MET VULKANISCHE AS BEDEKTE JAPANSE STAD IN KAART GEBRACHT

Pompeii is lang niet de enige stad die bij een vulkaanuitbarsting door een regen van as werd bedolven. Veel van dergelijke steden zijn echter nauwelijks bekend doordat ze in afgelegen gebieden voorkomen. Dat is niet het geval met Komochi-mura, in Gunma op het eiland Honshu (Japan); die stad wordt ook nu bewoond. Het gaat daarbij echter om een andere stad dan zo'n 1400 jaar geleden, want die stad werd bij twee uitbarstingen van de Futatsudake, een vulkanische top van de Haruna (ongeveer 10 km ten zuidwesten van de stad) vrijwel geheel onder de as bedolven. Het pakket van as (vaak met betrekkelijk grote brokken puimsteen) is ongeveer 2 m dik.

Het oude Komochimura is, zoals een aantal kleine archeologische opgravingen hebben aangetoond, goed bewaard gebleven en daarom van grote archeologische betekenis. Vanwege de recente bebouwing is een grootschalige opgraving echter onmogelijk. In de afgelopen tien jaar is de oude stad echter toch in kaart gebracht. Hiervan brengen de Japanse onderzoekers verslag uit in het Journal of Applied Geophysics (vol. 40). De kartering vond plaats met behulp van de grond binnendringende radar. Met deze techniek werden ongeveer 60 km aan lijnen `geschoten'. Dankzij deze gedetailleerde kartering is het mogelijk gebleken niet alleen een nauwkeurig beeld te krijgen van het patroon van straten en bebouwing, maar ook om een aantal optimale plaatsen te kiezen voor opgravingen. Daarbij kwamen diverse typen woningen aan het licht, waarvan de meeste deels in de grond waren ingegraven. Dat verklaart mede waarom deze huizen niet boven de aslaag uitsteken. Sommige huizen waren echter niet ingegraven. Omdat de daken van die huizen het gewicht van de as niet konden dragen, zijn ze ingestort, zodat ook van deze bouwwerken niets meer boven de as uitsteekt.

Interessant is dat met de radar beelden werden verkregen waaruit het type huis goed is af te leiden. Dat maakt het dus mogelijk om na te gaan welk type huis het meest voorkomt (ingegraven was kennelijk de norm) en hoe hun verspreiding is. Ook grafvelden konden met deze techniek duidelijk in kaart worden gebracht. Dat zelfs voormalige paden op de radarsignalen zijn te herkennen, mag als verrassend worden beschouwd. Het toont aan hoe verfijnd de techniek inmiddels is. De onderzoekers wijzen er echter op dat de signalen vaak moeilijk zijn te interpreteren als niet met behulp van een aantal opgravingen eerst wordt vastgesteld wat voor type structuren bij welke signalen horen. Is die relatie echter eenmaal bekend, dan kunnen in betrekkelijk korte tijd grote oppervlakken nauwkeurig worden geanalyseerd zonder dat verdere opgravingen nodig zijn.

(A.J. van Loon)