Spannend labyrint van Rehberger

Voor het betreden van een labyrint is wat vertrouwen nodig. Je loopt nu eenmaal een risico: voor je het weet dwaal je rond, urenlang, door telkens dezelfde gangen, zuchtend en puffend, zonder ook maar iets wijzer te worden. Besluit je de doolhof te betreden dan ben je al een optimist: je verwacht op zijn minst dat de tocht door de gangen enig plezier oplevert, of anders dat je aan het einde iets zult aantreffen dat de moeite waard is. In die zin is een labyrint ook een handige metafoor voor veel hedendaagse kunst – even een kwestie doorbijten, soms.

De Duitse kunstenaar Tobias Rehberger (1966) heeft de aarzeling van de toeschouwer slim ondervangen door al buiten zijn labyrint, dat onder de titel Nightprowler in De Vleeshal in Middelburg is te zien, een glimp te bieden van wat hij mag verwachten. Door de 15de-eeuwse hal klinkt muziek die overduidelijk uit het hart van de doolhof komt. Mocht je nog twijfelen om naar binnen te gaan dan haalt deze Sirene je wel over. Het zijn aangename klanken; vriendelijke, lokkende electro-pop.

Een dergelijke werkwijze past goed in het oeuvre van Rehberger, een van de opkomende sterren van de hedendaagse kunst, die opvalt door de elegantie van zijn werk. Meestal zweeft het ergens tussen kunst die licht ironisch naar andere kunst verwijst (een bloemperk in de vorm van een schilderij van Mondriaan bijvoorbeeld) en `gebruikskunst' (een reeks vazen of poefs). Rehberger weet de valkuilen van beide genres echter altijd te vermijden. Zijn werk is zelden zelfingenomen of hermetisch, maar het is ook weer niet zo makkelijk dat het oppervlakkig wordt. Rehbergers kunst is vooral prikkelend en lichtvoetig. Zo werd hij het bekendst met een reeks buitenissige vazen die de ene keer uit veelkleurige hompen klei bestaan, dan weer uit strakke glasplaten of glad, rondgesneden hout – op zich al mooi of grappig. De echte grap zat 'm er in dat iedere vaas het portret is van een kunstenaar uit Rehbergers generatie en dat de desbetreffende kunstenaars zelf de bloemen voor hun `portret' hebben verzorgd.

Nightprowler verwijst een stuk minder naar andere kunstenaars dan de rest van Rehbergers oeuvre. Met veel moeite zou je in de doolhof nog een parodie op minimalistische sculptuur kunnen zien (het is opgetrokken uit strak aaneengeschakelde `kamerschermen' van wit, zijdeachtig papier), maar Rehberger lijkt eerder iets te willen te zeggen over de kunst zelf. Wat dat is wordt niet direct duidelijk, al is het maar doordat het doolhof groot genoeg is om een kwartiertje aan het zoeken te zijn. Daar komt bij dat Rehberger in de doolhof kleine `doorkijkjes' heeft aangebracht waar doorheen de doler af en toe een blik kan werpen op een gang die nog niet binnen zijn bereik ligt. Daardoor zie je wel dat in het hart van de doolhof een paar enorme lampen staan, die een fel wit licht verspreiden. Toch duurt het even voordat je beseft dat je die lampen nooit zult bereiken. Je blijft rondlopen, dwaalt van de ene hoek van de hal naar de andere, zoekt en tuurt en kijkt, als een vlieg die heencirkelt om een vliegenlamp.

Maar zoals het een goed doolhof betaamt, is dat geen probleem. De tocht is spannend en amusant, en je beseft dat een werk als dit zelfs veel beter af is zonder echte uitkomst. En daarin zou heel goed Rehbergers `artistieke statement' kunnen schuilen.

Tentoonstelling: Tobias Rehberger, Nightprowler. De Vleeshal, Markt, Middelburg. Di t/m zo 13-17u. T/m 7/3.