Utrecht mag extreem-rechts Blok niet weren van `markt'

De provincie Utrecht mag de extreem-rechtse partij Nederlands Blok niet weigeren bij een politieke partijenmarkt vandaag in het provinciehuis. Vice-president D. Slump van de Utrechtse rechtbank heeft dat gistermiddag bepaald in een kort geding dat het Nederlands Blok tegen de provincie had aangespannen.

Het Nederlands Blok is nu niet in de Utrechtse Staten vertegenwoordigd, maar is wel ingeschreven voor de provinciale verkiezingen in maart. De provincie had de partij niet uitgenodigd voor een open dag die vandaag wordt gehouden met het oog op de verkiezingen. Het college van Gedeputeerde Staten beriep zich daarbij op zijn recht als eigenaar van het provinciehuis om te bepalen wie als gast wordt uitgenodigd.

GS is bovendien bevreesd voor ordeverstoringen omdat de aanwezigheid van extreem-rechtse partijen op een soortgelijke informatiedag vier jaar geleden leidde tot ongeregeldheden. Commissaris van de Koningin B. Staal betoogde tijdens de zitting dat het Nederlands Blok de medewerking van de provincie krijgt waarop de partij krachtens de Kieswet recht heeft, maar dat dit niet hoeft te gelden voor de deelname aan de informatiedag.

De advocaat van het Nederlands Blok, mr J. van Vlastuin, stelde dat de opstelling van Gedeputeerde Staten in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de wet Gelijke Behandeling.

Vice-president Slump oordeelde dat de provincie, ook als zij zich beroept op haar rechten als gebouweneigenaar, gebonden is aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat daar ook de gelijke behandeling krachtens artikel 1 van de Grondwet onder valt. De overheid dient geen onderscheid te maken tussen politieke partijen op grond van hun programma's. De grondrechten dienen er juist toe te verhinderen dat politieke meerderheden anderen uitsluiten, aldus Slump.

Ook het beroep op het gevaar van verstoring van de openbare orde werd door de vice-president afgewezen. Volgens hem betekent zo'n opstelling ,,een groot risico van uitholling van grondrechten.'' Bovendien is het niet waarschijnlijk dat er ernstige ongeregeldheden te verwachten zijn, aldus de vice-president.