Kijk- en luisteroproer in de studentenflat

et heeft lang geduurd, maar vorige maand waren de Nederlandse studenten weer eens massaal verontwaardigd. Razend zelfs, zo liet het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) weten. Maar liefst 37.000 studenten dreigen namelijk het slachtoffer te worden van een plan van de Dienst Omroep Bijdrage. Zij wil het kijk- en luistergeld per studentenflat van vijftig naar honderd gulden verhogen. De Dienst had namelijk ontdekt dat het aantal televisietoestellen in de studentenhuizen de laatste jaren explosief gegroeid was. Betalen dus!

Oneerlijk, vindt het ISO. Want de overheid laat weer eens zien met twee maten te meten, volgens voorzitster Zwetsloot. Gewone minima worden vrijgesteld van dit soort lasten, terwijl de minstens zo arme studenten plotseling het dubbele moeten gaan betalen voor hun dagelijkse portie Goede Tijden, Slechte Tijden.

Interessant bericht.

Allereerst omdat er zo'n authentieke woede uit opstijgt. Gepakt door de Staat! Vreselijk! Met deze emotie zijn de meeste revoluties begonnen, en waarom zou het kijk-en luisteroproer niet de opmaat zijn tot een lang en hardnekkig studentenverzet? Nu de plateauzolen en de opblaasmeubelen weer terug zijn, is op politiek terrein ook heel wat retro te verwachten.

Maar afgezien daarvan, ook de kwestie die aan de orde gesteld wordt is de moeite waard. Als het ISO gelijk heeft en de overheid het standpunt huldigt dat een student meer moet betalen voor zijn kijkgenot dan een baanloze minimumlijder, moeten we ons afvragen wat daarvoor de redenen kunnen zijn.

Zelf denk ik aan een soort ontmoedigingsbeleid. Minister Hermans is natuurlijk geschrokken van de cijfers die het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs publiceerde over de tijdsbesteding van de moderne student. Daaruit blijkt dat sinds 1980 het televisiekijken enorm is toegenomen. Van 6.7 uur naar 11.3 uur per week in 1995. Terwijl het boekenlezen in diezelfde periode is teruggelopen van 6.9 tot 2.7 uur. Ontlezing en verkijking zijn processen die dus ook de bloem der natie stevig in hun greep hebben. Dat blijkt ook uit de groeiende populariteit van studierichtingen als communicatiewetenschappen, mediamanagement en reclamologie. Overal waar het bewegende beeld als serieus onderzoeksobject bestudeerd mag worden, zitten de collegezalen vol studenten. Eén en al aandacht voor het videoscherm boven de lessenaar. Heerlijk vinden ze dat, en de studievreugde wordt nog groter als ze hun stageperiode in Hilversum of Aalsmeer mogen doorbrengen.

Het spreekt vanzelf dat al die studies waarvoor nog boeken gelezen moeten worden, het steeds moeilijker krijgen.

Uit het oogpunt van een evenwichtig onderwijsbeleid is het daarom te begrijpen dat de minister het televisiekijken door studenten extra gaat belasten. Het is dezelfde gedachte als die achter het rekeningrijden van collega Netelenbos zit: wie veel moet betalen, zal naar alternatieve middelen zoeken om zijn doel te bereiken. In het hoger onderwijs liggen boeken dan voor de hand.

Het is natuurlijk, net als bij het rekeningrijden, afwachten maar door het verhogen van de omroepbijdrage zou het in de Nederlandse studentenflats wel eens heerlijk rustig kunnen worden. Niet meer de hele middag dat geschetter en geflakker van Cartoon Network in het betonnen studeervertrek, maar de serene rust van een kloostercel die als vanzelf uitnodigt eindelijk eens de boeken open te slaan. Een substantiële verbetering van het studieklimaat, zo lijkt me, waar iedereen in de flat van profiteert.

Is dat oneerlijk ?

Ach, vanuit een bekrompen, ANWB-achtig standpunt misschien wel. Wie zich de collectieve winst van het alternatief niet kan voorstellen, heeft alleen maar oog voor wat hijzelf kwijtraakt. Van zo'n kleinburgerlijke veroordeling van het initiatief van minister Hermans zou iedere rechtgeaarde student zich moeten distantiëren.

Anders ligt het als de vraag gesteld wordt of de maatregel niet oneerlijk is tegenover degenen die helemaal niets extra hoeven te betalen, maar ook, net als de studenten, hun dagen nutteloos vullen met bewegende beelden. De echte minima dus. Voor hen lijkt geen enkele minister zich in te spannen. Waarom wordt bij deze categorie zware kijkers de omroepbijdrage niet fors verhoogd? Zo'n financiële prikkel lijkt mij eerlijk gezegd het enige middel dat de overheid in handen heeft om ook hen te bevrijden van de terreur van de beeldbuis.

Het lijkt me sterk dat minister Hermans hier niet samen met staatssecretaris Van der Ploeg over gebrainstormd heeft toen de situatie in de studentenflats aan de orde was. De laatste zal er als socialist en econoom zeker niet vies van geweest zijn om de financiële prikkel als beleidinstrument in te zetten bij zo'n klassieke poging tot volksverheffing. Waarom dan toch geen gelijke behandeling van studenten en minima op dit punt?

Het enige dat ik kan bedenken is dat minister Netelenbos dit verboden heeft. Want anders dan de studenten zullen de uitkeringsafhankelijken niet naar de boeken grijpen, als de televisie voor hen te duur wordt. Zonder OntbijtTV en Koffietijd dient zich voor hen maar één alternatief aan om de lege ochtend te ontvluchten: een autoritje. Ook al belandt men rechtstreeks in de file.

Tel uit je winst als het woon-werkverkeer nog eens extra wordt belast met een half miljoen baanloze escapisten, zal Netelenbos gedacht hebben, toen ze hoorde wat er op haar vroegere departement werd uitgebroed. Vandaar dus dat de kijkgelden voor de maatschappelijk niet-actieven zo laag mogelijk gehouden worden. En omdat natuurbehoud uiteindelijk zwaarder weegt dan cultuurbehoud, zal dat voorlopig wel zo blijven.

Oneerlijk, jazeker.