Stralend op de daken

Tegen kerktorens geschroefd, maar ook op daken van flats: overal verschijnen in grote haast de antennes voor mobiele telefonie. Veel mensen vrezen voor hun gezondheid als boven hun hoofd zo'n antenne straalt.

DE Gezondheidsraad schreef twee jaar geleden in een rapport over de gezondheidsaspecten van de straling van ondermeer gsm-telefoons en hun antennes: ``...dat de beschikbare wetenschappelijke gegevens er niet op duiden dat de absorptie van stralingsenergie afkomstig van draagbare radiotelecommunicatieapparatuur, zoals telefoons, een gevaar oplevert voor de gezondheid, mits deze apparatuur op een normale wijze wordt gebruikt. Hij wijst er echter op dat er zeer weinig gegevens over de energieabsorptie zijn.''

Cynisch geïnterpreteerd zijn de komende jaren de mobiebellers en de mensen die in het straalveld van antennes (tegen de 20.000 worden er verwacht) leven proefpersoon in het veldonderzoek `kanker en chronische verschijnselen door gsm-telefonie'.

De Gezondheidsraad stelde begin 1997, ondanks het ontbreken van gegevens, toch normen voor de maximale stralingsbelasting vast, en beval nader onderzoek aan, niet bij antenneflatbewoners, maar bij de mobiele bellers. Hun hoofd, vlak naast het zendertje van de telefoon, krijgt een dosis elektromagnetische straling die veel hoger is dan het elektromagnetische veld waar een flatbewoner aan bloot staat als op zijn flatdak een paar gsm-antennes staan.

De mobiele bellers klagen echter niet over de onbekende effecten van hun gesprekken. Flatbewoners komen echter verspreid over het land in opstand. Hoge flats, aantrekkelijk voor de vijf telefoonmaatschappijen die in moordend tempo hun landelijk dekkende netten aanleggen en uitbreiden, zijn vaak huurflats. De eigenaren verhuren het dak van hun huurders voor goed geld. Klagende huurders voelen zich overvallen als onaangekondigd Frans- en Engelssprekende monteurs op het dak met hun drilboren in de weer gaan. Het etmaal rond mag een telefoonmaatschappij het dak op om onderhoud te verrichten. En ze maken gebruik van dat recht, zeggen betrokkenen. De weerstand tegen de grijze luidsprekerzuilen op het dak van woongebouwen neemt toe.

overdosis

Het belangrijkste argument in de strijd tegen de antennes is het gezondheidsaspect. Er zijn laboratoriumexperimenten die de ongerustheid voeden. In celkweken en kippeneieren die aan hoge doses radiofrequente straling werden blootgesteld is moleculaire schade vastgesteld. Het verontrustendst is misschien het onderzoek waarbij muizen (door genetische verandering gevoelig voor lymfeklierkanker gemaakt) die op 65 centimeter afstand van een gsm-antenne (900 MHz gepulst signaal, net als in Nederland) moesten leven en daarmee een onmaatschappelijk hoge overdosis opliepen. Ze kregen aanmerkelijk meer tumoren dan hun soortgenoten die als controlegroep dienden.

``Niemand kan ooit bewijzen dat er niets aan de hand is. Onderzoek kan alleen onomstotelijk aantonen wanneer wél een bepaald effect optreedt, maar als je niets vindt heb je niet bewezen dat er ook niets is. Het onderzoek waarbij die muizen kanker kregen is inmiddels trouwens door een aantal andere onderzoeksgroepen herhaald. Die vonden niet meer kanker bij de muizen voor de gsm-antenne'', zegt dr. Eric van Rongen, stralingsbioloog en secretaris van de commissie van de Gezondheidsraad die het advies over de gsm-straling schreef.

Dat rapport heet officieel `Radiofrequente elektromagnetische velden (300Hz-300GHz)'. Het is het gebied waar vanaf de kiloherzen (1kHz=1000 Hz) de radiozenders voor korte golf, middengolf en lange golf op uitsturen. TV-zenders werken met hogere frequenties in de gebieden van VHF (30 tot 300 MHz, 1000kHz=1MHz) en UHF (300 tot 3.000 MHz). In dat gebied liggen ook de frequenties (900 en 1800 MHz) van de gsm-zenders. Het eind daarvan (300.000 MHz = 300 GHz) is tevens de grens van het advies van de Gezondheidsraad.

onherstelbare schade

Boven de 300 GHz (= 0,3 TeraHerz) begint de infraroodstraling. In een klein frequentietraject daarboven (385 tot 750 THz) is de elektromagnetische straling zichtbaar voor de mens. Aan dit zichtbare gebied grenzen de ultraviolette frequenties en daarboven komen de gamma- en röntgenstralen die onherstelbare schade aanrichten doordat ze moleculen kapot stralen tot reactieve ionen.

Straling kan opgevat worden als golfverschijnsel, maar ook als deeltje. Het kleinst bestaanbare golfpakketje is het foton. De energie (E) van een foton is recht evenredig met de frequentie (f). In formule: E=hxf. De letter h staat hierin voor de constante van Planck. Hoe hoger de energie van een foton, hoe groter de schade die één foton in biologisch weefsel kan aanrichten. Binnen weefsel moet een foton een binding in een molecuul raken om kwaad aan te richten. De stralingsdosis moet al uitzonderlijk massaal zijn wil één atoombinding tegelijkertijd door twee of meer fotonen worden getroffen.

Een foton kan bijvoorbeeld een binding tussen twee atomen in een DNA-molecuul raken. De elektronen in de binding raken daardoor in een reactieve toestand en er is een flinke kans dat de binding kapot gaat. Als de DNA-reparatie-enzymen er niet snel bij zijn om de kapotte plaats te herstellen, kan de getroffene kanker krijgen.

Ultraviolette straling, ruim aanwezig in zonlicht, heeft per foton nog voldoende energie om een binding te breken. In heel wat van onze oppervlakkig gelegen cellen maakt het DNA-reparatiesysteem dan ook overuren als we zomers in de zon zitten. Infrarood licht, aan de laagfrequente kant van het zichtbare licht, bezit dat vermogen nauwelijks. Maar we kunnen het er wel warm van krijgen. Dat komt doordat de infrarood-frequenties de bindingen tussen atomen wel kunnen aanslaan (in een hogere energietoestand brengen). Die aangeslagen toestanden vallen terug naar de grondtoestand, waarbij de energie als warmte (atoomtrillingen) door het weefsel wordt opgenomen. Een massale dosis leidt tot `verbranding' doordat eiwitten denatureren en water verdampt.

Een ander mogelijk effect van elektromagnetische straling is het opwekken van stromen binnen een biologisch organisme. Bestaande spanningsverschillen over ionkanalen en zenuwvezels kunnen daardoor verstoord raken. Dit kan leiden tot spierverkramping en hartritmestoornissen. Deze effecten treden ongemerkt op bij forse veldsterkten in de frequenties van 10 tot ongeveer 100 kHz. Onder die frequentie neemt het lichaam niet veel elektromagnetische energie op. Daarboven voel je je warm worden voordat de niet-thermische effecten optreden.

De opwarming heeft te maken met het Specifiek Absorptie Tempo (SAT) die aangeeft dat de straling die een lichaam treft eerst moet worden opgenomen voordat hij iets uitricht. Een mens absorbeert het best elektromagnetische straling met een golflengte van een- tot tweemaal de lichaamslengte. Kennelijk werkt een lichaam toch als een antenne die energie opneemt uit een langskomende golf. Volwassenen hebben hun hoogste SAT bij ongeveer 70 MHz. Na de 100 MHz neemt de SAT weer iets af.

De fotonen uit gsm-zenders, of ze nu op dak staan of tegen het oor geklemd zijn, hebben een energie die een miljoen keer lager is dan fotonen in het UV-gebied die nog blijvende schade in biologische weefsels kunnen aanbrengen. Het is daarom, met de huidige kennis over stralingsbiologie, niet aannemelijk dat ooit iemand kanker zal krijgen van gsm-antennes, op de manier waarop ioniserende stralen en zonlicht kanker veroorzaken. Maar een zorgvuldige controle is op zijn plaats. Want ook al is het risico laag, de blootstelling wordt steeds massaler, ook al door de opstelling van zenders in woongebieden. De WHO coördineert sinds 1996 een 600.000 dollar per jaar kostend International EMF (electro magnetical field) Project. In 2005 is het af.

Tot die tijd is het behelpen. De Gezondheidsraad heeft voor het hele frequentiegebied van 300 Hz tot 300 GHz normen van maximale blootstelling van de bevolking opgesteld. De berekening voor het frequentiegebied van gsm-telefonie is gebaseerd op het thermisch effect dat ook ongezonde mensen nog moeten kunnen verwerken. Het is, vanwege onderweg geïntroduceerde veiligheidsfactoren, niet meer helemaal te volgen welke opwarming de Gezondheidsraad nog verwerkbaar vindt, maar het ligt beneden de 0,1 graad Celsius per uur. Dat temperatuurverschil kan een mens met gemak compenseren. De door de regering overgenomen normen van de Gezondheidsraad voor gsm-telefonie zijn frequentie-afhankelijk. Het 900 MHz-net bereikt de blootstellingslimiet (24 uur per dag gedurende een leven) bij een veldsterkte van 49 Volt per meter. Het 1800 MHz-net heeft een limiet van 81 V/m.

vuurtoren

De antennes die nu overal in het land staan, stralen gericht, meestal in stralingshoek van 120°, in een horizontale platte schijf vanaf het dak. In dat stralingsveld wordt bij een gemiddelde 900 MHz-antenne de stralingslimiet overschreden wanneer iemand dichterbij dan 2,1 meter komt. Naar beneden en naar achteren verliezen de antennes minder dan 1 procent van hun vermogen. De KEMA heeft het gemeten op de vuurtoren van Ouddorp, waarop antennes (957,0 en 958,2 MHz) van Libertel staan. In de bedieningsruimte werd een maximale veldsterkte van 0,15 V/m gemeten, buiten op de omloop 0,27 V/m. Libertel zegt veel meer van dit soort onafhankelijke metingen te hebben die even lage waarden aangeven. Woordvoerster Claudia Pluymaekers betwijfelt zelfs of gsm-bellers in een flat onder een antennestation wel een goede ontvangst hebben. In een brief aan een verontruste flatbewoonster schreef hoogleraar milieukunde prof.dr. L. Reijnders: ``Uitgaande van het voorzorgbeginsel, dat zegt wanneer ernstige onomkeerbare effecten in het geding zijn, beschermende maatregelen gerechtvaardigd zijn, ook al is er sprake van onzekerheid, kiest men veeleer voor een maximaal toelaatbare veldsterkte van 1 V/m. Onder deze veldsterkte zijn geen fysiologische effecten van radiofrequente velden gerapporteerd.'' De mobiele bellers moeten het verder zelf weten, maar in ongunstige omstandigheden belasten ze hun hoofd vlak boven hun oor (bij de antenne) met een SAR van 0,1 tot 1,3 Watt per kilogram, waar de Gezondheidsraad een grenswaarde van 2 W/kg adviseert.

De angst voor gezondheidsschade onder de antennes mag ongegrond zijn, dat neemt niet weg dat iedere huisbewoner in Nederland medezeggenschap hoort te hebben over wat er op zijn dak staat. Het zou onmogelijk moeten zijn dat, zoals een verontruste bewoonster zegt ``de verhuurder tot nu toe over ieder kleurtje op ieder deurtje briefjes rondstuurde en wilde overleggen, maar nu opeens onaangekondigd een ploeg antenne-installateurs het dak opstuurt.''

    • Wim Köhler