Rebellen op Mindanao voelen zich sterk

De spanning in het zuiden van de Filippijnen neemt weer toe. De angel blijkt nog niet uit het communistische verzet verdwenen. Nog gevaarlijker is het conflict met moslimseparatisten op Mindanao.

Het borrelt weer eens in het zuiden van de Filippijnen. Communistische rebellen van de New People's Army (NPA) ontvoerden afgelopen woensdag een generaal van het Filippijnse leger. Brigade-generaal Victor Obillo (54) wordt samen met een kapitein uit zijn eenheid vastgehouden in de dichtbegroeide jungle rond Davao, de hoofdstad van het eiland Mindanao.

Obillo is de hoogste militair die de rebellen in hun al dertig jaar durende oproer hebben ontvoerd. De NPA heeft de regering voorgesteld de ontvoering van de generaal en de kapitein te beëindigen in ruil voor vrijlating van een aantal NPA-gevangenen, maar de regering verwierp dat voorstel gisteren. De ontvoering van de generaal volgt op de dood van negen NPA-guerrilla's afgelopen dinsdag. Tijdens het verzamelen van zogeheten `revolutionaire belasting' van bewoners in een klein dorp ten noorden van Davao werden de negen mannen neergeschoten door soldaten uit het Filippijnse leger.

De twee incidenten zetten in één klap weer een oud Filippijns probleem op de agenda van president Joseph Estrada. De voormalig acteur die vorig voorjaar het presidentschap overnam van Fidel Ramos, had gehoopt dat zijn voorganger de problemen in het zuiden van de langgerekte archipel definitief had opgelost. Maar niets blijkt minder waar. Ramos stelde zich in 1992, aan het begin van zijn zesjarige termijn, tot doel overal in het land vrede te brengen. De communisten leken een makkelijke prooi destijds. Onderlinge verdeeldheid binnen het linkse verzet maakte deze rebellengroep steeds machtelozer. Maar tot een echt vredesakkoord kwam het nooit.

In maart vorig jaar, een paar maanden voordat Ramos zijn presidentschap beëindigde, liep het overleg vast. Nadat beide partijen een akkoord hadden getekend over naleving van de mensenrechten stonden de communisten er op dat dat akkoord onder hun eigen revolutionaire voorwaarden en regels kon worden uitgevoerd. De regering weigerde dat. Het betekende een smet op Ramos' vredesbelofte en, naar nu blijkt, een vervelende erfenis voor zijn opvolger.

Na een paar rustige maanden blijkt de angel nog steeds niet uit het Filippijnse communistische verzet. De ontvoeringsactie van de NPA bewijst dat. En ook de reactie van het Nationaal Democratisch Front (NDF), de linkse moederorganisatie die rebellen vertegenwoordigt in vredesonderhandelingen met de autoriteiten, is veelzeggend. De NDF noemt de ontvoerde generaal en kapitein ,,krijgsgevangenen'' die, wanneer zij schuldig worden bevonden, ,,zullen worden gestraft als oorlogsmidadigers'' tenzij de regering bereid is tot de ruil van gevangenen. De regering heeft een paar hoge ambtenaren naar Mindanao gestuurd om met de rebellen te praten en het leger is een reddingsactie begonnen in de jungle waar het hoofdkwartier van de NPA verscholen ligt.

De communistische strijd is niet de enige kwestie waarmee Estrada worstelt in het zuiden van zijn land. Op het eiland Mindanao, een van de armste provincies van de Filippijnen, woedt ook nog steeds het gevecht met de moslimseparatisten van het militante Moro Islamitisch Bevrijdingsfront (MILF). Filippijnse moslims voeren sinds begin jaren zeventig een strijd om onafhankelijkheid die al aan circa 120.000 mensen het leven heeft gekost. De circa vijf miljoen moslims op Mindanao, die een minderheid vormen ten opzichte van de christenen, beschouwen het eiland als hun erfgoed sinds Arabieren er in 1390 begonnen met de verspreiding van de islam.

Ramos sloot in 1996 een vredesakkoord met een deel van de moslimseperatisten, verenigd in het islamitische Moro Nationaal Bevrijdingsfront (MNLF), onder leiding van Nur Misuari. Dat akkoord moest de weg plaveien voor de oprichting van een autonome regio. Maar het MILF weigerde in te stemmen met de plannen. Eind deze maand gaat de regering daarom opnieuw rond de tafel zitten voor een serie vredesgesprekken met het MILF. Maar veel hoop op succes is er niet.

De moslims vormen een veel grotere groep dan de communisten op de Filippijnen en volgens commentatoren geeft de groeiende invloed van de islam in de wereld de MILF-strijders zelfvertrouwen en vasthoudendheid in hun oproer. De moslimrebellen beschikken over een sterk eigen leger. Volgens het MILF beschikt het over 120.000 getrainde soldaten. Diplomaten schatten dat het om 50.000 man gaat. Maar duidelijk is dat het Filippijnse leger, dat bijna de helft van zijn 110.000 soldaten op Mindanao heeft gestationeerd, het zwaar zal krijgen tegen het MILF.

De Filippijnen hebben de afgelopen jaren nauwelijks meer geïnvesteerd in modernisering van het leger, omdat het niet meer nodig leek. Sinds het uitbreken van de economische crisis is er een nieuw argument bij gekomen: er is geen geld voor. Dat gegeven maakt het leger – en daarmee president Estrada – tot een zwakke partij in de onderhandelingen. Dat geeft zowel de MILF als de communistische guerrilla's meer zelfvertrouwen om hun strijd met nieuwe energie op te pakken.