`Ik ben dol op spelletjes'

De oude omroepverenigingen moeten van de staatssecretaris hun bestaansrecht bewijzen. Als er al geen staatsomroep gloort, dan in ieder geval meer bemoeienis van de politiek met het omroepbestel. `Ik moet waarborgen vinden die ervoor zorgen dat de omroep zich echt onderscheidt van de commercie.'

Ik maak het de verenigingen juist makkelijker door minder leden van ze te eisen

Ik ben misschien een beetje ouderwets, maar de publieke omroep heeft een publieke verantwoordelijkheid

Wie mocht denken dat Paars in Nederland geen veranderingen teweeg heeft gebracht, moet eens in Hilversum gaan kijken. Staatssecretaris Nuis (D66) keerde het omroepbestel in de vorige kabinetsperiode al om door de oude omroepvoorzitters hun macht te ontnemen en die te leggen bij een door hem benoemde onafhankelijke raad van bestuur.

Zijn opvolger Rick van der Ploeg (PvdA) gaat nog een paar stappen verder. In zijn nieuwe Concessiewet die vorige week in de ministerraad werd besproken, geeft hij een tienjarige concessie aan de NOS en moeten de oude verenigingen als AVRO, VARA of TROS veel dwingender hun bestaansrecht bewijzen. Ze verliezen hun eigen net, hun grote programmatische vrijheid en gezamenlijke grip op 250 miljoen gulden. Abraham Kuypers `soevereiniteit in eigen kring' is ook in Hilversum definitief ten grave gedragen. Nog nooit in de naoorlogse geschiedenis heeft Den Haag zich zo gedetailleerd bemoeid met het omroepbestel.

Dat verlies aan invloed van de omroepverenigingen gaat niet zonder slag of stoot. Vooral de VARA voelt zich zwaar aangetast in haar traditionele autonomie en bracht – tot dusver vergeefs – coryfeeën als presentator Paul Witteman en oud-voorzitter Marcel van Dam in stelling om invloed uit te oefenen op politieke geestverwanten in de PvdA. Tot de komst van Paars had die partij samen met het CDA altijd een beschermende cocon rond de omroepen gevlochten. Is Hilversum niet hard op weg een staatsomroep te worden, of is het dat eigenlijk al?

Toen staatsecretaris Nuis zijn omroephervorming door de Kamer had geloodst zei de toenmalige NOS-voorzitter Van der Louw, uw partijgenoot, dat de overheid een te lange arm te diep in de omroep had gestoken. U gaat nu nog een stuk verder. Moet de politiek zich wel zo nadrukkelijk met een onafhankelijke instelling als de publieke omroep bemoeien?

,,Ik ben misschien een beetje ouderwets, maar de publieke omroep, heet de publieke omroep. Ze heeft dus een publieke verantwoordelijkheid, en dan dient de politiek zich ermee te bemoeien. Mij gaat het er om dat de publieke omroep onderscheidend is, dat het de verschillende maatschappelijke groeperingen vertegenwoordigt, dat er een pluriform aanbod is. Ik moet waarborgen vinden die ervoor zorgen dat de omroep zich echt onderscheidt van de commercie. De publieke omroep wordt immers met publieke middelen gefinancierd, het gaat om ruim een miljard gulden.

,,Daarom moet de publieke omroep programma's uitzenden zoals Buitenhof, zoals Nova of Nederlandstalige dramaseries die net wat moeilijker toegankelijk zijn. Programma's die niet gemaakt worden als ze alleen met reclamegeld gefinancierd zouden moeten worden. Dat betekent niet dat je je als politiek met de inhoud van programma's moet bemoeien. Daar moet je verre van blijven, daar staat een groot schot tussen. De publieke omroep en de verenigingen zelf moeten de programma's invullen. Maar ik vind wel dat je kunt vragen: jongens zorg nou dat je wat meer informatieve programma's hebt, wat meer educatie, kunst of informatie.''

U heeft een maximum gesteld van 25 procent amusement per zender.

,,Ja, en meteen al stonden er koppen in de krant van: Van der Ploeg wil minder spelletjes. Dat is niet waar. Ik ben dol op spelletjes. Nu doet de omroep al voor 25 procent aan verstrooiing, maar ik zou het jammer vinden als de raad van bestuur er voor zou kiezen dat één net alleen zou bestaan uit spelletjes, alleen plat amusement.''

De NOS wil juist de netten een eigen gezicht geven zonder gebonden te zijn aan voorschriften per net. Bovendien staat in het beleidsplan van de gezamenlijke omroepen juist dat ze streven naar een verhoging van het aandeel amusement tot dertig procent.

,,Dan hebben de dames en heren in Hilversum een probleem. Ik wil voorkomen dat er een pretnet onstaat helemaal vol met amusement, en aan de andere kant een soort intellectueel getto-net, waar je hele intellectuele en culturele programma's krijgt voor een heel klein publiek. Met een marktaandeel van vier of vijf procent. Dan is die intellectuele zender wel een publieke zender, maar dan gaan mensen aan mij vragen: die spelletjeszender, lijkt die niet erg op RTL4 of SBS6? Dan moet ik zeggen: ja. En dan zeggen ze vervolgens tegen me: is dat dan nog wel publiek, onderscheidend van de commercie? Nou ja, helaas niet.''

Maar in de praktijk stellen die programmavoorschriften toch helemaal niets voor? De NCRV rekent `Villa Felderhof' tot de informatieve programma's, terwijl het natuurlijk amusement is. Goed amusement weliswaar, dat mag je van de publieke omroep verwachten, maar toch amusement.

,,Ja, een quiz als Per Seconde Wijzer is een spelletje, maar wordt tot educatie gerekend omdat het educatieve elementen bevat. En Ook Dat Nog is informatief, zou je zeggen. Maar we weten allemaal dat Silvia Millecam ook een van de grootste kleinkunstartiesten van Nederland is. Dat programma telt dus als kunst, omdat er een satirische toon in zit.''

Vindt u dat de omroepen zich op dit moment goed houden aan de voorschriften die er nu zijn en de goede programma's onder de goede labels schuiven?

,,Je kunt er altijd aan bijschaven, maar het classificatiesysteem werkt in mijn ogen vrij goed. Wel is een rode draad van mijn wetsontwerp dat de omroepen zich veel beter moeten verantwoorden voor wat ze doen. Een visitatiecommissie zal beoordelen hoe ze zich aan hun publieke taak houden.''

Die grotere verantwoording geldt ook op financieel gebied. U wilt dat de omroep elke drie maanden met een exploitatie-overzicht komt.

,,Nu is het zo dat Unilever in meer detail rapporteert dan de publieke omroep. Een hoofdpunt van deze wet is public accountability. Vroeger hield Hilversum altijd vast aan het bedrijfsgeheim, anders wisten de commerciëlen te veel. Ik heb ervoor gekozen dat minder belangrijk te vinden dan de publieke verantwoording. Die driemaandelijkse financiële rapportage moet dus openbaar.''

Dat is in feite van bijna niets naar bijna alles.

,,Ja, ik raak wat gulzig als ik lange tijd in het duister verkeerd heb.''

De optelsom van de dingen die u nu vastlegt in de wet: een uitgebreide opdracht voor de omroep, scherpere programmavoorschriften, concertregistraties op Radio 4, Poppodia op Radio 3, televisie voor migranten en jongeren...

,,Wel een hele lange arm?''

Ja, moet een regering zich daar zo nadrukkelijk mee willen bemoeien?

,,Het alternatief is dat je tegen Radio 3 zegt: doe al die dingen niet, ga niet het clubcircuit in, doe geen verslag van Lowlands of PinkPop, introduceer geen beginnende bandjes, maar speel de hele dag banden af à la Sky Radio en draai de hele dag hits die er al zijn. Maar iedereen kan Anouk spelen als Anouk eenmaal groot geworden is. Het is juist interessant om Anouk te spelen als Anouk Anouk nog niet is. Als Radio 3 die specifieke opdracht niet zou krijgen, gaan mensen zeggen, Radio 3 verschilt amper van Sky of Veronica. Waarom zou dat publiek moeten zijn?''

Maar doet de omroep die afwijkende dingen nu dan te weinig?

,,Ze deden het te weinig. De laatste jaren is er wel een slag gemaakt. Neem als willekeurig voorbeeld de AVRO. Met Pleidooi, Oud Geld, en allerlei concertregistraties doen ze meer. Maar die slag moeten we nog net een stukje verder trekken.''

Ook de fiscalisering en de afschaffing van de omroepbijdrage die u voorstelt, kunnen in het licht van een grotere staatsbemoeienis gezien worden. Dat is een tamelijk principiële stap.

,,Als wij in Nederland geld geven aan verpleeghuizen, aan gezondheidszorg, aan basisscholen, dan wordt dat tegen alles afgewogen. Dat kan van jaar tot jaar bekeken worden. Het enige dat daar niet aan hoeft te voldoen is de publieke omroep. Dat is een hele speciale positie. Blijkbaar is de publieke omroep belangrijker dan de verpleging van ouderen of de opvoeding van kinderen. Daarmee zeg ik niet dat ik dat wil wegnemen, maar ik wil wel onderzoeken of we de omroepbijdrage van tweehonderd gulden per persoon kunnen afschaffen. Ik wil weten of we op grond van demografische gegevens en inflatie kunnen komen tot een soort rijksbijdrage voor de omroep. Ik ben bereid dat te doen onder de voorwaarde dat de politiek niet van jaar tot jaar kan gaan kaasschaven. Je kunt denken aan een artikel in de Grondwet of de Mediawet die zegt dat de vrijheid van meningsuiting van de omroep is gebaat bij een onafhankelijke financiering.''

Behalve de verhoudingen tussen Hilversum en Den Haag is er de laatste jaren vooral in de machtsverhoudingen binnen Hilversum veel veranderd. De door Van der Ploeg benoemde raad van bestuur onder leiding van Gerrit-Jan Wolffensperger neemt de initiatieven. Het plan om de drie netten te profileren onder de namen Ons Net, Mijn Net en Het Net is daar een voorbeeld van. De omroepverenigingen als KRO en EO praten nog slechts mee in een controlerende raad van toezicht.

In kringen rond de raad van bestuur van Wolffensperger begint men zich inmiddels af te vragen waarom u ze daar heeft neergezet. Er zijn daar kreten te horen als: wij kunnen het zelf wel. Of zelfs: dit begint langzamerhand op de staatsomroep van de voormalige DDR te lijken.

,,Ik denk dat dit college van drie wijze heren – Wolffensperger, Van Beers en Dirks – natuurlijk het liefst wil dat het helemaal vrij zijn gang kan gaan. Maar zo is het leven niet. Ze hebben een publieke verantwoording, ze zijn namelijk niet gekozen, ze hebben geen achterbannen zoals de verenigingen. De VPRO, de kleinste vereniging, heeft toch nog zo rond de 450.000 leden. Daar zou de PvdA voor tekenen, ook de nieuwe voorzitter, wie dat ook moge worden. De VARA heeft nog meer leden, misschien wel meer dan alle politieke partijen bij elkaar. De raad van bestuur heeft dus een geclausuleerde macht, men behoort dat te beseffen. Als ze kiezen voor de grootste gemene deler, zeg ik, nee, nee, daar hebben we u niet voor aangesteld.

,,Ook de raad van toezicht, waarin alle omroepverenigingen zitten, heeft daarin een taak. Zij moeten controleren en bovendien algemene uitgangspunten vaststellen hoe die drie netten te profileren. Of alle netten min of meer gelijke marktaandelen moeten hebben, of niet. Of dat er netten komen naar genre.

,,Ik geef geen mening hoe dat eigen gezicht er uit moet komen te zien. Wel wil ik die raad van toezicht over vijf jaar evalueren. Misschien dat de samenwerking dan zo ver is gevorderd dat ik zeg, laten we per net iemand afvaardigen in de raad van toezicht, dat werkt een stuk daadkrachtiger. Maar daar wil ik nog niet op vooruit lopen.''

Toch versterkt u de macht van de raad van bestuur. Wolffensperger stelt de nieuwe profielen voor de netten vast, bovendien gaat de raad van bestuur zich veel nadrukkelijker met de inhoud bemoeien omdat u hun programmaversterkingsbudget verhoogt van 10 naar 25 procent. Daarmee haalt u 250 miljoen gulden weg bij de omroepverenigingen.

,,Er zijn op dit moment veel moeilijke programma's die de verenigingen vermijden in de zoektocht naar meer leden en naar een zo breed mogelijke programmering. Bijvoorbeeld het bewerken van toneel voor televisie, maar ook mooie documentaires, of programma's gericht op minderheden en jongeren. Die tien procent is bedoeld om net wat meer geld te geven om dat los te trekken. Dat gebeurt echter niet, dat wordt nu gewoon doorgesluisd naar de omroepvereniging via de gewone verdeelsleutel.

,,Ik doe twee dingen. Ten eerste zeg ik: dat pik ik niet. Ik wil dat die tien procent daadwerkelijk wordt gebruikt voor profilering, om de publieke zenders onderscheidend te kunnen programmeren van de commerciële omroep. Voor de moeilijke programma's die anders tussen wal en schip vallen omdat de verenigingen zeggen: ik maak liever iets goedkopers, anders kom ik niet rond. Ik wil die extra push geven. Ten tweede, geef ik de mogelijkheid om dat budget te verruimen van 10 procent tot maximaal 25 procent. Dat gaat van de totale inkomsten af en er blijft dus minder over voor de verenigingen. Van jaar tot jaar kunnen de staatssecretaris en de Tweede Kamer dat geld oormerken voor die moeilijkere programma's, tot dat maximum.

,,Dat is inderdaad wat meer centrale regie en wat minder verenigingen. Uiteindelijk komt het overigens wel weer bij die verenigingen terecht want de raad van bestuur mag dat geld alleen maar uitgeven via de verenigingen die de programma's moeten maken. Dat betekent, dat die vereniging die het meeste inspringt op die onderscheidende programma's, educatieve programma`s, minderhedenprogramma's, jeugdprogramma`s, kunstzinnige programma's die net ietsje duurder zijn, en daarin ook een deel van hun eigen budget meenemen als de raad van bestuur slim is, die eten meer uit die ruif. Een ander krijgt minder geld.''

De omroepverenigingen worden dus gestraft of beloond voor het al dan niet maken van die programma's.

,,Het is een premie op samenwerking, op onderscheidend profileren ten opzichte van de commercie, ja. Dat is inderdaad nogal revolutionair in Hilversum.''

De omroepverenigingen zullen dit niet leuk vinden, hun autonomie wordt nog verder aangetast.

,,Het is gewoon de vraag tot hoe ver je gaat. Er zijn ook partijen, ik geloof de VVD, die zou het liefst zien dat het centrale budget honderd procent zou zijn, dan worden de verenigingen opgeheven.''

Maar laten we eerlijk zijn, eigenlijk wilt u dat toch ook?

,,Ik wil wat in die wet staat, ik wil precies wat in die wet staat.''

Dat is wat u op dit moment politiek haalbaar acht, uiteindelijk bent u toch ook een voorstander van het BBC-model: één grote publieke omroep in plaats van al die verenigingen?

,,Nee, ik ben voor evenwicht, ik ben een helder iemand, en dat is precies wat er in die wet staat, en dat is al bijzonder interessant genoeg. Ik heb voor een maximum van 25 procent gekozen, omdat ik de verenigingen meerjarige zekerheid wil bieden. Dat ze in ieder geval voorlopig de beschikking hebben over die 75 procent. Bovendien maak ik het de verenigingen juist makkelijker door minder leden van ze te eisen.''

Dan is er er nog een merkwaardige kwestie die vorige week speelde. U was van plan om verscherpte programmavoorschriften – minimaal 25 procent cultuur en 35 procent educatie en informatie – op te leggen per omroepvereniging. Dat sneuvelde echter in de ministerraad en nu gelden de voorschriften voor de verenigingen samen. Waarom?

,,Ik heb daar mee geworsteld, ik zal het u eerlijk zeggen. Het voordeel van de voorschriften per vereniging is dat je ze individueel kunt afrekenen op hun prestatie. De andere variant ondersteunt de samenwerking tussen de omroepen en past dus beter in de lijn van dit wetsvoorstel. Die spanning wilde ik bespreken in de ministerraad. Enigszins tot mijn verrassing kreeg ik de raad mee met mijn voorstel.''

Wat is de invloed geweest van de veel geroemde VARA-lobby op het ontstaan van de nieuwe concessiewet? Uw partijgenoot Marcel van Dam heeft zich behoorlijk geroerd, tot in het torentje van Kok toe.

,,De heer Kok praat met iedereen. Het zou natuurlijk te gek zijn voor woorden als hij zich niet zou vergewissen van de mening van een belangrijke omroepman als Marcel van Dam.''