Vissers verjagen eenden op de Waddenzee

Mosselvissers op de Waddenzee worden ervan verdacht eenden te verjagen omdat hun handelswaar wordt opgegeten. De Waddenvereniging is boos. ,,Het is verboden beschermde vogels te verontrusten.''

,,Eerst varen we op een afstandje de mosselvissers voorbij alsof het een normale patrouille is'', zegt P. de Graaf van de Algemene Inspectiedienst (AID). Hij onderzoekt met twee opsporingsambtenaren of mosselvissers op de Wadden zich schuldig maken aan het grootschalig en luidruchtig verjagen van eidereenden. ,,Wanneer de eenden verschrikt opvliegen, grijpen we in'', aldus De Graaf.

De eidereenden zijn beschermde vogels. Ze broeden op Groenland en overwinteren op de Wadden. Ze vreten schelpdieren, waaronder de mosselen. ,,Dat is een enorme schadepost'', zegt H. van Geesbergen, secretaris van de Producten Organisatie van de Nederlandse Mosselcultuur (POMC). Er is volgens hem nooit geïnventariseerd hoe groot de schadepost is. ,,Maar een eidereend eet per etmaal wel vijf kilo mosselen.''

De Waddenvereniging en Vogelbescherming zijn in het geweer gekomen tegen de mosselvissers. ,,Het verjagen is een schandaal en bovendien in strijd met de Natuurbeschermings- en Vogelwet'', zegt G.J. Smits van de Waddenvereniging. Samen met Vogelbescherming heeft hij op maatregelen aangedrongen bij de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en bij de officier van justitie in Leeuwarden. Het openbaar ministerie heeft inmiddels zowel de AID als het Korps Landelijke Politiediensten gevraagd een onderzoek in te stellen.

Een aantal weken per jaar vissen mosselkwekers op de Nederlandse, Deense en Duitse Wadden naar mosselzaad. De overheid heeft een aantal percelen in de Waddenzee aangewezen waar het mosselzaad op de bodem wordt gelegd. Vervolgens duurt het drie jaar tot de mosselen volwassen zijn. Daarna worden de mosselen naar Zeeland overgebracht, waar in waterpercelen het zand uit de schelpdieren wordt gespoeld.

De ruim tachtig Zeeuwse kwekers huren een paar duizend hectare mosselpercelen in de Waddenzee. In de jaren vijftig kwamen ze naar de Wadden, omdat de mosselvisserij in de Oosterschelde werd geteisterd door een parasiet. De Wadden waren destijds nog niet als natuurgebied aangewezen. Dat gebeurde later wel: in 1981 werd het zeegebied van de Wadden beschermd.

Schipper en opsporingsambtenaar van het ministerie van Visserij, J. van Dijk, vaart dagelijks op het westelijk deel van de Wadden. ,,In de winter strijken hier ongeveer 100.000 eidereenden neer en het worden er steeds meer, omdat de mosselen hier als het ware op een bordje worden opgediend. Het kost de eenden in de voedselarme winter geen enkele moeite om hier mosselen te vinden.''

Van Dijk meert zijn schip, de Phoca, vlak voor de kust van Vlieland af om van het ,,prachtige beeld te genieten''. Ruim zeventig zeehonden baden in de winterzon. ,,Wat kan het leven mooi zijn'', zegt K. van der Greft, opsporingsambtenaar van Natuurbescherming, een vakgroep van de AID. Zijn collega M. Hamstra draait zijn verrekijker landafwaarts. Hij tuurt over het stille water richting twee kotters in de mosselpercelen.

Een wolk van eidereenden schiet en masse het luchtruim in. Hamstra schrikt op. Hij ziet een kotter in het perceel varen en later nog één. De Graaf dempt het enthousiasme van zijn collega's. ,,Gewoon de ontwikkelingen afwachten. Het is een kat-en-muis-spel'', zegt hij. ,,Een incidentele beweging kan diverse redenen hebben. We moeten kunnen vaststellen dat zij bij herhaling de rust van de eenden verstoren voordat we proces-verbaal kunnen opmaken.'' Even later is dat volgens De Graaf wel degelijk het geval.

Hamstra en Van der Greft springen in een motorbootje en gaan op weg naar de overtreders. Ze maken proces-verbaal op en inspecteren de schepen. Wat op de schepen is besproken, wordt niet verteld ,,in het belang van het onderzoek''. De Graaf: ,,Wij rapporteren aan de officier van justitie en die bepaalt of tot vervolging wordt overgegaan.''

Secretaris van de mosselvissers Van Geesbergen ontkent met klem dat de eindereenden worden verjaagd. ,,Alsof we ze uit de lucht zouden schieten. De mosselpercelen worden bewaakt. Een schip of rubberbootje beweegt over de percelen om de eenden te verspreiden. Je moet die bewakers zien als levende vogelverschrikkers'', aldus Van Geesbergen. Dat `bewegen' is mooi gezegd, maar het is wel strafbaar, zegt Hamstra die artikel 5 van de Vogelwet voorleest: ,,Het is verboden beschermde vogels opzettelijk te verontrusten.''

Het verjagen neemt steeds grovere vormen aan, aldus Smits van de Waddenvereniging. ,,De perceelbewakers gebruikten onlangs in het gebied Oude Inschot ten zuidwesten van Griend motorbootjes en zelfs knallende gasbussen om eidereenden te verdrijven.'' Opsporingsambtenaar Van Dijk bevestigt dat. ,,Ik heb het zelf niet gehoord, maar anderen wel.'' Griend is een permanent gesloten gebied waar maar drie maanden per jaar vogelwachters verblijven. Van knallende gasbussen is Van Geesbergen niet op de hoogte. ,,Daar distantiëren we ons van.''

De mosselvissers exporteren normaal gesproken voor ongeveer 100 miljoen gulden per jaar, maar in 1998 bedroeg de export bijna het dubbele. ,,Dat is ongelooflijk, vandaar deze enorme belangen'', aldus Van Dijk. De Waddenzee, het belangrijkste gebied in Nederland voor de teelt van mosselzaad, zat als gevolg van het zachte winterweer vorig jaar vol met schelpdieren: in totaal een gewicht van 145 miljoen kilo. Slechts 9,34 miljoen kilo werd opgevist. De reden: er is een wettelijke limiet van 10 miljoen kilo, omdat er anders niet genoeg voedsel voor de vogels overblijft.