedsel beschermen tegen bederf door er een anti-microbiële stof overheen te sproeien?

Het onderzoek richt zich ook op de samenhang tussen voeding en ziekten. Kun je via voeding het risico op bijvoorbeeld dikke-darm kanker, hart- en vaatziekten of infecties in het maagdarmkanaal beïnvloeden?

Het Wageningse centrum moet internationaal toonaangevend worden op het gebied van voedseltechnologie. Over Wageningen wordt al gesproken als Food Valley.