Krokodillentranen

Over het verdwijnen van Allert de Lange, boekhandel aan het Damrak in Amsterdam, is al veel in mineur geschreven. Ik deel in de treurnis, maar vind tegelijkertijd dat hier krokodillentranen worden vergoten. Het opzienbarende is niet dat Allert de Lange is gesloten, maar dat hij het zo lang heeft volgehouden. De vraag is nu: wat komt ervoor in de plaats? Ik belde het oude nummer, in de hoop nog een boekverkoper te treffen, een veteraan, zittend op de laatste stoel, tussen de lege kasten, maar de telefoon rinkelde in de lege ruimte, denk ik. Misschien zou de gemeente het weten, de afdeling culturele zaken. Onze stadsredactie doet onderzoek. Bij het ter perse gaan van dit stukje kan ik daar nog niets over meedelen.

Toevallig is in de week voorafgaande aan het faillissement van Allert de Lange de binnenstad van Amsterdam uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht. Hoort een oude boekwinkel (of een oude drogist, fourniturenwinkeltje, vishandel) tot het beschermde stadsgezicht? Nee natuurlijk. Als we de middenstand moesten conserveren om oude stadsgezichten te bewaren was het hek van de dam. Maar dan iets anders: hoort het Damrak, de boulevard die de `rode loper' voor het oude centrum is, tot het beschermde stadsgezicht? Ja natuurlijk. Is het dan verstandig, zo'n boulevard te laten bezetten door smultentjes, pornohandeltjes, speelpaleizen, souvenirboetiekjes, een enkel besmuikt coffeeshopje, wisselkantoortjes en uitzendbureaus? Vooral als je er nog niet zo lang geleden miljoenen voor hebt over gehad om daar verguld straatmeubilair neer te zetten, een vrije trambaan aan te leggen, en die naam te verzinnen: de rode loper? Misschien is dat toen niet de bedoeling geweest, maar er zijn machten, sterker dan het Amsterdamse stadsbestuur.

De ondergang van Allert de Lange is het gevolg van wanbeheer van de rode loper. Telkens als ik er voorbij reed, jaar na jaar, heb ik me er weer over verbaasd dat deze winkel het nog bolwerkte. Die verbazing is dus voorgoed voorbij; daar zeuren we niet meer over. We kijken naar de toekomst, het beschermde stadsgezicht. Ik citeer het berichtje in deze krant: `De binnenstad van Amsterdam is aangewezen als beschermd stadsgezicht. Dat hebben de ministeries van VROM en OCW besloten. Deze status verplicht Amsterdam bestemmingsplannen op te stellen die voldoende beschermend zijn. Niet alleen de monumenten zijn meer beschermd maar ook het totaalbeeld van gebouwen, straten, pleinen, grachten en bruggen.'

Het eerste opvallende is de buitenlandse inmenging: niet B en W, maar VROM en OCW hebben besloten. Wordt Amsterdam in Den Haag niet meer vertrouwd? En dan het stukje cursivering van mij: het totaalbeeld. Wat zal volgens de maatstaven van VROM/OCW als vervanging van Allert de Lange in het totaalbeeld passen?

Ik herhaal, samengevat, een stukje dat ik hier twee of drie keer eerder heb geschreven. De binnenstad van Amsterdam in de driehoek CS, Rembrandtplein, Leidseplein moet niet worden beschouwd als beschermd stadsgebied maar als economisch slagveld. Jarenlang heeft de gemeente daar terrein prijsgegeven aan wissel-, patat-, souvenir-, automaten-, peep- en pornoindustrie. Het is een omsingeling. Van drie kanten – het station en de pleinen – is de industrie opgerukt en heeft in de periferie nieuwe enclaves gesticht. Nu moet alleen nog het laatste bolwerk, het réduit tussen Dam en Munt in de pan worden gehakt. Dan zijn eerst de Utrechtsestraat en de Nieuwezijds aan de beurt om verder te worden geïnfiltreerd. Daar staan ook twee boekhandels leeg. Misschien kan daarna de sprong naar de overkant van de Amstel worden gewaagd – maar daarmee kijken we alweer een paar jaar verder in het volgende millennium.

Eerst nu nog één keer de Dam, niet omdat het mijn lievelingsonderwerp is, maar omdat ik, als iemand die het tweemaal per dag oversteekt, van het nationale plein nu eenmaal veel weet. Het is een prachtig plein, levendig, ruim en goed begrensd door verleden en heden: het Paleis, de Nieuwe Kerk, de Bijenkorf, en desnoods Madame Tussaud erbij. Het wordt op twee manieren verpest: materieel door de regelmatig terugkerende kermis die er met zijn zware moderne machines steeds dieper glooiingen in achterlaat, en beeldgewijs door het parkeerterrein voor de taxi's die de ruimte visueel aan scherven breekt. Verhuis de kermis naar een terrein dat voor moderne kermissen geschikt is, en verhuis de taxistandplaats naar het Rokin waar het met die rijen auto's sowieso iedere dag een rotzooi is. Zet dan iedere dag om acht uur de gemeentereiniging aan het werk om de bierblikjes, het karton en de gebruikte spuiten op de ruimen, en dan heb je, volgens de voornemens van VROM/OCW al een aardig begin gemaakt. De Dam is het centrum, niet alleen van Nederland maar ook van het Amsterdamse stadsgezicht. Misschien, als je daar met de bescherming begint, volgt de rest – niet vanzelf, maar wel gemakkelijker.