Ontluisterend beeld van ambtenarij

De verhoren over de lading leverden deze week een ontluisterend beeld op van de ambtelijke instellingen. Een tussenbalans.

Gaf een lid van de Bijlmercommissie vorige week vrijdag nog besmuikt toe dat het een minder succesvolle week was geweest, gisteren blaakten alle leden weer van zelfvertrouwen. ,,We hebben alle informatie'', verklaarde commissievoorzitter Th. Meijer gistermiddag opgetogen op zijn wekelijkse persconferentie na de verhoren.

De klapper van de week was ongetwijfeld de mededeling van Meijer donderdagmorgen dat de commissie erin was geslaagd de ladingspapieren te achterhalen, waaruit de samenstelling van de resterende 20 ton vracht viel af te leiden. Daarmee lijkt er na 6,5 jaar een eind te zijn gekomen aan een speurtocht naar documenten, die voorgoed verdwenen leken. De avond tevoren had El Al plotseling een tamelijk compleet overzicht aan Meijer gegeven.

De commissie houdt overigens nog enige slagen om de arm: eerst moeten er nog `onderliggende' stukken uit de Verenigde Staten komen. Die zullen worden bestudeerd, maar tot dusverre zijn er echter geen aanwijzingen dat er gevaarlijke stoffen in het geding zijn.

J.W. Weck, die zich als directeur van de Rijksluchtvaartdienst na een trage start de laatste paar jaar intensief maar vruchteloos op de jacht naar de ontbrekende documenten had gestort, toonde zich hierover gisteren tijdens zijn verhoor voor de commissie verbluft. ,,Jarenlang zijn we bezig geweest en op het moment suprême komt er een hele doos te voorschijn'', aldus Weck. ,,Dat gaat me boven de pet.''

Het was een tamelijk ontluisterende week voor diverse ambtelijke instellingen. Zowel de RLD als de Economische Controle Dienst (ECD) bleken zich jarenlang niet bijster te hebben ingespannen om de lading te achterhalen. ,,Eigenlijk was het toen al (in 1996, red.) een gesloten boek'', verklaarde R. Putters van de Rijksverkeersinspectie (RVI), die onder de RLD ressorteeert. De oorzaak van het ongeval stond immers vast - een fout in de ophangconstructie van de motoren - en de rest interesseerde de RLD maar matig. De ECD had weliswaar enkele malen hulp aangeboden bij het traceren van de ontbrekende ladingpapieren, maar had zich daarbij niet bepaald vasthoudend getoond.

Nog deerniswekkender bleek de rol van de rijkspolitie op Schiphol te zijn geweest. Kort voor de ramp bleken persoonlijke conflicten zo hoog te zijn opgelaaid dat de toenmalige commandant, F. Maurer, een tijdje naar huis werd gestuurd. In theorie was er een nieuwe chef, maar verscheidene politiemensen gaven tijdens hun verhoren deze week toe, dat ze waarachtig niet konden zeggen wie er nu op de avond van de ramp de leiding had gehad op het bureau op Schiphol. Alle betrokkenen schreven deze onzekere toestand toe aan een ingrijpende reorganisatie van de politie op de luchthaven. Maurer, die zich niet kon herinneren dat hij op de rampavond naar de luchthaven was gereden, had er in de meldkamer gezeten en zich nergens mee bemoeid.

Bovendien bleef een groot raadsel wat er nu precies is gebeurd met de vrachtdocumenten van deze vlucht. Politieman D. Nix, die ze op heeft gehaald bij El Al, zegt een pak papier van vijf à zes centimeter te hebben ontvangen van voormalig vrachtmanager J. Plettenberg, nadat die de stukken voor hem had gekopieerd. Nix heeft de envelop aan zijn directe chef overhandigd. Op zijn beurt verklaarde Plettenberg dat hij de politieman alleen de operationale papieren heeft meegegeven. En zoals El Al-manager I. Chervin uit Israel, destijds directeur van het vrachtbedrijf verklaarde, zijn het dan niet meer dan vijf of zes velletjes geweest.

Deze vierde enquêteweek ving woensdagmorgen aan met het dramatische verhoor van H. Aaij, in 1992 cargo supervisor bij El Al. Hij werkt er sinds enkele jaren niet meer en woont nu in het noorden. Het bleek dat Aaij degene was die op de avond van de ramp op vragen van verkeersleider Hendriks een lijst met gevaarlijke stoffen had voorgelezen zonder te beseffen dat hij het verkeerde stuk voor zich had. De ,,explosieven, giffen en gassen'' die hij doorgaf, waren eerder die zondag op Schiphol uitgeladen. Aaij maakte een verslagen indruk nadat de commissie hem de geluidsband van het gesprek 6,5 jaar na de ramp had laten beluisteren. Overigens bleek er niet direct uit af te leiden dat Aaij op geheimhouding had aangedrongen. Het beeld dat Aaij van zichzelf had, evenwichtig en logisch handelend, werd die avond verwoest.

Meijer en zijn commissie zijn nu over de volle breedte met waarheidsvinding bezig en lijken steeds overtuigder dat de missie werkelijk slaagt. De komende week zijn er, in verband met de verkiezingen voor Provinciale Staten geen verhoren. ,,We gaan nadenken. Waar staan we, wat gaan we doen'', aldus Meijer. Over de vracht heeft hij geen enkele twijfel meer: ,,We weten alles''.